De kinderen van Fukushima

Veel kinderen in en rond Fukushima hebben psychische stoornissen sinds de kernramp in 2011; een gevolg van de stress waaronder hun ouders nog steeds leven. „Veel leerkrachten hebben hun klas niet meer onder controle.”

Kinderen en hun moeders ontvangen psychologische hulp in een peuterspeelzaal, nabij de kerncentrale van Fukushima.
Kinderen en hun moeders ontvangen psychologische hulp in een peuterspeelzaal, nabij de kerncentrale van Fukushima.

Alles lijkt normaal in het peuterspeelzaaltje in de Noord-Japanse stad Minamisoma: vrolijk gelach en uitbundig spelende peuters en hun moeders, begeleid door enkele peuterleidsters. Maar het onschuldige speelgroepje zit vol verborgen drama. De moeders komen uit de volledig ontruimde stad Namie, in de prefectuur Fukushima. Vier jaar na de nucleaire ramp is de straling nog altijd te hoog om terug te keren. De 18.000 inwoners wonen nu verspreid.

Eens per maand komen moeders samen in Minamisoma. De stad ligt op slechts 25 kilometer van de beruchte kerncentrale, maar is sinds 2012 weer deels bewoond. De gemeentelijke gezondheidsdienst van Namie organiseert hier bijeenkomsten om psychologische hulp te verlenen.

„Er is iets vreemds aan de hand.” Die woorden hoorde psychotherapeute Kanae Narui, praktiserend in Fukushima, in 2013 steeds vaker. Verplegend personeel in consultatiebureaus merkte dat er iets mis was met veel kinderen. „Er waren extreem veel kinderen met problemen”', zegt de 63-jarige Narui, die geregeld in de peuterspeelzaal is. Sommigen hadden problemen bij minder aandacht, anderen raakten snel in paniek. Weer anderen waren onstuimig, of hadden een vertraagde taalontwikkeling. Soms was er een combinatie van problemen. „We zagen dat kinderen geïrriteerd raakten. Ze hadden gespannen gezichten, lachten niet. Ze beten veel.” Narui en haar collega’s vonden het verontrustend. „Dit was vóór een diagnose was gesteld, het was nog te vroeg om het ontwikkelingsstoornissen te noemen, maar het was duidelijk dat dit aandacht vereiste.”

In het zaaltje in Minamisoma zijn twee meisjes wel heel erg verlegen. Het enige jongetje daarentegen is een duiveltje. Hij luistert nauwelijks naar zijn moeder en steeds weer rent hij de hele kring door om even een pop te betasten, waarmee een leidster gymnastiekoefeningen voordoet. Zijn moeder bedekt haar gezicht af en toe wanhopig met haar handen. Mogelijk gaat het om stoornissen als gevolg van de evacuatie uit Namie.

Toen Narui in 2013 op studiereis ging in Wit-Rusland, liet ze zich informeren over ontwikkelingsstoornissen van kinderen. Wit-Rusland werd in 1986 blootgesteld aan aanzienlijke nucleaire fall-out van de explosie in de kerncentrale van Tsjernobyl in buurland Oekraïne. Er is daardoor veel kennis over de gevolgen van zo’n ramp. Psychische problemen, vertelde een dokter, hadden de meeste aandacht vereist.

Geestelijke gezondheidszorg

Heart Full Heart, de non-profitorganisatie voor geestelijke gezondheidszorg die Narui runt, werkt nauw samen met de lokale overheid om de kinderen in Fukushima te helpen. Inmiddels weet ze veel meer over hun problemen. Het zijn inderdaad ontwikkelingsstoornissen, legt ze uit. En hoewel de ramp vier jaar geleden is en de kinderen weer buiten spelen, nemen deze problemen volgens de psychotherapeute nog steeds toe: „Gewoonlijk vinden we ontwikkelingsstoornissen bij minder dan negen procent van de kinderen. Maar in gebieden die hoge radioactiviteit hadden, vertoonde vijftig procent van de kinderen problemen.” In gebieden met relatief lage radioactiviteit zeker een derde. Het gaat volgens haar om schattingen, harde onderzoeksdata zijn er nog niet.

Wel is duidelijk dat de problemen met de kinderen uniek zijn voor Fukushima. „Psychische problemen veroorzaakt door een nucleaire ramp zijn totaal anders dan die van een aardbeving of tsunami”, zegt professor Yuji Tsutsui, directeur van het Centrum voor Psychologische Studies van Rampen aan de Universiteit van Fukushima. Natuurrampen veroorzaken trauma’s doordat mensen worden geconfronteerd met een strijd op leven en dood, zegt hij. Omdat radioactiviteit onzichtbaar is ervaren mensen dat niet bij een nucleaire ramp. „Wat een nucleaire ramp kenmerkt is dat mensen voortdurend angst hebben kanker of andere gezondheidsproblemen te krijgen door de onzichtbare straling.” Dit veroorzaakt stress. De langere evacuatie na een nucleaire ramp veroorzaakt volgens hem nog meer stress en verdere psychische problemen. De stress werd in Fukushima verhoogd door een tekort aan opvangplekken voor het grote aantal evacués.

Voortdurend verkassen

„Ze reisden van hot naar her”, zegt Narui. Haruna Suzuki, ook in de peuterspeelzaal, is een typisch voorbeeld van iemand die vaak verhuisd is. Op de dag van de eerste ontploffing bij de kerncentrale werd zij met haar familie ondergebracht in een school. „We sliepen daar in onze auto en hadden geen voedsel”, herinnert ze zich. De dag erna trokken ze in bij haar oom, op enkele uren rijden van de school. „Maar daar zat het propvol met familie.” Twee dagen daarna trokken ze daarom in een appartement van een familielid.

Bijna drie weken later huurde de hele familie een appartement dat weer in een heel ander deel van Fukushima lag. „We woonden met zes mensen in een piepklein appartement”, zegt Suzuki. „Ik had totaal geen plek voor mezelf.” Twee jaar later lukte het Suzuki en haar echtgenoot eindelijk een eigen appartement te krijgen. Een half jaar daarna verhuisden ze weer. Ditmaal naar het nieuw gebouwde huis van haar schoonouders.

„Veel ouders vertellen me dat ze de tijd en puf niet hadden zich om de kinderen te bekommeren”, zegt Narui. „Ze moesten steeds weer verhuizen, talloze documenten invullen, en ga maar door.”

De vele moeilijke besluiten die genomen moesten worden veroorzaakten enorme stress. Evacués wilden zo dicht mogelijk bij hun geboorteplaats blijven. Velen zijn enorm gehecht aan hun geboorteplaats en woonden al generaties lang op dezelfde plek, dicht bij het graf van de voorouders dat liefdevol werd onderhouden. Vaak honderden jaren lang. Maar door de buitenwereld werden deze mensen vaak streng beoordeeld.

Suzuki’s dochter Juna werd dertien maanden na de ramp geboren. Veel mensen vroegen haar waarom ze een kindje had in Fukushima. „Ik was banger voor de reacties van anderen dan voor radioactiviteit”, zegt ze. „Wanneer mensen me vroegen waarom ik niet uit Fukushima vertrok, maakte het me heel bedroefd.” Ze begon zich af te vragen of haar besluit vreemd was.„Iedereen praatte alsof het vanzelfsprekend was om Fukushima te verlaten.”

Voor diegenen die besloten te blijven hing de dreiging van een onzichtbare vijand boven het hoofd. Veel moeders hielden hun kinderen binnen. „Als een kind zei dat het buiten wilde spelen zei de moeder dat dat niet mocht. Dat gaf veel stress”, zegt Narui.

Moeders waren er ook niet zeker van of het voedsel dat ze hun kinderen gaven betrouwbaar was. En omdat het sociale netwerk uit elkaar was gerukt, kenden ze nauwelijks mensen om op terug te vallen voor advies en steun. Dit verergerde de problemen. Kinderen konden én niet buiten spelen én kregen onvoldoende sturing en liefde van gestreste ouders. „Net op de leeftijd dat kinderen leren pret te hebben van rennen en bewegen, werden ze beperkt”, zegt Narui. Gewoonlijk leert een kind de emoties onder controle te krijgen als het een jaar of drie is. Maar veel Fukushima-kinderen leerden niet buiten te spelen en hoe zichzelf in bedwang te houden. „Juist gedurende de periode dat ze dat soort dingen leren, hebben ze niet die kans gekregen. Daarom zijn ze er nu slecht in.”

Problemen in het onderwijs

De psychische problemen raken alle kinderen, zegt hoogleraar Tsutsui. Zijn groep onderzoekt de psychologische impact van de nucleaire ramp op kinderen van anderhalf tot en met twaalf jaar oud. „We bevestigden dat er een psychologische stressreactie is voor alle leeftijden, en dat dit zich vier jaar na de ramp nog altijd voortzet.”

Dat is merkbaar in het onderwijs. Volgens psychotherapeut Narui zijn er veel problemen op kleuterscholen en in de eerste twee jaar van het lager onderwijs. Deze kinderen waren tussen één en drie jaar oud tijdens de ramp, een belangrijke periode in hun ontwikkeling. Narui: „In lagere schoolklassen blijven kinderen niet op hun stoel zitten, ze lopen de klas uit, luisteren niet naar de leerkracht, volgen de regels niet en meer van dat soort problemen. Veel leerkrachten hebben hun klas niet meer onder controle.” Velen willen niet lesgeven aan dergelijke klassen.

Kinderen jarenlang binnengehouden

Deze kinderen vereisen een diagnose, maar na de ramp van vier jaar geleden staat de gezondheidszorg in Fukushima onder zware druk. Narui: „Er zijn veel kinderen die onderzocht moeten worden, dus er is een wachtlijst van zes tot negen maanden.” Criteria voor de diagnose zijn nog vaag. „We zoeken naar een oplossing.” Er is weinig ervaring met een ramp zoals die in Fukushima. Het kernongeval van Three Mile Island in de VS in 1979 was relatief beperkt. Tsjernobyl raakte weliswaar een groot aantal mensen, maar psychische problemen werden aanvankelijk genegeerd. Er zijn daarom weinig psychotherapeuten en andere experts met ervaring. „Voorheen hoorden we niet over ontwikkelingsstoornissen door stress”, zegt Narui. Tijdens eerdere evacuaties konden kinderen hun stress kwijt door buiten te spelen, legt ze uit, maar in Fukushima werden kinderen jaren binnen gehouden.

Zonder vergelijkbare ervaring is het onduidelijk wat voor effect dit heeft wanneer de kinderen volwassen worden. Veel moeders maken zich bezorgd over hoe hun kinderen reageren wanneer ze beseffen wat er gebeurd is. „Ik ben niet zo streng geweest met het verbieden van buiten spelen, dus ik denk niet dat ze nu stress heeft”, zegt Suzuki over dochter Juna. „Maar ik maak me zorgen over haar school en wanneer ze gaat trouwen. Gaat ze zich zorgen maken als ze ouder wordt? Gaat ze zich afvragen, ‘Is alles wel goed met me?’” Suzuki laat Juna daarom regelmatig controleren op besmetting. „Dan kan ik haar later vertellen, ‘Alles is in orde, hoor’.”