De wraak van Poetin

Heel vervelend, dat inreisverbod voor Nederlandse politici. Maar het is niks vergeleken met hoe Poetin tegenstanders in eigen land behandelt, meent Robert van Voren.

Illustratie Hajo
Illustratie Hajo

Vorige week werd Europa opgeschrikt door een ‘zwarte lijst’. Van 86 westerse politici werd bekend dat zij door het Kremlin een inreisverbod opgelegd hadden gekregen. Het was een opmerkelijke selectie: een aantal had de actieve politiek al verlaten. Een bij elkaar geraapte lijst, zo leek het.

Toch zit er logica achter. De lijst is samengesteld op basis van de persoonlijke toorn van de Russische president Vladimir Poetin. Zowel zijn regeerperiode als zijn onderburgemeesterschap van St. Petersburg als zijn eerdere loopbaan bij de geheime dienst KGB, maakten duidelijk dat Poetin de gewoonte heeft zaken persoonlijk te nemen. Behoor je eenmaal tot zijn persoonlijke vijanden, dan blijf je dat.

In Nederland werden Europarlementariër Hans van Baalen (VVD), PvdA-Kamerlid Michiel Servaes en Louis Bontes (Groep Bontes/Van Klaveren) getroffen door het inreisverbod. Heel vervelend, maar vergeleken met andere tegenstanders komen ze er nog goed van af. Poetin bedient zich namelijk ook van bedreigingen, fysiek geweld en moordaanslagen. De lijst slachtoffers wordt langer en langer.

Drie maanden na de moordaanslag op oppositieleider Boris Nemtsov lijkt opnieuw een oppositieleider slachtoffer. De Russische journalist en politicus Vladimir Kara-Moerza ligt in kritieke toestand in een Moskous ziekenhuis. Toen hij op 27 mei op kantoor onwel werd, dachten artsen aan een dubbele longontsteking. Inmiddels zijn er voldoende aanwijzingen voor vergiftiging. Bloedmonsters mislukten echter ‘om technische redenen’.

Kara-Moerza, in 1981 geboren in een Moskouse intellectuele familie, studeerde geschiedenis in Cambridge. In 2012 werd hij beleidsmedewerker van het Instituut voor een Modern Rusland in de VS, opgericht door de zoon van de oligarch en toen nog politieke gevangene Michail Chodorkovski. Later remigreerde hij naar Moskou en werd vertegenwoordiger van Chodorkovski’s organisatie ‘Open Russia’. Kara-Moerza ligt nu in een kunstmatige coma.

Op onverklaarbare wijze ziek

Zijn geval staat niet op zich. Er is voldoende reden om aan te nemen dat het een aanslag betreft. De afgelopen jaren werden veel van Poetins tegenstanders op onverklaarbare wijze ziek of wisten ternauwernood aan de dood te ontsnappen. Enkelen overleefden het niet.

Bekend is het lot van de voormalige KGB’er Aleksandr Litvinenko: in 2006 in Londen vergiftigd met polonium-210. Hij was een fervent tegenstander van Poetin en beschuldigde hem niet alleen van grootschalige corruptie, maar ook van bomaanslagen op Moskouse flatgebouwen waarbij honderden burgers om het leven kwamen – door Poetin aangegrepen om de Tweede Tsjetsjeense Oorlog te beginnen.

Pas in juli 2014 werd in Engeland het lijkschouwersonderzoek gestart, ook was er een aantal publieke hoorzittingen. Er werd overtuigend bewijs aangeleverd. Twee Moskouse agenten hebben waarschijnlijk met zijn thee geknoeid. Eén van hen is nu lid van de Doema, het Russische parlement.

Drie jaar eerder, in 2003, stierf Joeri Sjtsjekotsjichin. Hij was Doema-lid en één van de oprichters van de onafhankelijke krant Novaja Gazeta. Sjtsjekotsjichin werkte daar als redacteur en verdiepte zich in corruptiezaken, Tsjetsjenië, wapenhandel en georganiseerde misdaad. Hij publiceerde over corrupte hoge ambtenaren bij de geheime dienst FSB. Er zouden honderden miljoenen dollars via de Bank of New York naar het buitenland gesmokkeld zijn. Volgens Sjtsjekotsjichin kreeg de openbaar aanklager twee miljoen dollar om het onderzoek hiernaar te staken. Kort na een uitgebreid artikel over deze zaak werd hij op een zakenreis ziek. Hij keerde terug naar Moskou met hoge koorts, een zere keel en een brandend gevoel over zijn hele lichaam. Op 21 juni 2003 werd hij in het ziekenhuis opgenomen. Na twaalf dagen stierf hij. Het ene orgaan na het andere was uitgevallen, zijn huid liet los en zijn haar viel uit. Hoewel artsen het op een allergische reactie hielden, stelden ze niet vast welk allergeen de oorzaak was. Medische testen werden ‘geheim’ verklaard. De precieze doodsoorzaak is nooit vastgesteld. Onderzoeken werden gefrustreerd.

Gif in de thee

Ook de journaliste Anna Politkovskaja werd slachtoffer van een poging tot vergiftiging. In 2004 werd zij tijdens een vlucht naar Rostov ernstig ziek. Zij was op weg naar Beslan, waar eerder Tsjetsjeense terroristen een school hadden bezet. Bij de mislukte bevrijdingspoging kwamen meer dan 300 gijzelaars om het leven, waaronder bijna 200 kinderen. Politkovskaja onderzocht in hoeverre de FSB bij de gijzeling betrokken was geweest en of deze door hen met opzet was georganiseerd als voorwendsel voor verdere acties in Tsjetsjenië.

In het vliegtuig dronk zij thee en werd onmiddellijk ziek. Gelukkig werd zij overgebracht naar het American Medical Center in Moskou waar gespecialiseerde zorg haar leven redde. Van hogerhand werd echter bevolen de bloedtesten te vernietigen en dus is nooit vastgesteld welk gif was gebruikt. Twee jaar later werd Politkovskaja in haar portiek doodgeschoten.

Het toenemend aantal onverklaarbare doodsoorzaken heeft inmiddels geleid tot het heronderzoeken van oude doodsoorzaken. Zo ook in het geval van de zakenman Aleksandr Perepilitsjni, die in 2012 in de buurt van zijn huis in Londen bezweek, naar het zich toen liet aanzien ten gevolge van een hartstilstand. Naar nu blijkt bezocht Perepilitsjni kort voor zijn dood Parijs voor een zakelijke ontmoeting met onbekende personen. Na terugkeer in Engeland werd hij plotseling ziek. Om een beetje bij te komen, besloot hij te gaan joggen op het landgoed waar hij een huis had gehuurd. Van dat joggen kwam hij nooit meer terug; zijn lichaam werd later die dag gevonden.

Aleksandr Perepilitsjni had ook een probleem met Moskou. Ook hij had bewijs over een grootschalig corruptieschandaal waarbij zo’n 200 miljoen euro belastinggeld achterover was gedrukt. Hij was getuige bij een Zwitsers onderzoek naar Russische witwaspraktijken en had ook bewijsmateriaal geleverd over de betrokkenheid van enkele Russische ambtenaren bij de gewelddadige dood van de advocaat Sergej Magnitski in een Moskouse cel in 2009. Perepilitsjni’s dood bleek niet het gevolg van een hartstilstand, maar van een Chinees gif waarvan sporen in zijn bloed werden aangetroffen.

De onrust onder tegenstanders van Poetin is inmiddels groot. Men vreest dat dit pas het begin is en dat vele andere gevallen bekend zullen worden, hetzij van mensen die in de afgelopen 15 jaar zijn gestorven, of nieuwe gevallen zoals van Vladimir Kara-Moerza die nu in een Moskous ziekenhuis voor zijn leven vecht.