Joop en Tini verlieten hun parapluwinkel net op tijd

Lezers helpen de verwoeste Hoogstraat te herbouwen.

Dit is het verhaal van Joop en Tini Sinke, die op Hoogstraat nummer 227 de parapluwinkel Spiekerman dreven. Hun zoon Ronald (1957) vertelt.

De Sinkes houden op 14 mei 1940 de winkel dicht. Het is de dinsdag na Pinksteren, het weer is droog, maar guur. Waarom ze niet in de winkel zijn? Er wordt al dagen gevochten rond Rotterdam, de dreiging is voelbaar en de haven is een doelwit. Op 11 mei is al een bom op de Hoogstraat gevallen, die bioscoop City verwoestte. Misschien schatten Joop en Tini Sinke de situatie anders in nu zij in verwachting is van hun eerste kind.

Hoe dan ook, de Sinkes logeren deze dagen bij kennissen aan de rand van Rotterdam. Andere winkeliers in de straat hebben de ruimte onder de winkel ingericht als schuilplaats. Ook onder nummer 227 zou dat kunnen; er zijn verschillende kelders, tot onder de straat aan toe. Maar onder de winkel van Sinke liggen alleen paraplu’s.

Joop Sinke krijgt de paraplu als het ware van huis uit mee. Als Utrechtse jongen gaat hij voor zijn vader in Het Gooi de deuren langs om regenschermen te venten. Een paraplu is nog geen inklapbaar wegwerpartikel, maar een accessoire voor de middenklasse. Joop is niet de oudste zoon en de winkel van zijn vader zal hij dus niet overnemen. Maar Sinke sr. koopt voor zijn zoon wel het Rotterdamse filiaal van de firma Spiekerman, die ook gevestigd is aan de Amsterdamse Kalverstraat. De zaak blijft Spiekerman heten. Dat is een vertrouwde naam; ‘sinds 1894’, staat in de advertenties.

In 1939 trouwt Joop met Tini Oudt – zij in een hagelwitte trouwjurk, hij met jacquet en hoge zijden hoed. Dit moet ongeveer het moment zijn dat ze naar Rotterdam vertrekken. Op hun huwelijkskaartje staat dat ze in Utrecht trouwen, maar dat hun „toekomstig adres” Hoogstraat 227 is.

In Rotterdam begeeft Tini, die het katholieke geloof van haar man heeft aangenomen, zich in het religieuze leven van de Dominicuskerk in de straat. Na de oorlog zal ze zitting nemen in het kerkbestuur, Joop wordt collectant, hun dochter helpt in de crèche, de zonen worden misdienaar.

De Dominicuskerk, Spiekerman paraplu’s, de Hoogstraat – op 14 mei is alles verbrand, verwoest. Als Joop de volgende dag gaat kijken, kan hij zijn winkel eerst niet eens vinden. Uiteindelijk ziet hij een metalen stalagmiet waarin hij de half gesmolten wenteltrap herkent die naar hun woning op de bovenverdieping voerde.