Universiteit, werk meer samen met cultuursector

De academische vorming kan breder en rijker als studenten zich verbinden aan culturele instellingen, betoogt Liesbeth Noordegraaf-Eelens

Wie zich thuis wil voelen in Rotterdam, moet moeite doen. Zeker als student van buiten krijg je Rotterdam niet cadeau. Rotterdam wil als universiteitsstad graag dat studenten er zich thuis voelen en vestigen. Vaak komen studenten alleen in Rotterdam studeren en gaan ze daarna weer weg. Voor zowel de stad als studenten een gemiste kans. Om hier een halt aan toe te roepen is samenwerking door de universiteit met kunst- en culturele instellingen een belangrijk instrument. Daardoor wordt de academische vorming van studenten breder en rijker en worden studenten aan Rotterdam verbonden. Dit is op de universiteit nog onvoldoende ontdekt.

Studenten gaan aan de slag met ‘vragen in context’. Om dit voor hen mogelijk te maken bieden universiteiten hun een academisch repertoire, de theoretische bagage. Bij voorkeur is dit repertoire groot en divers want vraagstukken die er toe doen lenen zich zelden voor pasklare antwoorden. Het is belangrijk dat studenten dit repertoire in context leren te benutten.

De Rotterdamse kunst- en cultuursector biedt deze context. Niet alleen voor studenten uit de meer sociaal-wetenschappelijke hoek, maar zeker ook voor disciplines zoals economie, bedrijfskunde en recht. Waarom biedt kunst en cultuur deze context? Om te beginnen is ‘het anders denken’ binnen de kunsten goed ontwikkeld. Anders in de zin van alles wat is kan ter discussie worden gesteld. Ook anders in de zin van de logica en de kwaliteiten die aangesproken worden. Een theatermaker of een beeldend kunstenaar gaat anders om met vraagstukken dan een statisticus, een econoom, een socioloog.

Door in het onderwijs samen te werken leren studenten het ‘andersdenken’; dat er meer mogelijkheden zijn voor een antwoord. Deze confrontatie en het leren daar gebruik van te maken zorgt dat studenten weerbaarder worden in het aangaan van complexe vraagstukken. Niet alleen tijdens hun studie maar ook later in hun carrière. Juist voor een universiteit die een belangrijke bron is van de (Nederlandse) bestuurlijke elite is het belangrijk dat studenten leren om tot de verbeelding te spreken.

Rotterdam heeft veel kunstinitiatieven waarbij deze manier van werken goed past. Neem bijvoorbeeld het theatergezelschap Wunderbaum of architectenbureau ZUS. Zij plaatsen zich regelmatig in een setting waarin ze niet alleen afhankelijk zijn van hun eigen kwaliteiten, maar ook altijd van de kwaliteiten van hun partners. Een van de partners zou de universiteit kunnen zijn.

Zo’n samenwerking biedt daarbij tevens mogelijkheden voor het ontdekken van nieuwe vormen van valorisatie. Zowel aan de kunst als de wetenschap wordt gevraagd naar hun bijdrage voor de samenleving. Als kunst en cultuur gefinancierd worden uit publieke middelen is het van belang dat zij van publieke waarde zijn. Door samenwerking tussen academisch onderwijs en kunst en cultuur is er meer te halen dan alleen een voorstelling of een tentoonstelling. Met hun logica en de daar ontwikkelde professionele vaardigheden, kunnen kunst en cultuur de student breder ontwikkelen. Het publiek zit niet alleen in de zaal, maar ook in de collegebanken. Daarnaast is de academische wereld constant op zoek hoe kennis beschikbaar te maken voor de samenleving. Samenwerking in het onderwijs levert daarvoor nieuwe mogelijkheden op: voor de student, voor de universiteit én voor de stad.

Ga naar theater en musea, ontdek de mogelijkheden voor de verrijking van het onderwijs en voor kunst en cultuur in deze stad. Sluit aan bij het Erasmus University College en de Erasmus School of History Culture and Communication. Zij gaan vanaf volgend collegejaar al de samenwerking gestalte geven met partners als Codarts, Willem de Kooning en de Rotterdamse Schouwburg. Nu de andere faculteiten nog!