Ambitieus Europees vergezicht in tijden van oplaaiende euroscepsis

Een Frans-Duits ministersduo bepleit diepere Europese integratie, vooral in de eurozone. Maar in veel lidstaten en bij nationale politici stuit dat op verzet.

De Franse president François Hollande (l) en de Duitse bondskanselier AngelaMerkel, in mei tijdens persconferentie.
De Franse president François Hollande (l) en de Duitse bondskanselier AngelaMerkel, in mei tijdens persconferentie. foto Michael Sohn/AP

Terug van weggeweest: het in Duitsland en Frankrijk graag gevoerde, maar door Nederlandse politici gevreesde debat over méér Europa. Met een opiniestuk in enkele Europese kranten, waaronder The Guardian, Die Welt en Le Figaro, heropenen de Duitse vicekanselier Sigmar Gabriel en de Franse minister voor Economische Zaken Emmanuel Macron de discussie over verdere integratie. Niet in alle 28 EU-landen, maar wel in de 19 landen van de eurozone.

Een oplossing van de Griekse crisis volstaat volgens beide sociaal-democraten niet om de euro te stutten. Volgens Gabriel en Macron kent de huidige architectuur van de Economische en Monetaire Unie „ernstige zwakheden”. Die zouden ervoor hebben gezorgd dat de eurolanden economisch uit elkaar zijn gegroeid, dat de werkloosheid te hoog is en dat de politieke spanningen binnen en tussen landen zijn toegenomen.

Hun wenkend perspectief, een „economische en sociale unie”, omvat gevoelige ideeën: Europees sociaal beleid, Europese belastingheffing, nieuwe Europese instituties. Die eurozone nieuwe stijl moet beter beleid en meer stabiliteit opleveren. Ook willen ze meer Europees gevoel kweken: elke jongere moet aan het Erasmus-uitwisselingsprogramma kunnen deelnemen.

Een officieel Frans-Duits regeringsvoorstel is dit niet. Bij beide ministers speelt profileringsdrang mee: Gabriel leidt coalitiepartij SPD en de ambitieuze 37-jarige Macron wil hogerop. Ook willen de twee, als sociaal-democratische vrienden, graag een progressief geluid laten horen.

Tegelijkertijd past het opinieartikel in een patroon: de toekomst van Europa staat weer op de agenda. EU-leiders praten eind deze maand op een top in Brussel over een „diepere” monetaire unie. Vooruitlopend op de top hebben de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president François Hollande samen een notitie geschreven die geheim is, maar waaruit het Duitse weekblad Die Zeit citeert.

Ook daarin is de teneur: meer integratie, maar alleen in het eurogebied, niet in de rest van de EU. Een Europa van twee snelheden dus. Merkel en Hollande bepleiten onder meer sterkere bevoegdheden voor de Europese Commissie voor economisch beleid in de eurozone. Ook willen ze een sterkere positie voor de voorzitter van de eurogroep, nu Dijsselbloem (PvdA).

Dit soort voorstellen is niet nieuw, maar blijft gevoelig liggen, zowel in de muntunie als daarbuiten. In 2012, op het hoogtepunt van de eurocrisis, leidde een pleidooi van Merkel voor een „politieke unie” tot afwerende reacties van premier Mark Rutte (VVD). Tegen de toenmalige voorzitter van de Europese Raad van regeringsleiders, Herman Van Rompuy, zou Rutte toen boos hebben gedreigd dat Nederland „er uitstapt” als het soevereiniteit moet prijsgeven.

In euroland Nederland was angst voor meer Europa een van de redenen voor het ‘nee’ tegen de Europese Grondwet, bij het referendum in 2005. Nederlandse politici willen doorgaans wel „afspraken” en „regels” en ook wel „samenwerking”, maar zónder soevereiniteit af te staan.

Er is nog een risico voor Rutte: voor verdere integratie kan wijziging van de EU-verdragen nodig zijn. Macron pleitte afgelopen zondag in de Franse krant Le Journal du Dimanche voor een aanpassing van de verdragen om zijn „Europa van de twee snelheden” vorm te geven. Maar bij een verdragswijziging kunnen politieke partijen of burgers in Nederland en elders een nieuw referendum eisen. Dat zal lastig te winnen zijn.

De terugkeer van het debat over de toekomst van Europa komt ook op het moment dat het Verenigd Koninkrijk overweegt de Unie te verlaten. De Britten houden er vóór 2017 een referendum over. Voorstellen voor een sterkere eurozone hoeven niet per se een probleem te zijn voor de Britten: zij hoeven als niet-euroland niet mee te doen. Bovendien wil Londen ook zelf een verdragswijziging, om meer nationale beleidsvrijheid af te dwingen. Meer integratie in de eurozone en mínder integratie voor de Britten kan dan in een nieuw verdrag in één keer worden geregeld. Maar de Frans-Duitse plannen kunnen door eurosceptische Britse tabloids ook anders worden uitgelegd: als een beginnende Europese superstaat waar je als Brit niks te zoeken hebt.

Wat staat er precies in de voorstellen?

Economische en sociale unie

Dit is het meest sociaal-democratische element van het opiniestuk. De twee bepleiten „het samengroeien, waar nodig, van sociaal beleid en belastingen” in de eurozone. Met „overeenkomende, maar niet noodzakelijk gelijke minimumlonen” – een taboe, omdat sociaal beleid, en zeker het minimumloon, nu nationaal wordt geregeld. Ook Merkel en Hollande noemen volgens Die Zeit het minimumloon in hun voorstellen. Overigens voorzichtig: het „invoeren van minimumlonen” moet worden gestimuleerd.

Eigen begroting en belasting voor eurozone

Macron en Gabriel spreken van een „begrotingscapaciteit” voor de eurozone, naast de EU-begroting en de nationale begrotingen. Met de eurozonebegroting zou de economie moeten worden gestimuleerd „in lijn met de economische cyclus”. Waar moet het geld vandaan komen? Uit een soort eurozonebelasting, stellen de twee voor. Dat kan door een deel van een (nu nog nationale, maar dan Europees geharmoniseerde) bedrijfsbelasting aan de eurobegroting af te staan. Directe belastingheffing door Europa is, afgezien van het heffen van douanegelden aan de Europese buitengrens, nog niet aan de orde.

Een Europees Monetair Fonds

De eurolanden hebben al een noodfonds opgetuigd voor landen die in de problemen zitten, het ESM, waarin 500 miljard euro zit. In het Frans-Duitse plan wordt dit nu uitgebouwd tot een „volwaardig Europees Monetair Fonds”, zoals het Internationaal Monetair Fonds. Dit fonds heeft meer macht om zelfstandig, zonder bemoeienis van lidstaten, op te treden. Dit is geen nieuw plan – economische denktanks als Bruegel pleiten er al langer voor.

Een eigen parlement voor de eurozone

Bij meer politieke beslissingen op eurozoneniveau hoort democratische controle, vinden de twee. Ze stellen voor om binnen het Europees Parlement een „groep” op te richten die alleen beslist over eurozaken. Ook Merkel en Hollande stellen zo’n miniparlement voor de eurozone voor. Zij spreken volgens Die Zeit van „specifieke, op de eurozone toegesneden structuren in het Europees Parlement”. De ideeën lijken een beetje op de plannen die nu in het Verenigd Koninkrijk worden gemaakt, om alleen Engelse parlementariërs te laten stemmen over puur Engelse kwesties.

Elke Europeaan boven de 18 op Erasmus

Volgens Gabriel en Macron heeft een „beter functionerend Europa” ook een „sterker gemeenschapsgevoel”  nodig. En dat kan worden gestimuleerd. Veel studenten in het hoger onderwijs studeren nu al een tijdje in een ander Europees land, het befaamde Erasmus-programma dat als een van de successen van de Europese samenwerking geldt. Macron en Gabriel willen nu „elke Europeaan die de leeftijd van 18 bereikt” de kans geven om een over de grens te gaan voor studie of stage. Dit zal wel extra geld vergen. In de EU-begroting voor 2014-2020 is 14,7 miljard euro gereserveerd voor Erasmus. Genoeg om 4 miljoen jongeren te bedienen met beurzen, waarvan 2 miljoen studenten in het hoger onderwijs.