‘Je ziet ze in een mum van tijd opbloeien’

Boerderij op IJburg, met veel activiteiten voor kinderen waaronder ponyles, is een succes. De wachtlijst groeit wekelijks met drie tot vijf kinderen.
Boerderij op IJburg, met veel activiteiten voor kinderen waaronder ponyles, is een succes. De wachtlijst groeit wekelijks met drie tot vijf kinderen. Foto Rien Zilvold

Achter een simpel houten hekje staan twee pony’s in het zand. Eromheen staat een clubje kinderen. Het ene kind ontspannen dichtbij, het andere wat bedeesder op afstand. Vóór het hek springt een kind wild van een trampoline op een bok. De hemel is kraakhelder maar het waait hard. De IJburgse kinderen kijken er niet van om: die zijn aan de scherpe wind gewend.

Sinds vorige zomer heeft IJburg een eigen boerderij: eentje die de natuur dichter bij de mensen in de wijk moet brengen, en dan vooral de kinderen. Bijzonder is dat het een burgerinitiatief betreft en dat de boerderij wordt gerund door vrijwilligers. Robert Borghuis (54) is één van de oprichters. Drie jaar geleden was de IJburger klaar met grote bedrijven. Hij wilde terug naar lokaal, „eerlijk en transparant”.

Maar wie nu denkt dat het project vast teert op subsidies, heeft het mis. De boerderij heeft een commercieel model bedacht. Daar ligt hun succes, denkt Borghuis. Ze hoeven namelijk niets van hun vrijwilligers te verwachten omdat een paar (lokale) ondernemers activiteiten regelen en daarvoor regelrecht geld van de deelnemers ontvangen. „Vrijwilligers willen gewoon op zondagmiddag aankomen en een schop in hun handen geduwd krijgen.”

IJburger Zita Pels (29) is verantwoordelijk voor het activiteitenprogramma op de boerderij, en één van de ondernemers. Met een achtergrond in de paardenwereld, meldde ze zich bij Borghuis. „Pony’s zijn een van de weinige dieren waar je geld mee kan verdienen”, zegt ze. „Maar ik wilde het wel anders doen dan traditionele paardrijles. Ik leid kinderen niet alleen op tot ruitertjes.” In plaats daarvan richt ze zich op de vertrouwensband tussen kind en paard. Daar komt ook veel voeden, verzorgen en grondwerk (het paard aan de hand langs hindernissen en obstakels leiden) bij kijken. En kinderen met een beperking worden zo niet buitengesloten. Op aanvraag krijgen zij apart les.

In het veld staan inmiddels negen pony’s. Hun leefomgeving is zo natuurlijk mogelijk ingericht. Ze kunnen altijd twee kanten op als ze het parcours belopen; paarden zijn namelijk vluchtdieren. In totaal zijn nu 180 kinderen „poymaatjes”, de meesten hadden hiervoor nog nooit een paard aangeraakt. Ja, zij zijn bij aanvang wat angstig. Maar die zie je in een mum van tijd opbloeien, verzekert Pels. Ze geeft drie uur per dag en zes dagen per week buiten les, het hele jaar door. Ze kan nét van het minimumloon rondkomen. Pels: „We zijn onlangs uitgebreid, maar dat zou morgen zo weer kunnen.” De wachtlijst groeit wekelijks met drie tot vijf kinderen.

Naast de paardenactiviteiten is er elke woensdagmiddag IJburg Rangers: een natuur- en avonturenclub. Op zondag is er theeleuten voor ouders. En dan zijn er nog de zogenoemde „tuintafels”: moestuinbakken op poten voor mensen in een rolstoel. Het materiaal is betaald door het gehandicaptentehuis om de hoek. Borghuis: „Af en toe halen we de gehandicapten op zodat ze kunnen tuinieren.”

Er zit alleen één schaduwzijde aan dit optimistische verhaal. De kavel is in bezit van de gemeente en volgend jaar moeten ze misschien weg. „Wij hebben bewezen dat we bestaansrecht hebben”, zegt Borghuis. „De behoefte aan vrijetijdsbesteding die niet gericht is op prestatie en regels, groeit.” Hij kijkt even naar de tennisclub, die grenst aan de boerderij. „Ik heb gehoord dat zij mogen uitbreiden op dit stukje land. Dat zou zonde zijn. Ik dacht dat de gemeente juist meer burgerparticipatie wilde.”