Hobby: mensen helpen

Hulp voor minderbedeelden is niet iets van vroeger, maar nog altijd hard nodig. Serviceclub Kiwanis laat arme kinderen gratis spelen in Plaswijck.

Het springkussen van Plaswijckpark op de ‘ Kiwanis’-Kinderdag. Gratis entree, inclusief een patatje voor kansarme kinderen.
Het springkussen van Plaswijckpark op de ‘ Kiwanis’-Kinderdag. Gratis entree, inclusief een patatje voor kansarme kinderen. foto Andreas Terlaak

Het Plaswijckpark stroomt vol met 200 kinderen, getooid met vers verkregen felblauwe Kiwanis-petjes. „Het zijn iets minder bedeelde kinderen uit Rotterdam”, zoals secretaris Dirk Stehouwer van de ‘Serviceclub’ het voorzichtig omschrijft. Ze zijn uitgenodigd het park gratis te bezoeken, inclusief bon voor een patatje. En zo biedt de Hillegersbergse speel- en dierentuin voor één dag een perfecte afspiegeling van de Rotterdamse jeugd.

Stehouwer roept naar een jongetje bij de ingang. „Ho. Even de pet goed.” Hij pakt de veel te loszittende pet van het hoofd van het jongetje, maakt hem wat strakker en zet de pet terug. Het jongetje rent weg, richting het park. Zijn moeder met een hoofddoek en een kinderwagen roept hem. „Bedankt zeggen!” Het jongetje stopt, een seconde. Hij draait zich om. “Bedankt!”. Hij rent weer verder.

Het is een van de weinige interactiemomenten tussen de kinderen en de leden van Kiwanis, tijdens de jaarlijkse kinderdag in Plaswijckpark. Dat is ook niet de bedoeling, legt Dirk uit. „Wij willen vooral dat de kinderen het naar hun zin hebben, wij hoeven daar niet tussen te zitten.”

Kiwanis noemt zichzelf dan ook een ‘serviceclub’. Dat houdt in dat de club activiteiten organiseert en daarvoor sponsoring bijeen zoekt via hun netwerk. De landelijke organisatie Kiwanis bestaat inmiddels honderd jaar, de Rotterdamse afdeling nu bijna 47 jaar. Wapenfeiten zijn onder andere het Prinses Amalia kinderopvanghuis in Spangen en de oprichting van Stichting Hebi, een organisatie die couveuses bouwt voor ziekenhuizen in Afrika.

Oorspronkelijk was Kiwanis een mannenclub, inmiddels zijn ook vrouwen welkom. Dat laatste heeft vooralsnog vooral een symbolische betekenis, aangezien zich ‘nog geen vrouwen hebben gemeld’, aldus Stehouwer. In totaal zijn er twintig Rotterdamse heren lid.

Lid worden met alleen een flink pak geld heeft geen zin volgens Stehouwer. „Het is de bedoeling dat je actief wordt, je kunt niet alleen maar geld doneren om goed te doen.”

Wat is goed doen? Allereerst: meevergaderen. Twee keer per maand in het Parkhotel, afwisselend met diner. En zo nu en dan meehelpen met de activiteiten: kerstpakketten langs brengen, kinderen ontvangen voor het Hofplein Theater en zoals vandaag, de Kinderdag.

Het geld mag dan wel in het netwerk zitten, de minderbedeelde kinderen niet. Daarvoor heeft Kuwanis Ludie Koot (58) ingeschakeld, maatschappelijk werker bij CVD op 15 verschillende scholen in Rotterdam. Koot geeft de kinderen die het kunnen gebruiken en hun ouders een vrijkaartje voor het park, dat anders ruim 11 euro entree vraagt. Ze vertelt enthousiast over haar werk, tot ze plots twee kinderen aan haar broekspijp voelt. Ze stopt met vertellen en geeft ze een knuffel. „Kijk die koppies. Ik vind dit zo leuk voor ze.”

De Kiwanisleden vertellen dat ze al in Plaswijckpark kwamen ‘toen er eigenlijk nog niet zoveel was’. Penningmeester Leo Kathman (net als Stehouwer 66): „Zestig jaar geleden had je een glijbaan. Als je daar vanaf gleed, moest je onderaan de glijbaan twee cent betalen.”

De leden hebben er inmiddels voor gezorgd dat de attractie kan concurreren met verderop gelegen pretparken, vooral Drievliet. Zo hebben ze er een Milieutuin opgezet en was ook het befaamde verkeersplein een product uit hun keuken. Stehouwer: „Dat had een bestuurslid gezien in Amerika. Het plein is gebouwd op schuimbeton, zodat het niet verzakt op de drassige grond. Het heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat Plaswijck niet over de kop is gegaan.”

Stehouwer overdrijft niet. Het verkeerspark is veruit de meest populaire attractie. Een tijdje observeren leert dat kinderen allemaal op dezelfde manier spelen, waar ze ook vandaan komen. De regels worden niet bepaald door stoplichten, wegmarkeringen of afkomst, maar vooral door leeftijd. Een jongetje met een blauwe pet trapt hard door. Hij is wat ouder, dus hij mag overal langs. „Tatu, tatu”, roept hij, terwijl andere kinderen, met of zonder blauwe pet, gauw opzij gaan.

Kinderen zijn gewoon kinderen. Wat oudere mannen blijven oudere mannen. Ondanks sporadische verjonging in de club, heeft de nieuwe aanwas besloten een eigen Kiwanis op te zetten in Rotterdam. Werkelijk gemengd, met jongere zielen. Op 11 juni gaat de Kiwanis Young Professionals officieel van start. Stehouwer is trots. „Zij willen het weer anders doen. Daar heb ik niets op tegen. Ik ben blij dat ze goed willen doen.”