Tiran in het leven tiran in het werk

Aanstaande woensdag zou Saul Bellow honderd jaar zijn geworden. In de Verenigde Staten wordt dat uitgebreid gevierd, onder meer met een biografie over de eerste levenshelft van deze uiterst begaafde egoïst en rokkenjager.

Illustratie Gijs Kast
Illustratie Gijs Kast

Tot mijn overrompelendste leeservaringen reken ik Herzog van Saul Bellow. De roman uit 1964, over een academicus in een identiteitscrisis, is een vuurwerk van mooie zinnen, intelligente bespiegelingen en humoristische terzijdes. Moses Herzog is zijn vrouw kwijtgeraakt aan zijn beste vriend en wordt overvallen by the need to explain, to have it out, to justify, to put into perspective, to clarify, to make amends. Hij denkt na over zijn leven en lucht zijn hart over de toestand in de wereld door middel van tientallen brieven – aan mensen uit zijn verleden in Chicago, aan zijn dokter en zijn psychiater, aan dode filosofen als Plato en Nietzsche, aan de president en zelfs aan God. Herzogs plannen voor wraak op de mensen die hem verraden hebben, lopen op niets uit, maar aan het einde van de roman heeft hij toch zijn geestelijke evenwicht hervonden.

Ik las Herzog als een troostende tragikomedie, met een licht-karikaturale hoofdpersoon en uitzinnige personages. Later hoorde ik dat Bellow zijn roman op zijn eigen leven had gebaseerd, en pas de afgelopen week, tijdens het lezen van The Life of Saul Bellow van Zachary Leader (1946), begreep ik hoe direct hij daarbij te werk ging. Bellow gaf Herzog zijn eigen verleden, als selfmade immigrantenzoon uit Canada en later Chicago; hij gaf hem zijn eigen vulkanische persoonlijkheid, en hij beschreef tot in detail de crisis die volgde op de ontdekking dat zijn beste vriend hem bedrogen had met zijn vrouw. Zachtzinnig ging hij daarbij niet te werk; vooral de ontrouwe echtgenote wordt getekend als een kille, ongevoelige heks. Dat Bellow/Herzog het zelf niet al te nauw nam met de huwelijkse trouw, en dat hij allesbehalve een makkelijk mens was, wordt vakkundig onder het tapijt geveegd. Herzog was een oefening in wraak – koud opgediend, want de gebeurtenissen dateerden van vier jaar eerder.

Afstandelijk

In The Life of Saul Bellow wordt alles nauwgezet gereconstrueerd. Passages uit Herzog worden naast de brieven van Bellow gelegd en doorsneden met interviews met de betrokkenen; de opmaat naar de scheiding wordt helemaal uit de doeken gedaan. Maar het interessantst is zonder twijfel de receptiegeschiedenis. De vijfde roman van Bellow werd als zijn beste gezien, een instant klassieker; maar in verschillende media vielen de recensenten over de manier waarop de weggelopen vrouw werd afgeschilderd. Niet verwonderlijk. Omdat Saul en Sondra Bellow jarenlang het middelpunt van het literaire wereldje waren geweest, werd Herzog bijna alleen door vrienden van het voormalige echtpaar besproken. Zelfs de verraderlijke boezemvriend mocht een bespreking schrijven – wat hij met bewonderenswaardige afstandelijkheid deed. Bijna net zo sportief als de reactie van Sondra toen haar gevraagd werd wat zij van haar portret in Herzog vond: Well, what did you expect, you married a writer?

Saul Bellow, die op 10 juni a.s. honderd zou zijn geworden als hij niet in 2005 was overleden, geldt als een van de grootste Amerikaanse schrijvers van de twintigste eeuw. Iemand die, wars van de literaire modes van het moment, doorschreef aan een veelzijdig oeuvre dat behalve diepzinnig ook nog eens echt humoristisch is; de auteur van tijdloze klassieken als de immigrantenroman The Adventures of Augie March (1953), de vader-en-zoonnovelle Seize the Day (1956) en de antropologische satire Henderson the Rain King (1959) – om alleen maar de oudste te noemen.

Bellow won drie keer de National Book Award (voor Augie March, Herzog en Mr Sammler’s Planet), en kreeg in 1976 zowel de Pulitzer Prize (voor Humboldt’s Gift) als de Nobelprijs. In Nederland is hij nooit een bestseller geworden en is zijn werk in vertaling alleen tweedehands te krijgen; maar in de Angelsaksische wereld wordt zijn honderdste geboortedag groots gevierd: met een Library of America-editie van zijn late romans, met een aangevulde herdruk van zijn verzamelde non-fictie, en met de eerste helft van een biografie door de Amerikaans-Engelse Zachary Leader, die eerder eer inlegde met levensbeschrijvingen van William Blake en Kingsley Amis.

Bellows leven was al eerder het onderwerp van een boek. In 2000 verscheen een biografie door James Atlas, die in deze krant werd besproken als een rommelig geschreven roddelportret met een gewrongen premisse, namelijk dat de figuur Bellow geheel verklaard kon worden uit de vroege dood van zijn moeder. Twee jaar geleden verschenen bovendien de memoires van Bellows zoon Greg (uit het eerste van zijn vijf huwelijken), die de schrijver neerzetten als een egoïstische rokkenjager. Zachary Leader verwijst naar beide biografieën, vooral wanneer het gaat om Bellows persoonlijke (lees promiscue) leven, maar is in de eerste plaats geïnteresseerd in de manier waarop Bellow zijn leven verwerkte in zijn fictie. Zijn uitgangspunt is Bellows motto: The fact is a wire through which one sends a current; zoals zijn vijfde vrouw Janis Freedman zei: ‘Hij had altijd een echte persoon nodig om een boek van de grond te krijgen.’

Er wordt door Leader dan ook overvloedig geciteerd; uit de romans, uit Bellows brieven en uit tal van manuscripten die Bellow terzijde legde als hij vond dat hij op een dood spoor was gekomen (maar waaruit de citaten niet onderdoen voor Bellows beste werk). Dat maakt The Life of Saul Bellow een dik boek – veel te dik natuurlijk, met zijn kwart miljoen woorden en 130 bladzijden noten – maar wel een dat dwingt tot doorlezen en zelfs een tikje verslavend werkt. Leader doet het omgekeerde van wat Claudia Roth Pierpont deed in haar verbluffende critical biography van Philip Roth (Roth Unbound, 2014), namelijk het oeuvre behandelen naar aanleiding van het leven; maar het resultaat is ten minste zo fascinerend.

To Fame and Fortune luidt de ondertitel van Leaders biografie, want Bellow heeft relatief lang op het succes moeten wachten. Geboren in Lachine, een arme voorstad van Montreal, en vanaf zijn negende getogen in de joodse buurt van Chicago, was hij bepaald niet voorbestemd voor het schrijverschap. Zijn ouders waren straatarme emigranten uit Sint Petersburg, er werd thuis alleen maar Jiddisch gesproken, zijn vader werkte zich op van bootlegger tot bakker, een van zijn oudere broers zou zijn hele leven in semi-criminele zaken blijven hangen. De jonge Solomon, of Saul, werd ‘bijgestuurd’ door twee dingen: een verblijf van vijf maanden in het ziekenhuis, waar hij de halve wereldliteratuur tot zich nam, en zijn studie antropologie en sociologie aan de universiteit, waar hij terecht kwam dankzij het perfect werkende onderwijssysteem dat generaties immigrantenkinderen van een goede opleiding voorzag.

„De antropologie heeft me gevormd,” zei Bellow in 1990, toen ik de humeurige grootheid interviewde tijdens een voor hem rampzalig verlopen bezoek aan Amsterdam. En hoewel dat duidelijk merkbaar is in Henderson the Rain King, was het vooral de immigrant experience, de worsteling van de joden om een plaats te vinden in Amerika, die Bellows werk doordesemde – niet alleen Augie March en Herzog, maar ook zijn eerste twee boeken Dangling Man (1944) en The Victim (1947). Leader citeert een interview waarin Bellow zei: „Hoewel iedereen Amerikaan wil worden, is het ieders diepste geheim dat hij er niet in geslaagd is om er een te zijn.”

Rode draad

Bellows eerste boeken kregen goede kritieken maar verkochten mondjesmaat; hij leefde van voorschotten, beurzen, baantjes bij de universiteit en het geld dat zijn eerste twee vrouwen binnenbrachten. Financiële problemen vormen een rode draad in zijn leven, zelfs na het succes van Augie March, aangezien hij upstate New York een huis kocht met een kettingreactie van verborgen gebreken. Hoe hij naast de dagelijkse beslommeringen, zijn gezinsleven en een maniakaal schrijfritme nog kans zag om tientallen zo niet honderden minnaressen te verslijten, is een vraag die ook na het lezen van deze biografie niet beantwoord kan worden. Wie zich afvraagt waarom de pathologisch ontrouwe schrijver niettemin vijf keer in het huwelijk trad, moet het doen met Bellows eigen verklaring: I haven’t been able to resist safety, and I haven’t been able to rest in it.

Erg sympathiek komt Bellow niet over, hoeveel voorbeelden Leader ook geeft van zijn tomeloze energie, zijn ruimhartigheid tegenover andere schrijvers en zijn vermogen om vriendschappen te onderhouden. ‘Schrijvers zijn tiranniek in het echte leven, zoals ze dat ook vaak zijn tegenover hun personages,’ schreef Bellow aan een bevriende literator in spe. En Leader voegt daar naar aanleiding van Herzog nog een eigen conclusie aan toe: ‘De schrijver Bellow zag de oneerlijkheid, de ongevoeligheid en het komische egoïsme van zijn personages, al had hij begrip voor hun streven om vrij en eerlijk te leven. De mens Bellow was vaak hard en onverzoenlijk tegen de mensen die hem dwars zaten, zelfs al had hij begrip voor hun eisen of gevoelens.’ Ach ja, zou er ooit een biografie zijn gepubliceerd waarin het lijdend voorwerp niet als een vat vol tegenstrijdigheden wordt beschreven?

Kronkelpad

Gelukkig verliest Leader zich niet in psychologisering. Schakelend tussen leven en werk beschrijft hij Bellows kronkelpad naar de wereldroem en de bijzondere dingen in de berm. Op reis in Mexico, een ervaring die terug zou komen in Augie March, zou Bellow (die in zijn jeugdjaren sympathiseerde met het communisme) op bezoek gaan bij de voor Stalin gevluchte Trotski; maar toen hij in Trotski’s ballingsoord aankwam, bleek de communistische revolutionair net vermoord. Omdat Bellow bevriend was met de toneelschrijver Arthur Miller, had hij verschillende dinertjes met Marilyn Monroe, maar ondanks beider reputatie kwam het niet tot een liaison. Bellow werd beïnvloed door de 19de-eeuwse realisten en de vroeg-20ste-eeuwse modernisten, maar ook door de romantische dichter William Wordsworth. Het idee voor Augie March kwam in de vorm van een mystieke ervaring tot hem tijdens een verblijf in Parijs (1949), waarna hij rigoureus een bijna voltooid manuscript terzijde legde waaraan hij jaren had gewerkt.

Erg grappig is Leaders uitweiding over de invloed van de therapieën van Wilhelm Reich op de intelligentsia van New York, waarheen Bellow inmiddels verhuisd was. De Reichian therapy propageerde de bevrijding van de menselijke oerkracht door middel van schreeuwsessies en de zogeheten orgone box, een met staalwol gevoerde houten kast waarin de patiënt moest gaan zitten om zich op te laden met natuurlijke energie die je orgasmes verbeterde en neuroses deed verdwijnen. Bellow liet zo’n box voor zichzelf bouwen en spendeerde maar liefst twee jaar op de sofa van een Reich-therapeut. Of het zijn seksleven verbeterde, laat Leader in het midden, maar hij maakt duidelijk dat de therapieën van Reich zijn terug te vinden in de initiatieriten die de titelheld van Henderson the Rain King moet ondergaan in mythisch Afrika.

„De schrijver probeert in zijn werk de problemen op te lossen die hij ook moet oplossen in zijn leven,” heeft Bellow gezegd. Met die uitspraak in zijn achterhoofd heeft Leader een verbluffende biografie geschreven die de lezer doet uitkijken naar het tweede deel. In de tussentijd kunnen we met een nieuwe, frisse blik het oeuvre van Bellow herlezen. Tenminste, als Leader niet te snel doorwerkt: alleen al de romans beslaan in de Library of America vier delen van rond de duizend pagina’s.