Voormalig topman: NMBS profiteerde in Fyra-debacle

Bestuursvoorzitter Marc Descheemaecker van de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS was de lachende derde in het Fyra-drama. Binnen de NS waren er vier koninkrijkjes. “En ze hadden allemaal hun eigen agenda”, zei Descheemaecker vandaag tijdens zijn verhoor. “Daardoor wisten we vaak precies wat er aan de hand was en dat gebruikten we voor onze onderhandelingspositie.”

Marc Descheemaecker, gedelegeerd bestuurder NMBS (Belgische Spoorwegen) van 2004 tot en met 2013 wordt vrijdag gehoord door de parlementaire enquêtecommissie Fyra.
Marc Descheemaecker, gedelegeerd bestuurder NMBS (Belgische Spoorwegen) van 2004 tot en met 2013 wordt vrijdag gehoord door de parlementaire enquêtecommissie Fyra. Foto ANP / Valerie Kuypers

Bestuursvoorzitter Marc Descheemaecker van de Belgische spoorwegmaatschappij NMBS was de lachende derde in het Fyra-drama. Binnen de NS waren er vier koninkrijkjes: High Speed Alliance voor de exploitatie van de Fyra, NS Financial Services die de treinen kocht, Nedtrain voor het onderhoud en NS. “En ze hadden allemaal hun eigen agenda”, zei Descheemaecker in zijn verhoor voor de parlementaire enquêtecommissie Fyra. “Daardoor wisten we vaak precies wat er aan de hand was en dat gebruikten we voor onze onderhandelingspositie. Iedereen speelt met de kaarten die hij in het spel krijgt toebedeeld.”

Eind 2012 kon NMBS dat ook verzilveren. In een interessant ‘pokerspel’ tussen de NS en de NMBS. De NS had inmiddels besloten om de Beneluxtrein op te heffen en er ook geen spoorcapaciteit meer voor te reserveren. Maar in België was er wél spoorcapaciteit vrijgehouden. Descheemaecker:

“NS had dat bewust niet gedaan om de Fyra-trein veilig te stellen. Maar wij wilden ook een terugvaloptie hebben voor als de Fyra zou mislukken. We hebben toen aangegeven dat wij dan gaan rijden tot aan de grens met Nederland. Dan heeft de Nederlandse minister wat uit te leggen als blijkt dat de trein van daaruit niet verder kan rijden naar Amsterdam.”

‘Het bitterballenakkoord’

Dat leidde in november 2012 tot het zogeheten bitterballenakkoord. Descheemaecker had nog niet besloten tot definitieve aanschaf van Fyra-treinen, terwijl NS een maand later wilde gaan rijden. In Roosendaal sloot hij toen een akkoord met Nederland. Nederland zou afzien van een oude claim van 300 miljoen euro op België. De Beneluxtrein, een voor de NMBS verlieslatende lijn, zou definitief uit de exploitatie gehaald worden. In ruil zegde Descheemaecker definitief toe, drie Fyra-treinen te bestellen. Uiteindelijk ging ook dat niet door. Toen een maand later de ene na de andere Fyra-trein uitviel wegens storingen en mankementen, kon hij de Belgische bestelling zonder kosten afzeggen.

Ernstiger vond Descheemaecker de vermoedens van onregelmatigheden bij de aanbesteding in 2003. Daar kwam hij achter toen hij, na het stilleggen van de Fyra, forensisch onderzoek liet verrichten naar alle beschikbare dossiers van de afgelopen tien jaar. De vertrouwelijke inhoud ervan is overgedragen aan de Procureur des Koning (het openbaar ministerie in België). Descheemaecker wilde er tijdens zijn verhoor niet veel over kwijt:

“Er zijn toen beslissingen genomen die niet genomen hadden kúnnen worden. Er zijn wijzigingen in het bod van AlsandaBreda aangebracht nadat de procedure al gesloten was.”

Onregelmatigheden

Volgens Descheemaecker werd er over die aanbesteding gesproken in de stuurgroep. “De grote jongens namen daar besluiten, maar vervolgens ging het verder in een sub-stuurgroepje van twee man. Dat komt weinig zorgvuldig over. De toon van AnsaldoBreda werd ook assertiever vanaf het moment dat Alstom was afgehaakt.” NMBS kreeg uiteindelijk bericht terug van het parket, aldus Descheemaecker:

“We kregen de boodschap dat, mochten er onregelmatigheden zijn geweest, die inmiddels zijn verjaard. Want voor dat soort delicten geldt in België een verjaringstermijn van 5 jaar.”

Lees ook: Het grote Fyra-dossier. Krijgen we nog antwoord op deze vragen?