Bordelen sluiten werkt dus niet

Was de sluiting van de Utrechtse bordeelstraat het Zandpad in 2013 achteraf verstandig? Criminologisch onderzoek van de Utrechtse universiteit noemt het deze week „overhaast en ondoordacht”. Op basis van interviews met alle betrokkenen is vastgesteld dat veel sekswerkers nu slechter af zijn dan toen. Maatschappelijk, mentaal, fysiek en financieel. Pogingen om aan het Zandpad nieuwe ondernemers, uit de kring van de vrouwen, te laten doorstarten liepen op niets uit. Van de regen in de drup dus.

„Bordelen sluiten is ogen sluiten”. En het overheidsdoel om mensenhandel te bestrijden heeft „honderden” vrouwen benadeeld, die niets met mensenhandel te maken hadden. Zelden spreken sociale wetenschappers een zo duidelijke veroordeling uit van overheidsbeleid. Op basis van onderzoek, dat dan ook serieus genomen moet worden. En passant herinneren zij eraan dat nooit enige overheid „in de geschiedenis” betaalde seks heeft weten uit te bannen. Met andere woorden: prostitutie is een realiteit, beheer het, beheers het en blijf erbij. Dat lijkt in Utrecht te zijn mislukt.

De 115 ramen aan het Zandpad werden destijds gesloten op basis van een geheim rapport dat aanwijzingen bevatte voor het faciliteren van mensenhandel door de toenmalige exploitant. Deze zou zaken doen met andere pooiers en bovendien signalen van mishandeling negeren. De rechter keurde de sluiting goed. Maar ook toen al viel op hoezeer de veronderstelde slachtoffers van mensenhandel zich verzetten tegen de sluiting. Zij ervoeren het Zandpad als een gereguleerde omgeving, met voldoende controle. De vrouwen krijgen in dit onderzoek vierkant gelijk.

Met eenzijdig sluiten ben je er dus niet, als overheid, zo moet de eenvoudige conclusie zijn. Feitelijk moet een overheid bevorderen dat de exploitant die men niet meer vertrouwt, wordt vervangen door één (of meerdere) bij wie dat wel het geval is. Er mag na een sluiting geen vacuüm ontstaan waarin de prostitutie zich verplaatst en buiten het zicht raakt. Dat vraagt dus om meer dan gelijktijdige repressie en gedogen van een branche die het verder zelf mag uitzoeken. De overheid moet meer doen dan leeftijdslimieten en vergunningsplichten instellen. En afwachten of het goed gaat.

Dat vraagt om burgemeesters die een breder perspectief durven hanteren dan alleen de strijd tegen mensenhandel. Ze dienen engagement te tonen als een overheid die wantrouwen bij de vrouwen kan wegnemen, bij eventueel ingrijpen transparant is over de redenen en op lange termijn betrokken blijft. De gemeente Utrecht die toch voorgaf een schone, veilige prostitutiesector te willen, moet na het Zandpad-onderzoek ernstig bij zichzelf te rade gaan.