Opwarming aarde zet toch door

De aarde warmt gestaag op, van een onderbreking is geen sprake, schrijven klimaatwetenschappers.

Dat de opwarming van de aarde sinds begin deze eeuw zou zijn gestopt, blijkt niet te kloppen. Amerikaanse klimaatwetenschappers tonen vandaag in het tijdschriftScience aan dat de opwarming in hetzelfde tempo is doorgegaan als in de afgelopen 65 jaar.

De onderzoekers uiten in hun artikel scherpe kritiek op het VN-klimaatpanel IPCC, dat eens in de vier jaar rapporteert over de staat van het mondiale klimaat. In zijn laatste rapportage (2013) schreef het IPCC dat er sprake was van „een veel minder snelle stijging” van de wereldwijde temperatuur in de afgelopen vijftien jaar. Klimaatsceptici grepen dat aan om erop te wijzen dat de opwarming van de aarde, en de rol van de mens daarin, jarenlang was overdreven. Onder wetenschappers lokte deze zogenaamde warming hiatus een fel debat uit: waar is de warmte dan gebleven? Maar nu schrijven negen klimaatwetenschappers dat de uitspraak van het IPCC „niet langer valide” is.

Emmermetingen vallen lager uit

De onderzoekers hebben bestaande metingen opnieuw geijkt, met name op de oceanen. Schepen meten op verschillende manieren de watertemperatuur. Vóór de Tweede Wereldoorlog gebeurde dat door met een emmertje water uit zee te halen, en dan de temperatuur te meten. Na WO II zou die methode overal zijn vervangen door temperatuurmeting van het koelwater voor de scheepsmotor. Emmermetingen vallen over het algemeen iets lager uit dan de metingen van het koelwater. „Waarom weten we niet precies”, zegt Russell Vose, een van de auteurs van het artikel en klimaatwetenschapper bij de National Oceanographic and Atmospheric Administration in Asheville. „Maar we zijn erachter gekomen dat sommige schepen tot op vandaag nog steeds met de emmer meten.” De onderzoekers hebben de cijfers gecorrigeerd voor dat effect, en iets naar boven bijgesteld.

Hetzelfde geldt voor boeimetingen. De laatste decennia zijn er steeds meer boeien uitgezet op de oceanen, die ook de watertemperatuur meten. Boeimetingen zijn iets nauwkeuriger dan scheepsmetingen, zegt Vose. „We hebben de boeimetingen iets meer gewicht gegeven in onze berekeningen.” Verder is het mondiale meetnet de laatste jaren uitgebreid en dekt het nu ook gebieden die voorheen slecht vertegenwoordigd waren, zoals het Arctisch gebied, dat relatief snel opwarmt.

Op basis van hun berekeningen concluderen de onderzoekers dat de aarde in de periode 1950-1999 is opgewarmd met een gemiddelde van 0,113 graad Celsius per tien jaar. In de oude metingen was de opwarming in de periode 1998-2012 slechts een derde tot de helft vergeleken met die in de periode 1951-2012. Maar met hun nieuwe berekeningen komen de negen wetenschappers uit op 0,106 graad Celsius per tien jaar voor de periode 1998-2014. Als ze twee jaar later beginnen, in 2000 dus, komen ze nog iets hoger uit, op 0,116 graad per tien jaar.

Het laat zien hoe gevoelig de cijfers zijn voor de gekozen periode. Vose begrijpt daarom niet dat het IPCC in zijn laatste rapportage zulke boude uitspraken heeft gedaan over een relatief korte en selectieve periode van vijftien jaar. Dat verbaast ook Geert Jan Oldenborgh van het KNMI. „Die periode van vijftien jaar was veel te kort om conclusies uit te trekken. Te meer omdat de opwarming van het Noordpoolgebied toen nog werd gemist.” Oldenborgh noemt het artikel van de Amerikanen „interessant” en een „bijdrage aan nauwkeurigere cijfers”.