Hologram-ster Miku is sloom konijn

Hatsune Miku in ‘The End’
Hatsune Miku in ‘The End’

Het is de natte droom van elke platenmaatschappij: een virtuele popster die altijd en overal kan optreden, die niet betaald hoeft te worden, die geen fouten maakt en die geprogrammeerd kan worden op het bereiken van maximale impact.

Miljoenen vooral Japanse tieners trapten al in de hype rond het bewegende hologram Hatsune Miku, een manga-achtige verschijning met de stem van een zangcomputer en die op haar uitverkochte ‘concerten’ inwisselbare liedjes ‘zingt’.

Het concept werkt uitstekend bij een tienerpubliek, maar om een opera rond dit bewegende stripfiguur te bedenken, bleek gisteravond in de Nationale Opera minstens één brug te ver.

The End van muzikant/bedenker Keiichiro Shibuya draait om het op zich interessante vraagstuk of een door mensen geprogrammeerde avatar zoveel humane trekken kan hebben dat die virtuele persoon ook dood kan gaan. De uitwerking van die kwestie in een anderhalf uur durende show is totaal onsamenhangend. In The End ontbreekt ieder spoor van een verhaallijn. De sloom bewegende Hatsune Miku slaagt er vooral in het publiek te vervelen met monotoon gemurmel. Eindeloos herhaalt ze tekstregels en de houterige interactie met haar enige tegenspeler in deze ‘opera’. Miku is een mompelend speelgoedkonijn.

Muzikaal doet Keiichiro Shibuya niets dat synthesizerpionier Vangelis in 1980 niet al veel beter deed. De voorstelling, die in wezen niet veel meer is dan een lange videoclip bij monotone synthesizermuziek, moddert moeizaam voort met beelden van de knullige mangafilmpjes waarin Miku tweedimensionaal figureert.

De grootste zwakte van The End is dat de makers er op geen enkel moment in slagen enige emotie of geloofwaardigheid te projecteren op de virtuele hoofdpersoon, die tergend langzaam en met rommelige tekstvertalingen aanstuurt op haar dood in een zee van licht. Zelfs daarna moddert het nog een kwartier zinloos voort.

Jammer voor al die jonge meisjes die als fans van de popster Hatsune Miku misschien wel voor het eerst in een operahuis waren, en die naar huis gingen met de indruk dat daar alleen maar dodelijk saaie bombast wordt opgediend.