Opinie

Een politicus die uit is op macht, is niet per se een slecht mens

Nederlandse politici kunnen wat leren van hun Italiaanse collega’s: die zijn opgegroeid met Machiavelli en grossieren in onnavolgbare manoeuvres, stelt

Ilja Leonard Pfeijffer.

Hoewel we onszelf graag geruststellen met de gedachte dat politiek in eerste instantie draait om behoorlijk bestuur en het bedenken en uitvoeren van het beste beleid met het oog op het landsbelang, is macht datgene waar het eigenlijk over gaat. Zo is het altijd geweest en zo zal het altijd zijn. En een politicus die uit is op macht, is niet per se een slecht mens. Macht is nodig om de wensen van de achterban te realiseren. Een politicus die zegt dat macht hem niet interesseert, is ofwel een leugenaar ofwel een naïeveling die niet geschikt is voor zijn vak.

Ik denk dat ik meer oog heb gekregen voor het machtsdenken in de politiek omdat ik al een tijdje in Italië woon, waar politici zijn opgegroeid met Machiavelli en waar de politieke arena een hogeschool is voor sluwe strategieën, briljante tactiek en onnavolgbare manoeuvres. In vergelijking daarmee zijn Nederlandse politici een stelletje brave boekhouders, niet bepaald behept met een bovengemiddelde intelligentie, die kansen over het hoofd zien en gelegenheden onbenut laten.

Neem bijvoorbeeld de huidige politieke verhoudingen in ons land. Daar zijn twee recente verschuivingen waar te nemen die aan bepaalde partijen een uitgelezen kans bieden om hun macht te vergroten. Ten eerste is de coalitie met de drie gedoogpartijen haar meerderheid kwijt in de nieuwe Eerste Kamer. Ten tweede wordt er een steeds dramatischer verlies voor de PvdA gemeten in de peilingen. Vorige week werd het historische dieptepunt bereikt van negen zetels.

Het grootste wapen dat de regeringspartijen tot hun beschikking hebben, is dat zij het moment kunnen bepalen van nieuwe verkiezingen. Ze hoeven alleen maar te breken.

Voor de VVD is het een ideaal moment om dat te doen. De regering heeft een aantal belangrijke hervormingen tot stand gebracht die de partij in een verkiezingscampagne gemakkelijk kan claimen als successen, terwijl de coalitiegenoot de PvdA keihard wordt afgestraft op deelname aan het kabinet.

Door het verlies van de meerderheid in de Eerste Kamer zijn de drie constructieve oppositiepartijen een belangrijk deel van hun politieke invloed kwijt. Vooral Alexander Pechtold vindt dit niet leuk. Daar komt bij dat D66 erg goed heeft gescoord bij de recente verkiezingen en er florissant bij staat in de peilingen. Ook voor D66 zou het ideaal zijn als er zo snel mogelijk verkiezingen kwamen.

De VVD en D66 delen dus eenzelfde belang. De VVD zou de val van het kabinet kunnen ensceneren en kan de hulp van D66 daar goed bij gebruiken om te maskeren dat de regeringspartij zelf aanstuurt op een breuk. Het is even zoeken naar een principieel punt dat goed ligt bij hun achterban. En na de verkiezingen te hebben gewonnen kunnen de partijen aansturen op een coalitie van VVD, D66 en CDA.