Chinese hackers breken in bij Amerikaanse overheid

Bij een inbraak zijn gegevens van 4 miljoen ambtenaren buitgemaakt. De FBI wijst naar China. Dat land noemt de aantijgingen contraproductief.

President Obama (links) en zijn Chinese ambtgenootXi Jinping spraken elkaar in juni 2013 in Californië voor het eerst.
President Obama (links) en zijn Chinese ambtgenootXi Jinping spraken elkaar in juni 2013 in Californië voor het eerst. Foto Jewel Samad/AFP

Chinese digitale spionnen hebben ingebroken in de computers van het Amerikaanse Office of Personnel Management, waar de persoonlijke gegevens van vier miljoen federale overheidsambtenaren zijn opgeslagen. Het sterke vermoeden dat Chinese hackers achter een aantal inbraken bij de Amerikaanse overheid zitten werd vanochtend bevestigd door de FBI.

China ontkende meteen de „ongefundeerde hypothetische vermoedens” en noemde de aantijgingen „onverantwoordelijk en contraproductief”. Het ministerie van Buitenlandse Zaken in Beijing liet weten dat grensoverschrijdende hackerspraktijken moeilijk te bewijzen zijn. Hoe groot de schade is van de inbraak in de digitale dossiers is nog onhelder. Wel is duidelijk dat de hackers nu onder meer beschikken over de mailadressen, bankrekeningnummers, sofinummers van alle actieve en gepensioneerde Amerikaanse ambtenaren – ook die van het Pentagon – uitgezonderd die van de FBI en de CIA.

De gegevens werden in april gestolen. Begin mei kwam vast te staan dat er een verband is met digitale inbraken bij Anthem en Premera Blue Cross, bedrijven die verzekeringen voor ambtenaren aanbieden. Chinese hackers zitten hoogstwaarschijnlijk ook achter recente inbraken in systemen van Amerikaanse universiteiten.

De digitale spionage beperkt zich overigens niet tot de VS. Eerder deze week klaagde Vietnam over inbraken in 200 Vietnamese websites van overheids- en onderwijsinstanties. Een nagenoeg identieke klacht werd geuit door de Filippijnse regering.

FBI-directeur James Comey vergeleek vorig jaar de Chinese hackers met „dronken inbrekers die de voordeur inrammen, de vaas omverstoten en ervandoor gaan met de televisie”.

De politieke en diplomatieke opwinding over digitale inbraken die zijn te herleiden naar China is vaak van korte duur. De Amerikaanse FBI heeft geen toegang tot China. Onderzoeken lopen daardoor steeds vast, ook omdat de sporen van ontdekte hackers worden gewist.

Bekend is dat het Chinese Volksbevrijdingsleger beschikt over eenheden die gespecialiseerd zijn in digitale spionage en aanvallen op telecommunicatie en satellietsystemen. Deze eenheden bestaan uit voormalige studenten informatica van de Jiaotong-universiteit in Shanghai. Maar de Chinese autoriteiten maken ook gebruik van individuele hackers en particuliere bedrijfjes. Toen drie jaar geleden een groep jonge Chinese hackers, uit trots een bijeenkomst over hun werk wilde houden werd dat door de staatsveiligheid verboden.

Op Weibo, het Chinese Twitter, werd de opwinding in de VS niet door iedereen begrepen. @Belly schreef: ‘Diefstal van digitale informatie is toch het normale gedrag van de Amerikaanse overheid, waarom opeens zoveel opwinding als andere landen hetzelfde proberen ?’