Jouw kont krijgt van mij een 8

Het weer wordt warmer en de rokjes korter. Eenderde van de vrouwen ervaart overlast door jongens op straat. Uitschelden, intimidatie. „Het ís niet normaal.”

Daan Borrel Jenna Arts

Illustratie Jenna Arts

Een jonge vrouw loopt op een warme avond over het Mercatorplein in Amsterdam-West. „Goedenavond mooi meisje”, roept een jongen haar na. „Jij krijgt van mij een acht.” Hij staat met een groepje hangjongens en hun scooters op de stoep. Ze dragen trainingspakken. Een straat verder fluistert een jongen uit een ander groepje: „Psst, lekker kontje in dat rokje hoor.”

De avonden worden langer en het wordt (soms) minder koud. Op die dagen gaan Amsterdamse vrouwen massaal in rokjes de straat op. Maar één op de drie denkt er wel twee keer over na voordat ze zo naar buiten gaat. Zij vinden de aandacht die vrouwen voor hun uiterlijk krijgen ongewenst. Dat blijkt uit een recent gepubliceerde enquête van Onderzoek, Informatie en Statistiek Amsterdam (O+S) waar bijna 6.000 vrouwen aan meededen. Vorig jaar gaf 15 procent aan hier zelf (al dan niet in ernstige mate) last van te hebben. Vrouwen tussen de 15 en 30 jaar, vooral die van Nederlandse, Antilliaanse of Surinaamse afkomst, zijn het vaakst de klos. De meeste overlast vindt plaats in West, Nieuw-West of de Burgwallen Nieuwe Zijde (Centraal Station, de Wallen en Kalverstraat/Nieuwendijk).

Alleen intimidatie is vervelend

Wat is ongewenste aandacht? De ene vrouw vindt het vervelend als een bouwvakker fluit, de ander vindt dat fijn. Een compliment verandert pas in overlast als er sprake is van intimidatie. Die uit zich in verschillende vormen: schelden, achtervolgen of alleen al ongegeneerd staren. Maar wat intimidatie in alle situaties kenmerkt, is het agressieve randje. Het dreigende karakter. Meestal is de flirterige opmerking van de bouwvakker vrijblijvend: zonder te reageren, kan de vrouw gewoon doorfietsen. Het verandert in intimidatie als de vrouw vervolgens wordt uitgescholden voor „kutwijf” en met een onveilig gevoel doorfietst.

Jessica van der Pluijm (37) herkent dat intimiderende gedrag maar al te goed. Drie jaar geleden fietste ze ’s avonds naar huis door haar buurt in Amsterdam-West. Vlakbij haar huis hing een groepje jongens op straat. Van der Pluijm herkende ze; ze stonden daar vaker. En zoals gewoonlijk begonnen ze naar haar te roepen. Maar deze keer zette één van hen plotseling een stap naar voren toen ze langsfietste. Van der Pluijm viel. Ze besloot het niet te negeren, liep naar ze toe en zei er wat van. Voor ze het wist, kreeg ze een klap in haar gezicht en werd ze in elkaar geslagen.

Na dat zoveelste nare incident heeft ze zich aangesloten bij het burgerinitiatief Straatintimidatie, opgezet door Gaya Branderhorst. Het initiatief verzamelt handtekeningen op hun site om straatintimidatie strafbaar te stellen. Van der Pluijm: „Ik woon al tien jaar in West en in die tijd is het zoveel verergerd. Veel vrouwen vinden het intussen normaal. Ze kleden zich anders, fietsen om of negeren het denigrerende gedrag in de kroeg of op straat. Maar het ís niet normaal.” Met het verbod – dat al geldt in bijvoorbeeld België en Egypte – kan er direct een boete worden uitgeschreven, zonder aangifte. Zoals bij wildplassen of door rood rijden.

Cultureel fenomeen

Het is een cultureel fenomeen, denkt socioloog en publicist Herman Vuijsje. „Want deze jongens zijn geen crimineeltjes. Het is cultureel bepaald.” Drie jaar geleden analyseerde hij in deze krant de reacties van 140 jonge vrouwen op een artikel over sissen en fluiten door groepjes jongens. Vuijsje destilleerde uit die reacties de motieven van deze allochtone jongens: het is een groep die achterblijft in de samenleving. Ze kunnen moeilijk werk vinden en voelen zich afgewezen. „En dan loopt er zo’n op en top zelfverzekerde blonde vrouw voorbij”, aldus een ingezonden reactie.

Het is volgens Vuijsje vooral frustratie en angst. Het is dan ook geen toeval dat het gesis en geroep vrijwel altijd gebeurt in groepsvorm: het gaat niet om het meisje, maar om de jongens zélf. Ze zijn bang om af te gaan voor hun vrienden en moeten de pikorde bepalen in de groep. Bovendien, zegt Vuijsje, hebben ze thuis geen vrouwvriendelijk voorbeeld gehad. De verhouding tussen mannen en vrouwen is in hun cultuur niet uitgebalanceerd.

Niet iedereen is het hiermee eens. Activiste Eve Aronson (29) zegt dat de overlast een mannending is. Vorig jaar november richtte ze Hollaback!Amsterdam op en onlangs deed ze aan de Universiteit van Utrecht onderzoek naar Amsterdamse straatintimidatie. „In New York worden donkere en latinomannen verdacht, hier de Turkse en Marokkaanse Amsterdammers. Mijn ervaring – en die van 92 andere Hollaback!communities in 32 landen – leert dat dit niet klopt. Het gebeurt in elke buurt, niet alleen in achterstandswijken.”

Hans Kaldenbach studeerde opvoedkunde en geeft workshops ‘omgaan met straatoverlast’. Hij ziet dat de ongewenste aandacht bij vrouwen meestal niet fysiek is, tenzij de lastiggevallen vrouw ingaat op het sissen, uitschelden, fluiten en nagelopen worden. „De meeste jongens die dit doen, willen stoer zijn. Ze zijn als de dood dat een vrouw zich omdraait en zegt: ‘Zo versier je geen meisjes’.”

In zijn workshops en boeken behandelt Kaldenbach twee manieren van omgaan met overlast: de judo- en karateaanpak. Wie karate gebruikt (meestal spontaan), gaat direct tegen de man in. Deze agressieve reactie („Rot op!”; „Blijf van me af, viezerd”) is de meest natuurlijke.

Maar de judoaanpak is vaak effectiever: een vrouw buigt zogenaamd mee met de situatie maar trekt uiteindelijk haar eigen lijn. Wie bijvoorbeeld in de nacht alleen naar huis fietst en op een verlaten stukje lastig wordt gevallen door jongens op een scooter, kan het beste wat meebuigen. Die vrouw is namelijk alleen en niet sterk genoeg om terug te boksen tegen de intimidatie. Als ze toneelspeelt dat ze samen best „gezellig een eindje kunnen op fietsen” en begrijpend reageert, kan ze eenmaal onder de mensen hulp van anderen zoeken.

„Als je kansloos bent”, adviseert Kaldenbach, „dan moet je schreeuwen, schelden, bijten en trappen uitstellen.”

Maatregelen

Onderzoekster en activiste Aronson vindt het belangrijk dat er over dit onderwerp wordt gepraat. Op de website van Hollaback! kunnen vrouwen hun verhaal delen en op een kaart aangeven waar het incident plaatsvond. In andere landen heeft zo’n kaart al veel geholpen, zegt zij. Omstanders letten beter op. Raadslid Dilan Yesilgöz-Zegerius (VVD) wil ook weten waar overlast precies plaatsvindt, zodat de politie beter kan opletten. Afgelopen september vroeg zij het college om seksuele intimidatie strafbaar te stellen. Het college antwoordde dat beboeten geen oplossing is, omdat het lastig uitvoerbaar is. De gemeente wacht landelijke wetgeving af en zet vooralsnog liever in op preventieve maatregelen. Zo geven de GGD en Spirit voorlichting gericht op het signaleren en bespreekbaar maken van seksueel overschrijdend gedrag. Er was de training ‘Romeo en Julia’, gericht op het gedrag van jongens jegens meisjes, en de campagne ‘We Can Young’ voor seksuele weerbaarheid van jonge vrouwen.

Vrouwen kunnen melding doen bij Meldpunt Discriminatie Regio Amsterdam, of bij de politie. Maar de politie zegt dat vervolging lastig is omdat er vaak niet genoeg bewijs is. Ze adviseert vrouwen niet om bepaalde plekken te mijden maar „goed te luisteren naar hun gevoel”.