De kille blik op de Griek

De Europese Unie en Griekenland ruziën al maanden over miljardenschulden. De Grieken voelen zich aangevallen door buitenlandse media. Waarom? En hoe wordt vanuit zes landen over de Griekse schuldencrisis bericht?

ILLUSTRATIE RUITER JANSSEN
ILLUSTRATIE RUITER JANSSEN

Onbegrepen en ongeliefd. De Grieken voelen zich dat al maanden. In een zondag in de Franse krant Le Monde gepubliceerde open brief klaagde de Griekse premier Alexis Tsipras opnieuw over de indianenverhalen die over zijn regering de ronde doen. „Ik zou deze kans willen grijpen om de waarheid te tonen en de publieke wereldopinie op verantwoordelijke wijze te informeren.’’

Griekenland schuift zich volgens Tsipras niet „onbuigzaam” en „zonder ideeën” aan bij de onderhandelingen die het voert over de noodsteun die het kan krijgen als het fiks bezuinigt en hervormt. Waarom dan steeds weer die „gecoördineerde lekken” om het land in een slecht daglicht te plaatsen?

Tja, waarom? Deels heeft Tsipras het er zelf naar gemaakt. Na de gewonnen verkiezingen in januari ging de nieuwe links-radicale premier met gestrekt been en knullig die onderhandelingen in. Bijvoorbeeld door te beginnen over Duitse herstelbetalingen voor leed uit de Tweede Wereldoorlog. Of door overal bij voorbaat strepen in het zand te trekken. Lastig hoor, die Grieken.

Tegelijk vergist Tsipras zich niet. De aversie tegen de Grieken wordt bewust gevoed. Want niemand wil horen, ook al geven statistieken daartoe genoeg aanleiding, dat de Europese bezuinigingspolitiek na vijf jaar nog niet het gewenste resultaat oplevert. De Griekse crisis draait niet zozeer om realistische oplossingen, maar om politiek zelfbehoud: wie de Grieken matst, erkent impliciet dat dit beleid heeft gefaald. Dan kan je de Grieken maar beter wegzetten als lastig en onredelijk.

De Griekse minister van Financiën, Yanis Varoufakis, vindt de „vloed aan leugens” ondraaglijk. Vorige week schreef hij een blog over een Eurogroep-vergadering in het Letse Riga, op 24 april, waarin hij door EU-ambtgenoten zou zijn uitgemaakt voor „een amateur, een tijdverspiller en een gokker” – een verhaal dat „als een ongebreideld riool” de krantenkolommen bereikte. „Ik weerstond alle provocaties”, zegt Varoufakis. Totdat het de spuigaten uitliep. Want er is niets van waar. Sterker nog, hij bezit het onweerlegbare bewijs: een heimelijk door hem met de iPhone gemaakte opname van de EU-ministers.

Een bekentenis waarmee meteen een nieuwe rel was geboren. Je zou bijna zeggen: typisch Grieks.