Elke stad heeft zo zijn hitte-eilanden

De hittegolven nemen toe en daar zijn onze steden niet op berekend – dat betekent meer gezondheidsrisico’s.

Vorig jaar verhuisden Hanneke van Veen en Rob van Eeden naar een nieuwbouwhuis in de Haagse Rivierenbuurt. Het huis bevalt prima, de wijk ook. Behalve één ding. „We wonen op een hitte-eiland.” Zijn vrienden dachten dat hij het over Mallorca had. Nee, hij had het over Den Haag.

Vandaag wordt het op veel plaatsen ruim 30 graden. Op het balkonnetje van Van Eeden misschien wel 34 graden (en een dag later, als de hitte aanhoudt, misschien wel 36).

Den Haag heeft veel hitte-eilanden; stukken dichtbebouwd gebied waar het vaak veel warmer is dan op het platteland. Op een dag als vandaag kan het in deze delen van de stad tot wel 8 graden warmer worden dan op het platteland. Dat komt door de aanwezigheid van veel steen – Den Haag kent de dichtst bevolktste wijken van het land – en weinig groen.

Lees ook: Het hitteplan is geen overbodige luxe

In bijna alle Nederlandse steden komen hitte-eilanden voor. „En zelfs in dorpjes”, zegt onderzoeker Natalie Theeuwes. Zij promoveert dit jaar aan de Universiteit van Wageningen op de oorzaak van dit fenomeen. Steden zijn kwetsbaar voor zomerse hitte. Bij veel zon en weinig wind kunnen de temperatuurverschillen binnen een stad flink oplopen. In de nacht zijn de verschillen het grootst. „Huizen en gebouwen warmen op gedurende de dag en houden de warmte vast in de straten door middel van straling”, aldus Theeuwes. Uit haar onderzoek blijkt: hoe hoger de gebouwen en hoe smaller de straten, des te kleiner is het warmte-eiland-effect in de zomer. Denk aan de typerende smalle straatjes in Toscane. „Die creëren veel schaduw. In de winter is het precies andersom. Dan houden die straatjes juist hitte vast.”

Hitte is slecht nieuws voor kwetsbare groepen zoals ouderen, zieken en kleine kinderen. Zij kunnen ernstige gezondheidsproblemen krijgen (hitteberoerte, slaapproblemen, verminderde arbeidsproductiviteit) en zelfs aan de gevolgen van hittestress overlijden. Tijdens de hittegolf in 2006 in Europa vielen er in Nederland zo’n 1.000 doden extra door aan de hitte gerelateerde sterfte.

De Universiteit van Wageningen en andere instituten doen sinds een jaar of zes serieus onderzoek naar hitte-eilanden, zegt Theeuwes. „In ons koude kikkerlandje werd hitte nooit eerder als probleem gezien.” Inmiddels is dat anders. Klimaatverandering leidt tot hogere temperaturen en de verwachting is dat hittegolven vaker zullen voorkomen en langer zullen duren.

Extreme weersomstandigheden zijn van invloed op het functioneren van een groot aantal mensen. In Nederland woont 40 procent van de bevolking in de 36 grootste steden. Dat is goed voor driekwart van het bruto nationaal product.

Steden moeten daarom beter kunnen afkoelen. Dat is mogelijk door meer groen. Bomen geven schaduw en water verdampt via hun blad. Meer bomen en struiken in de straten zorgen voor een daling van de temperatuur met ongeveer 0,6 graden per 10 procent meer groen. Waterpartijen in de stad zouden ook helpen, wordt er wel eens gedacht. Maar dat klopt niet, blijkt uit onderzoek van Theeuwes. „Water zorgt overdag voor verkoeling. Maar in de vroege ochtend wordt die ‘koelkast’ een soort straalkachel. Het water is dan namelijk warmer dan de lucht erboven.”

Lees ook: De kantoorairco is afgestemd op mannen

Hitte-eilanden worden een steeds groter probleem, maar gemeenten trekken er nog weinig geld voor uit, zegt Theeuwes. „In veel steden zijn ze niet eens in kaart gebracht.” Wel worden er subsidies verstrekt voor de aanleg van een groen dak of geveltuin.

In hun Haagse energie-A-plus-label-woning merken Rob van Eeden en zijn vrouw nauwelijks dat ze op een hitte-eiland wonen. „Maar als je bijvoorbeeld in de Schilderswijk woont, is dat wel anders”, aldus Van Eeden. Vorig jaar richtte het stel de site hitte-eilanden.nl op om meer aandacht te vragen voor het probleem. „Ik hoop niet op een hittegolf, maar ik vrees dat er eerst nog een paar honderd doden meer moeten vallen voordat de politiek iets aan dit probleem gaat doen.”