‘Lieverd, je moet echt veranderen’

„Er is niks zo walgelijk en pervers als zeggen: ik hou van je, maar ik ben je kwijt, dus je moet veranderen.” Naomi Velissariou maakte een toneelstuk over het absurde van ‘interventies’.

Bram Suijker als Ravi in ‘Intervention’.
Bram Suijker als Ravi in ‘Intervention’. Foto Anna van Kooij

Ravi is ongelukkig. Zijn goede vriendin Luna probeert hem te helpen. Om duidelijk te maken dat hij moet veranderen doet ze een interventie. Ze gebruikt daarvoor de vorm van een therapeutische spelshow.

Intervention van Naomi Velissariou bij Frascati Producties is geënt op televisieshows waarin wordt ingegrepen bij mensen met problemen. In het stuk, dat vanavond in première gaat, laat ze duidelijk uitkomen hoe zinloos, drastisch en absurd zo’n ingreep is. „Dat format stoelt op de moralistische aanname dat identiteit iets is dat je kan verbeteren.”

Vorig jaar maakte de Vlaamse theatermaker (1984) de voorstelling I SEE YOU, een bewerking van Sartres Huis Clos. En ze speelde prachtig de titelrol in The Truth About Kate, een Frascati Productie van Davy Pieters. De manipulatieve Luna in Intervention borduurt voort op de personages in die voorstellingen – mensen die bestaan in en voor de blik van de ander.

In de spelshow moet Ravi (Bram Suijker) met een zak over zijn hoofd, aangemoedigd door het publiek, kruipend op zoek naar de taart met de sleutel voor een kastje. Daarin zit een lange brief van Luna (gespeeld door Velissariou zelf), waarin ze hun vriendschap beschrijft, maar ook zegt dat ze hem niet meer herkent.

Wat Velissariou betreft, is dat geen liefdevolle waarschuwing: „Interventies bevatten altijd persoonlijke liefdesverklaringen. Het is de meest agressieve manier om iemand een spiegel voor te houden. Er is niks zo walgelijk en pervers als zeggen: ik hou van je, maar ik ben je kwijt, dus je moet veranderen. Daar komt bij dat Luna het voor publiek doet. Liefde wordt gebruikt als chantagemiddel.”

Het openbare karakter van de hulp is cruciaal, zegt Velissariou: „De vraag is niet: wat doe je, maar wat laat je zien aan de wereld dat je doet. Dat is waar de voorstelling over gaat. Helpen wordt zingeving bij jezelf.”

Luna bestaat bij de gratie van wat ze laat zien dat ze doet. „Ze is een filosofisch construct, geen levensecht personage”, zegt Velissariou. „Wie Luna is hangt af van de situatie waar ze in is. Er is alleen maar dat wat zij zegt en doet.”

Daar gaat Intervention ook over: iedereen wisselt van rol en zet naar behoeven maskers op en af. Haar fascinatie voor dat fenomeen wil ze delen. „Ik wil daar geen doemdenkende cultuurkritiek op leveren – dat alles oppervlakkig en onecht wordt. Het is niet alleen slecht, het biedt ook mogelijkheden. Het is een groot spel. Ik geloof daar stiekem wel in.”

De vloeibare identiteit van Luna botst met Ravi, die wel een kern heeft en zijn authenticiteit verdedigt. Hij heeft het laatste woord. Authenticiteit wint, in dit geval. „Luna verdedigt een vorm van filosofisch vooruitgangsdenken, die theoretisch klopt, maar het probleem is: hoe moet je dan concreet leven?”

Hoe dat moet, somt Luna op in een lange reeks overdreven hippe, zelfbewuste gedragingen, zoals breezers drinken omdat het zo nineties is, een bepaalde periode van Lou Reed goed vinden, de markt afstruinen naar tweedehands spullen met een ziel, iets klassieks altijd combineren met iets sportiefs. Velissariou: „Alles staat of valt met ontkenning. Wat je doet, doe je met een knipoog. Je moet constant laten weten dat je wel beter weet. Maar wat je dan beter weet, weet je ook niet.”