Moslims strijden om macht in moderne moskee

In de grootste moskee van Nederland heerst onrust. Ouderen liggen in de clinch met jongeren, Marokkanen met Arabieren. Wie is er de baas?

Vrijdagmiddag in de Rotterdamse Essalammoskee. De grootste moskee van Nederland biedt plaats aan ruim 1.500 bezoekers. Foto Robin Utrecht
Vrijdagmiddag in de Rotterdamse Essalammoskee. De grootste moskee van Nederland biedt plaats aan ruim 1.500 bezoekers. Foto Robin Utrecht

Op de deur staat Welkom. Daaronder staat: Stichting Ouderen Feijenoord. Binnen zitten Marokkaans- Nederlandse mannen op leeftijd. Achter de balie schenkt voorzitter Mohamed Ebraymi koffie en thee.

Een paar straten verder steken de twee vijftig meter hoge minaretten van moskee Essalam fier de lucht in. De moskee, ’s lands grootste, staat in de Rotterdamse wijk Feijenoord, vlak bij voetbalstadion De Kuip.

Ebraymi weet van de onrust rond de moskee. Hij steunt de groep van vooral oudere moskeegangers die zich verzetten tegen de invloed van ‘de Arabieren’ op de Essalam. Hun angst is dat de Marokkaanse gemeenschap straks niets meer te zeggen heeft. Ebraymi wil er verder niet over praten, de ruzie tussen voor- en tegenstanders is al te erg geëscaleerd.

Van de vijf moskeebestuurders zijn er drie Arabier en twee zijn Marokkaanse Rotterdammers uit de wijk. De Marokkaans-Rotterdamse vicevoorzitter Abdelrazak Boutaher (73) schreef onlangs de drie Arabische bestuursleden uit bij de Kamer van Koophandel. De rechter floot hem deze week terug. De drie moeten weer worden ingeschreven.

Achter dit conflict schuilen tal van ruzies, onthullingen en verdachtmakingen. De soap duurt al jaren.

In de Essalammoskee komen twee kwesties samen: een generatieconflict en angst voor buitenlandse inmenging. Ook in veel andere Nederlandse moskeeën speelt zo’n generatieconflict: de oude garde moet plaatsmaken voor jongeren en vindt het lastig de macht uit handen te geven.

Daarnaast is overal in Nederland politieke huiver voor moskeefinanciering uit het Midden-Oosten. De Essalam is, met instemming van de moskeegangers, geheel gefinancierd vanuit Dubai. Nu is er angst dat zo de salafistische islam wordt binnengehaald, al is daarvan binnen de moskee niets merkbaar.

Het plot van de soap draait om de vraag: wie is de baas van de moskee?

Ebraymi, van het ouderenontmoetingscentrum, en Boutaher waren nauw betrokken bij de kleine Marokkaanse moskee uit 1987, voorganger van de latere megamoskee. Die oude moskee was gevestigd in een voormalige keukenshowroom op de Polderlaan, vlak bij het ouderenontmoetingscentrum. Het was een eerstegeneratiemoskee, betaald met bij elkaar gesprokkelde guldens en sieraden van de Marokkaanse gemeenschap.

De ruimte werd te klein. De gemeente Rotterdam wilde de panden graag hebben en stelde voor die te ruilen tegen de grond waar de huidige moskee staat. Daar zouden de Marokkaanse Feijenoorders een eigen moskee bouwen. De lokale moslimgemeenschap zou die nooit kunnen betalen, dus zocht Boutaher in 1999 contact met sjeik Hamdan bin Rashid Al-Maktoum, lid van de koninklijke familie in Dubai. Ebraymi wilde daar toen al niets van weten. De schatrijke sjeik financiert via zijn liefdadigheidsorganisatie Al-Maktoum Foundation moskeeën en islamitische centra over de hele wereld.

De missie van Boutaher slaagde. De sjeik betaalde ook moskee Essalam in Rotterdam-Zuid. Daarmee was naar verluidt een bedrag van 7 miljoen euro gemoeid.

De bouw ging niet makkelijk. Die duurde veel langer en kostte meer geld dan verwacht. Maar de moskee kwam er. En wat voor een. Als een Ottomaans sprookjeskasteel staat de moskee aan de Maasdelta. Opgeleverd in 2010.

Drie Somaliërs en een Turk

Katalysator van recente onrust rond de moskee is de aanstelling van adjunct-directeur Jacob van der Blom (37) door ‘de Arabieren’, negen maanden geleden. Van der Blom groeide op in Feijenoord, twee straten achter de huidige moskee. Hij bekeerde zich op zijn 21ste tot de islam. Hij wordt gesteund door de drie Arabische bestuursleden (twee wonen in Dubai, een in Ierland). Boutaher wantrouwt hem.

Volgens de vicevoorzitter van het moskeebestuur wil Van der Blom in opdracht van de Arabieren de statuten van de moskee wijzigen. De expliciete vermelding dat het om een moskee voor de Marokkaanse gemeenschap gaat, zou verdwijnen.

Van der Blom beaamt dat er plannen waren om de gedateerde statuten aan te passen en de moskee te omschrijven als moskee voor de hele wijk. „Natuurlijk vooral voor de Marokkaanse gemeenschap. Dat is verreweg de grootste groep. Met wie gaan we hier anders bidden: drie Somaliërs en een Turk?” En dan nog iets: Voor een statutenwijziging is instemming van tweederde van het bestuur nodig. „Zonder hun toestemming, kan ik niets.”

Het plan haalt echter de geest uit de fles. Ebraymi spreekt de moskeegangers in de moskee emotioneel in het Marokkaans-Arabisch toe. Hij vreest dat de Marokkaanse identiteit van de moskee verdwijnt, zegt hij. „Het blijft geen moskee meer voor de Marokkaanse gemeenschap, maar het zal een activiteitencentrum worden voor allen. En het zal gebruikt worden voor zaalhuur, handel en gebedsruimtes voor iedereen.”

Opmerkelijk is dat Boutaher naast Ebraymi staat; Boutaher, die jarenlang met de Arabieren samenwerkte. De twee hebben nog een sterke troef voor de buitenwacht: als de macht in de moskee niet bij de Marokkaanse gemeenschap komt te liggen maar bij de Arabieren, is dat gevaarlijk. Die zullen de strenge orthodoxe (wahabitische) islam naar Feijenoord brengen.

Van der Blom plaatst daar vraagtekens bij. Hoezo zouden ‘de Arabieren’, al sinds 2000 betrokken bij de moskee, nu opeens de macht overnemen? Als zij al een wahabitische agenda zouden hebben, waarom heeft niemand daar dan ooit iets van gemerkt? De kritiek is toch, zegt de adjunct-directeur, dat de moskee te veel op een wijkcentrum gaat lijken? Wordt het nu te strikt of te ruimdenkend?

Alles wordt aangegrepen om hem zwart te maken, zegt Van der Blom. Terwijl de klagers niet bij hem komen met hun lijstje. Hij moet hun klachten in de krant lezen.

Het conflict is een feest voor de lokale pers. Tegenstanders van de nieuwe koers in de moskee krijgen alle ruimte om hun gram te halen, vindt Van der Blom. Laatst nog, toen hij basisschoolkinderen had laten optreden in de hal van de moskee. Ze hadden een dansje ingestudeerd en buiten regende het. Vandaar. In het Algemeen Dagblad verscheen een artikel met de kop: Machtsstrijd met beats in moskee. Bezoekers zouden aanstoot hebben genomen aan de dansende kinderen.

Mondelinge afspraken

Boutaher was voor de komst van Van der Blom de facto een van de bazen in de moskee. De Arabische bestuursleden zijn er zelden. Hij runde de moskee zoals moskeeën door de eerste generatie worden gerund: op basis van mondelinge afspraken en vertrouwen. Behalve als gebedshuis fungeerde de moskee als ontmoetingsplek van de Marokkaanse gemeenschap, in de praktijk vooral de oudere mannen.

Jacob van der Blom trof naar eigen zeggen de megamoskee aan zonder bijbehorende organisatie. „Met een moskee van deze omvang is dat niet mogelijk. We hebben acht mensen in dienst, de exploitatie kost jaarlijks zo’n half miljoen euro.”

Hij kreeg twee opdrachten van de Arabieren: maak er een professionelere organisatie van. En: de moskee moet zich meer openstellen voor de wijk, óók voor niet-moslims.

Van der Blom: „De moskee is natuurlijk in eerste plaats een gebedshuis. Dat kan goed samengaan met een moskee 2.0 die een spilfunctie heeft in de wijk, waar debatten en lezingen worden georganiseerd.” Er waren al informatieve bijeenkomsten over suikerziekte en alzheimer, politiek partijen spraken er over radicalisering, er was een banenpool voor jongeren. „En af en toe een feestelijk evenement.”

En Abdelrazak Boutaher? „Die blijft onverkort van mening dat de moskee bestuurd moet worden door Nederlandse bestuurders die de lokale gemeenschap vertegenwoordigen”, zei zijn advocaat deze week na de uitspraak van de rechter.