Al-Nasr is de beroemdste dichteres van de Islamitische Staat

Ze noemen haar ‘de dichteres van de Islamistische Staat’ (IS). Ahlam al-Nasr is een literaire beroemdheid. Fijngevoelig schrijft ze over het jihadisme en het leven in het kalifaat. Wie jihadisten wil begrijpen, moet hun poëzie lezen, schrijft The New Yorker in een leerzame longread.

AP

Ahlam al-Nasr is een literaire beroemdheid, ze noemen haar ‘de dichteres van de Islamistische Staat’ (IS). Fijngevoelig schrijft ze over het jihadisme en het leven in het kalifaat. Wie jihadisten wil begrijpen, moet hun poëzie lezen, schrijft The New Yorker in een leerzame longread.

Al-Nasr en haar man, Abu Usama al-Gharib, hebben een soort sterrenstatus binnen IS. Ze trouwden vorig jaar in Raqqa, Syrië; de hoofdstad van het kalifaat. Al-Gharib, een Oostenrijker die vroeger bij Al Qaeda zat, kreeg bekendheid doordat hij in Syrië poseerde bij halfnaakte onthoofde lichamen. Al-Nasr werd beroemd om haar gedichten: haar bundel The Blaze of Truth is wijd verspreid over militante netwerken. In talrijke video’s worden haar gedichten gezongen. A capella, want instrumenten zijn verboden door IS.

Over Al-Nasr is verder niet veel bekend. Vermoedelijk is ze begin 20 en komt ze uit Damascus. Bij haar geboorte had ze “een woordenboek in haar mond”, schreef haar moeder eens.

Haar gedichten suggereren dat ze radicaliseerde tijdens het begin van de oorlog in Syrië, schrijven Robyn Creswell en Bernard Haykel in The New Yorker. Een van haar gedichten gaat daarover:

Knipsel

Poëzie belangrijk bij jihad

Een dichtende jihadist, is dat uitzonderlijk? Nee: poëzie is een zeer belangrijke kunstvorm in het jihadisme, schrijven Creswll en Haykel, en van oudsher in de Arabische cultuur. Ze stellen dat video’s van jihadisten die gedichten voordragen, net zo makkelijk te vinden zijn als video’s van jihadisten die tanks van de vijand opblazen. Het dichten wordt beschouwd als een sociale kunstvorm, die prima samengaat met de gewapende strijd.

Analysts have generally ignored these texts, as if poetry were a colorful but ultimately distracting by-product of jihad. But this is a mistake. It is impossible to understand jihadism—its objectives, its appeal for new recruits, and its durability—without examining its culture. This culture finds expression in a number of forms, including anthems and documentary videos, but poetry is its heart. And, unlike the videos of beheadings and burnings, which are made primarily for foreign consumption, poetry provides a window onto the movement talking to itself. It is in verse that militants most clearly articulate the fantasy life of jihad.

Ook Osama Bin Laden dichtte. In het gebouw in Pakistan waar hij zich verschanste toen de Amerikanen in 2011 binnenvielen en hem doodden, is correspondentie gevonden waarin hij niet alleen vraagt om een geschikte broeder voor een “zeer grote operatie in Amerika”. Bin Laden schrijft ook:

“Als er daar broeders zijn die iets weten van poëtische metrums, laat het me alsjeblieft weten. Of als je boeken hebt over de wetenschap van de klassieke prosodie.”

Lees ‘Battle Lines. Want to understand the jihadis? Read their poetry‘ bij The New Yorker. Door Robyn Creswell en Bernard Haykel