‘Milieubewust Unilever is wel erg overtuigd van de eigen heiligheid’

Voorloper Unilever werkt nauw samen met maatschappelijke organisaties. Het gevolg: kritiek op de multinational is er zelden.

Unilever-topman Paul Polman geldt als een soort duurzaamheidsgoeroe.
Unilever-topman Paul Polman geldt als een soort duurzaamheidsgoeroe. Foto Robin Utrecht

Unilever wil de héle wereld wel verbeteren. Om voorloper te blijven op het gebied van duurzaamheid doet het Brits-Nederlandse zeep- en voedingsmiddelenconcern te veel om op te noemen.

Zo zijn er projecten om de ontbossing tegen te gaan, de CO2-uitstoot terug te dringen, kindersterfte te voorkomen door hygiëne te verbeteren. Er zijn programma’s die problemen met cholesterol en zwaarlijvigheid moeten terugdringen en die ervoor moeten zorgen dat mensen korter douchen. Duurzame palmolie en soja, zoutreductie, het zelfvertrouwen van jonge meisjes, het lot van de arbeiders op theeplantages, kleine boeren in het algemeen – het zijn allemaal thema’s waar Unilever zich mee bezighoudt.

Dat doet het bedrijf niet alleen. Unilever heeft talloze partnerschappen met maatschappelijke organisaties en goededoelenclubs. In 2010 werd het Sustainable Living Plan geïntroduceerd. De hoofddoelstelling is het verdubbelen van de omzet en het halveren van de milieuschade. Sindsdien zijn onder de paraplu van dit plan nog veel meer subdoelen vastgesteld.

Duurzaamheidsgoeroe

En de multinational betrekt de non-gouvernementele organisaties (ngo’s) nadrukkelijk bij de uitvoering van het plan. Gisteren vond op het Unileverkantoor in Rotterdam de vierde voortgangsbijeenkomst plaats, waar de aanwezigen (met name vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties) werden bijgepraat over de vorderingen.

De boodschap: Unilever heeft opnieuw vooruitgang geboekt, maar is er nog lang niet en kan het niet alleen. Samenwerking is essentieel.

Dankzij het Sustainable Living Plan wordt Unilever (48,4 miljard euro omzet, 172.000 werknemers) al jaren gelauwerd. Topman Paul Polman, de initiator, geldt als een soort duurzaamheidsgoeroe. Hij beweegt zich tussen regeringsleiders en is actief in de Verenigde Naties. Intussen presteert Unilever goed en stijgt, tot tevredenheid van beleggers, de beurskoers.

Kritiek op de duurzaamheidsplannen klinkt er nauwelijks. Maar kúnnen de ngo’s überhaupt wel kritiek leveren, als zij door Unilever zo dicht tegen de borst worden gedrukt? Het bewijs leverde Jacomijn Pluimers van Milieudefensie gisteren. Zij vroeg Anniek Mauser, directeur duurzaamheid bij Unilever, waarom het levensmiddelenconcern nog altijd soja uit Latijns-Amerika importeert, terwijl het tegengaan van ontbossing een prioriteit is.

Pluimers kreeg weliswaar nul op haar rekest (Mauser: „We hebben deze discussie vaker gevoerd. Het zou mooi zijn als in Europa zulke goede soja geteeld zou worden, maar momenteel is dat nog niet zo”), maar haar punt was duidelijk. In de pauze zei ze: „Er wordt vaak gezegd: we agree to disagree. Dat vind ik jammer. Ik zou graag blijven praten, want de ontwikkelingen gaan door. Nieuwe onderzoeken leveren voortdurend nieuwe inzichten op.”

Rookworst

Olof van der Gaag, hoofd campagne van Natuur & Milieu, zegt dat het contact met Unilever goed is. „Wij benaderen hen met specifieke vragen, bijvoorbeeld of er minder vlees in een rookworst kan. Zij vragen ons ook om onze mening.” En ja, zegt hij, „als je constructief in overleg bent, krijg je meer begrip en ga je vanzelf genuanceerder over elkaar praten.”

Sandra Mulder van het Wereld Natuur Fonds treft Unilever regelmatig bij conferenties over duurzame palmolie of soja. Zij zegt dat het concern daar eigenlijk nooit kritiek krijgt. „Er zijn genoeg bedrijven die bekritiseerd worden omdat ze veel meer zouden moeten doen dan ze doen. Daar hoort Unilever zeker niet bij.”

De manier waarop Unilever wordt bejubeld brengt wel risico’s met zich mee, zegt Giuseppe van der Helm van de Vereniging Beleggers van Duurzaam Ondernemen (VBDO), die tussen de ngo’s en de beleggerswereld in staat. „Unilever is erg overtuigd geraakt van zijn eigen heiligheid. Maar iedere heilige heeft minpuntjes.”

Toen Van der Helm Polman onlangs op de aandeelhoudersvergadering vroeg naar een nog niet bereikte doelstelling van Unilever, om 1 miljard mensen het belang van handen wassen te leren, reageerde Polman „als door een horzel gestoken”, vertelt hij. „Dan is hij geïrriteerd. Terwijl het helemaal niet erg hoeft te zijn dat een doel nog niet is bereikt. Maar je moet er wel vragen over kunnen stellen.”