Na de erosie nu een welkom offensief vóór Europa

Voor Griekenland nadert dit weekeinde het zoveelste uur U, terwijl de Britse premier Cameron door Europa toert om draagvlak te creëren voor Europese toezeggingen over minder bemoeienis van de EU. Een ‘Griekse exit’ uit de euro behoort tot de mogelijkheden. Een ‘Britse exit’ uit de Europese Unie hangt Europa de eerstvolgende anderhalf jaar tot aan het referendum in het Verenigd Koninkrijk boven het hoofd.

Het Europese project lijkt bezig aan een lange, slepende periode van verval. In veel landen dringt de kiezer aan op minder soevereiniteitsoverdracht aan het Europese bestuur in de stad waarvan de naam langzamerhand een scheldwoord dreigt te worden: Brussel. Na de eurocrisis is die reactie begrijpelijk. De voordelen van Europese integratie zijn vaak generiek en moeilijk zichtbaar. De nadelen zijn daarentegen dikwijls specifiek en makkelijk waar te nemen. De wrakken van de eurocrisis steken somber uit boven het laagtij van de Europese economie. Duidelijk is ook dat de euro in 1999 van start is gegaan met een zeer gebrekkige architectuur.

Met minder Europa zijn op dit moment kiezers te winnen. Het is dan ook opmerkelijk dat de Franse en Duitse ministers van Economische Zaken, Emmanuel Macron en Sigmar Gabriel, allebei sociaal-democraat, met een pleidooi komen voor méér integratie in de eurozone.

Hun voorstel in een notendop: het naar elkaar toegroeien van sociaal beleid, belastingen en minimumlonen. Een grotere, centrale, begroting voor de eurozone die wordt gefinancierd uit bijvoorbeeld een geharmoniseerde vennootschapsbelasting. Een eigen Europees Monetair Fonds, een parlement van de eurozone binnen het Europees Parlement en een program waarin alle jongeren stage kunnen lopen of studeren in een andere euroland.

Het initiatief heeft veel weg van een proefballon. De Duitse bondskanselier Merkel en de Franse president Hollande werken aan een soortgelijk gezamenlijk document dat wellicht op de eerstvolgende Europese Top een rol gaat spelen.

Los van de wenselijkheid of haalbaarheid van de verschillende ideeën van Macron en Gabriel is het verfrissend dat hier het offensief wordt gezocht. Europa staat in een kwaad daglicht. Dat is, gezien de afgelopen jaren, wellicht begrijpelijk. Maar de toekomst ligt onherroepelijk in een vitale eurozone en Europese Unie. Feit en fictie over het Europese project lopen in het discours nu te veel door elkaar. We moeten, zo schrijven de twee, de middelen vinden waardoor het algemene Europese belang niet langer lijkt te verschillen van het nationale belang. Dat is de spijker op zijn kop.