Migratiegolf op Lesbos: ‘Wij doen het werk van EU’

Griekse eilanden bij Turkije worden overspoeld door migranten. Mensen willen helpen. Brengt dat het toerisme niet in gevaar?

Iedere dag komen migranten aan op de noordkust van Lesbos.
Iedere dag komen migranten aan op de noordkust van Lesbos.

‘Als we ze een sandwich geven, nodigen we ze zo dan niet uit om hier te blijven?” „Als het toerisme hier sterft, raken we allemaal onze baan kwijt.” „We moeten nú iets doen. Morgen komen er weer een paar honderd man. Wat als er een kind doodgaat?” „Ik wil helpen, we móéten helpen, maar we moeten ook denken aan ons huis, ons werk, onze gezinnen.”

Het is een emotionele en verwarrende bijeenkomst, het overleg op een terras in het haventje van Molyvos. Rond de tafel, bedekt met een geblokt kleedje, zit een dertigtal mensen, Grieken en buitenlanders. De meesten werken in de toeristenindustrie. Ze overleggen in het Engels.

Hoe kunnen ze de honderden migranten helpen die iedere nacht en morgen op de strandjes vlakbij landen? De crisis heeft hard huisgehouden. De lokale overheid heeft nauwelijks geld, en in Athene hebben ze wel iets anders aan hun hoofd. Wat moeten ze doen voor als het straks echt heet wordt? Wat als het er twee keer zo veel worden, of nog meer? En hoe kunnen ze dat allemaal zo organiseren dat toeristen er geen last van hebben?

Turkije is vlakbij – Lesbos zat er miljoenen jaren geleden aan vast. Je kunt de bergen aan de overkant zien liggen. Vodafone stuurt hier een sms’je ‘Welkom in Turkije’. Het is een dik uur varen en een stuk minder gevaarlijk dan de bootreis van Libië naar Italië. Nu er een hek staat langs de landsgrens tussen Griekenland en Turkije hebben mensensmokkelaars deze oude route naar de EU nieuw leven ingeblazen.

Er zijn dit jaar al ruim 42.000 migranten naar Griekenland gekomen, bijna net zo veel als naar Italië. Iedere dag vertrekken er vanuit Turkije rubberbootjes vol migranten naar Griekse eilanden als Lesbos, Kos en Chios. De voorgaande zeven dagen waren het er alleen al in Lesbos 2.500, vertelde de burgemeester woensdag.

Het is moeilijk in Molyvos, Petra of Anaxos, de drie dorpjes in het noorden waar het toerisme zich concentreert, vakantiegangers te vinden die klagen. In het steile straatje dat afdaalt naar het haventje van Molyvos vult een groepje vrouwen („Noem ons maar de dames uit Limmen, bij Alkmaar”) elkaar aan. „Het is triest om die mensen te zien. Je leeft met hen mee. Maar ze geven geen last. Ze lopen niet te bedelen, komen bij elkaar op een centraal punt en daarvandaan worden ze met een bus verder gebracht. Als het niet veilig zou zijn, zou het reisbureau dat wel zeggen.”

Maar wie met toeristen werkt, is onrustig. „We moeten het idee ontzenuwen dat het hier één groot vluchtelingenkamp is”, zeg Tom van Maanen, eigenaar van een guesthouse en al elf jaar op het eiland. Toerisme is hier weliswaar minder dominant dan op Kos, Rhodos of Corfu, omdat er ook met de landbouw (kaas, melk, olijven) geld wordt verdiend. Maar Dirk Braam, vertegenwoordiger van een reisorganisatie, schreef in de lokale krant Ebros dat als er niets gebeurt, het toerisme met 70 procent zou kunnen dalen, als mensen reserveringen afzeggen of elders boeken.

„Dat was overdreven, maar bedoeld om mensen wakker te schudden”, zegt hij. Hij leidt het gesprek in de haven. Braam wil helpen de enorme stroom vluchtelingen waardoor Lesbos wordt overvallen, in goede banen te leiden. Hij en zijn partner Emma Blanchard hebben ook geregeld migranten een nacht in huis genomen, omdat die nergens anders heen konden. „Een Afghaanse man, die foto’s van zijn huis liet zien. Modern, iemand als jij en ik.” Blanchard vult aan: „Laatst nog tien vrouwen en vier kinderen uit Syrië. Die kinderen spraken perfect Engels, die hadden op de Britse school in Damascus gezeten. Het eerste wat ze wilden doen, net als bijna alle migranten: hun kleren wassen.”

Verscheurde documenten

Braam laat zien waar de meeste migranten aan land komen: een lange, wat afgelegen kuststrook een paar kilometer oostelijk van de toeristenstranden. De schoonmaakdienst is net langs geweest. Toch zie je overal sporen van degenen die net zijn aangekomen. Weer een onklaar gemaakte rubberboot – de migranten is verteld dat ze dat moeten doen, omdat ze anders worden teruggestuurd. Oranje en blauwe zwemvesten. Een spijkerbroek in het prikkeldraad.

Langs het weggetje liggen verscheurde papieren. Die suggereren een relatief korte reis, vergeleken met de tochten door de woestijn naar Libië. Snippers van officiële documenten van de UNHCR, de VN-vluchtelingenorganisatie, dat leden van de Afghaanse familie Mousavi internationale bescherming vragen, zijn gedateerd op 1 juni. In een kapotgescheurd Afghaans paspoort van Sajad Nasemy staat dat hij op 14 mei een visum voor twee keer drie weken heeft gekregen. Uitreisdatum: 18 mei.

Het is de bedoeling dat de migranten zich verzamelen op een parkeerplaats aan de rand van Molyvos. Daar moeten bussen komen om de migranten naar Mytilini te brengen, de belangrijkste stad van Lesbos, waar ze worden geregistreerd. Soms zijn er geen bussen omdat er geen geld is voor benzine. En alle migranten weten wel dat ze naar Mytilini moeten, maar niet allemaal weten ze dat er bussen zijn. Daarom zie je, iedere dag weer, tientallen mensen lopen langs een van de twee wegen van het noorden naar Mytilini. Een slopende tocht van zeventig kilometer. Maar veel van hen zwaaien: ze zijn in Europa!

Hein Lindhout, tien dagen op vakantie met zijn vrouw, vindt het „schrijnend” om die migranten zo te zien lopen, met hooguit een rugzakje aan spullen, en soms niet eens dat. „Het is een dubbel gevoel. Het raakt je, en tegelijkertijd wil je hier ook vakantie vieren.” Hij toert met zijn vrouw in een huurauto het eiland rond. Hij vertelt dat hij best migranten een stukje had willen meenemen. „Maar daar staat een boete van 5.000 euro op, omdat je dan medeplichtig zou zijn aan mensensmokkel.” Braam, die al tweeënhalf jaar op Lesbos woont. beaamt dat. Hij had een keer toch migranten meegenomen, maar de politie was daarachter gekomen en belde met een waarschuwing: „Nog één keer en we nemen je auto in beslag.”

‘Ook van de Grieken houden’

Stratis Balaskas, hoofdredacteur van de krant Ebros, onderstreept dat Lesbos een traditie van migratie heeft. Veel inwoners stammen af van Turkse migranten, ook Balaskas zelf. „Mijn grootvader werd in Turkije als een wees van zes op een bootje naar Lesbos gezet.” Maar door de crisis heeft zowel de overheid als de lokale bevolking minder ruimte om de migranten op te vangen. „We begrijpen dat die mensen komen”, zegt hij op zijn kamertje, in een gebouwtje dat eruitziet als een fabrieksloods. „Veel van hen vluchten voor een vreselijke oorlog. We moeten van hen houden. Maar we moeten ook van de Grieken houden.”

Op het gemeentehuis in Mytilini vertelt burgemeester Spyros Galinos dat er door de bezuinigingen een groot tekort aan mensen is. Daarom kunnen er maar tweehonderd registraties per dag worden verricht. Migranten moeten op hun beurt wachten in geïmproviseerde opvangkampen, bijvoorbeeld op een terrein waar kinderen verkeersles kregen. Enkelen slippen erdoor. Vluchtelingen uit Syrië, die vaak flink wat geld hebben, wordt weinig in de weg gelegd als ze een kaartje voor de veerboot naar Athene willen kopen. Sommigen vertellen ook dat ze met een taxi van Molyvos naar Mytilini zijn gekomen. Officieel kan dat allemaal niet. In de praktijk gebeurt het.

De burgemeester verwerpt de suggestie dat Griekenland de migranten bewust doorstuurt. „Er is niemand die hier wil blijven. Ze willen allemaal naar landen in Noord-Europa. Mensen moeten vrij zijn om te gaan waar ze willen.” Betekent dit niet dat Griekenland uiteindelijk het probleem doorschuift naar Europa? Hij draait het om. „We hebben hier te maken met een invasie van ellende. Dat is een enorm probleem, dat heel Europa raakt. Daar proberen we hier, ondanks onze crisis, naar vermogen mee om te gaan. Wij doen juist het werk voor Europa.”