Alleen Nederland kan de wereld nog gidsen naar antibioticareductie

Het mag klinken als de aanzet voor een rampenfilm, maar sinds 1987 zijn er geen nieuwe klassen antibioticum bijgekomen en kregen we geen grip op de MRSA-bacterie. Laat de G7-top in München dit weekend een voorbeeld nemen aan de veehouders in Nederland, betoogt VVD-Europarlementariër Jan Huitema.

Het gebruik van antibiotica neemt wereldwijd spectaculair toe. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) voorspelt dat het totale gebruik van antibiotica met 67 procent zal stijgen binnen amper één generatie.

Tegelijkertijd weten wij dat met de intensivering van het antibioticagebruik de resistentie toeneemt. De relatie tussen het antibioticumgebruik in de agrarische sector en de volksgezondheid is onzeker. Meer dan tweederde van de infectieziekten zijn echter overdraagbaar van dier naar mens en dus is de toenemende bezorgdheid begrijpelijk.

Sinds 1987 zijn er bovendien geen nieuwe klassen antibioticum bijgekomen en hebben we te maken gehad met bijvoorbeeld MRSA, de ‘ziekenhuisbacterie’ waarop wij geen goed antwoord hebben. Het mag klinken als de aanzet voor een rampenfilm uit Hollywood, maar dit zijn de feiten. Het is daarom goed dat de G7, die aankomend weekend vergadert in München, dit hoog op de agenda heeft staan. Want het kan anders, de Nederlandse veehouderij bewijst dat.

Nederland heeft in samenwerking met de agrarische sector al in 2008 aan de bel getrokken. Doel was een reële reductie van 50 procent van het antibioticagebruik. Deze doelstelling werd al in 2012 bereikt. Door aanpassingen in bedrijfsvoering en investeringen in bijvoorbeeld steeds betere stalsystemen hebben de dieren een betere weerstand.

Veehouders en -artsen hebben flinke reducties gerealiseerd. Nederlandse boeren voldoen aan de strengste eisen op het gebied van dierenwelzijn, milieu, voedselveiligheid en -kwaliteit. Ze verdienen hiervoor een dikke pluim. De sector is enorm oplossingsgericht, maar dit brengt ook kosten met zich mee.

Andere veehouders in de Europese Unie zijn vaak niet zo voortvarend en concurreren dus tegen lagere prijzen. Laat staan de rest van de wereld. Als we onze concurrentiepositie verliezen, kiezen we ervoor dat de Nederlandse consument bijdraagt aan het resistentieprobleem, doordat productie verplaatst naar landen waar goedkoper wordt geproduceerd.

De Nederlandse agrarische sector wordt snel in de hoek gezet door Nederlandse ngo’s of politieke partijen die een stok zoeken om mee te slaan. Maar als het gaat om het verminderen van antibioticagebruik is Nederland wereldwijd koploper. Wij staan nu voor de uitdaging het gebruik van antibiotica terug te dringen, zonder dat de gezondheid en het welzijn van de dieren daaronder lijdt. Veeartsen en -houders moeten hun dieren adequaat kunnen behandelen.

De rest van de wereld onderkent het probleem nog maar nauwelijks. In Nederland is de doelstelling nog meer reductie, maar het is de hoogste tijd dat de rest van de wereld ook actie onderneemt. De Nederlandse agrarische sector heeft laten zien dat het kan en hoe het kan. Een fantastische prestatie. In München doen ze er dus verstandig aan als de zeven grootste geïndustrialiseerde landen ook even over hun schouder naar Nederland kijken. Global problems, Dutch solutions.