Wie homokus afkeurt mag die mening niet uiten

Hebt u uw kind al voorbereid op een straf staaltje staatsopvoeding, vraagt moeder Yvonne Koopman-Snep.

Uit het rapport ‘Wel trouwen, niet zoenen’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) bleek onlangs dat 35 procent van de Nederlanders het „aanstootgevend” vindt twee zoenende mannen in de publieke ruimte te zien.

„Erg zorgelijk”, zei minister Jet Bussemaker (Onderwijs en Emancipatie) in reactie op dat rapport tegen nu.nl. „Emancipatie vraagt onderhoud. Het is van het allergrootste belang met name jongeren te blijven benaderen. Daar begint de acceptatie.”

Voor die acceptatie doet Bussemaker haar uiterste best. Zo ontving het basisschoolproject ‘Gelijk=Gelijk’ vorige maand de LHBT-Innovatieprijs 2015, een staatsprijs van 10.000 euro voor baanbrekend werk op homo-emancipatiegebied. Ook schreef de minister aan de Tweede Kamer dat haar ministerie toch subsidie blijft verlenen aan de Gay-Straight Alliances van het COC. En dan zijn er nog de homo-ambassadeurs, een initiatief van dezelfde minister, die ervoor moeten zorgen dat in de door het SCP genoemde „orthodox-islamitische en streng-christelijke milieus” homoseksualiteit geaccepteerd gaat worden.

Zo op het eerste gehoor klinkt dit heel logisch. Immers, wanneer er gesproken wordt over het wel of niet accepteren van homoseksualiteit, wordt automatisch begrepen dat het gaat over het wel of niet accepteren van mensen met een homoseksuele neiging of levensstijl. En daar zit nu net het knelpunt waardoor verwarring ontstaat zodra iemand zich kritisch uitlaat over homoseksualiteit.

Het is politiek incorrect geworden openlijk de mening te uiten, en dus ook aan je kinderen mee te geven, dat je homoseksualiteit niet als vanzelfsprekend accepteert. Anders gezegd: wanneer je kanttekeningen plaatst bij homoseksualiteit wordt dat gezien als discriminatie van mensen met een homoseksuele neiging.

Als je deze ‘politiek correcte’ gedachte verder doortrekt, zou dat betekenen dat je iedereen discrimineert, afkeurt, die iets doet of vindt waar je het zelf niet mee eens bent. Nee dus, zo zit het natuurlijk niet. Een mens afkeuren om hoe hij eruit ziet, wat hij vindt of eet of welke geneigdheid hij heeft, dat is verkeerd. Maar ik hoef het, aan de andere kant, niet eens te zijn met bepaalde keuzes van een ander of diens mening te accepteren. Althans, dat zou logisch zijn gezien de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst die in onze grondwet is vastgelegd.

Wanneer het over homoseksualiteit gaat, lijken er ineens heel andere normen te gelden. De homo-ambassadeurs en de diverse homoacceptatie-initiatieven moeten schoolkinderen die homoseksualiteit niet als vanzelfsprekend accepteren van mening doen veranderen door hun inzicht te geven in feiten en vooroordelen.

Ja, vooroordelen. In het jargon van de bedoelde initiatieven wordt steevast gesproken over „vooroordelen”, daarmee elke mogelijke andere mening criminaliserend tot iets wat per definitie ,,niet correct” is.

Een vooroordeel, aldus de definitie in de Van Dale, is immers ,,op een gebrek aan kennis berustende mening of afkeer”. Heb je dus een andere mening, gebaseerd op je levensovertuiging, mensbeeld of geloof, dan is dat in het gesprek over homoseksualiteit een vooroordeel.

Ouders sturen hun kind bewust naar een school die aansluit bij hun levensovertuiging. Die keuze hebben we in Nederland. De reden is simpel: ik gun mijn kind een jeugd waarin hij een consistent wereldbeeld krijgt aangereikt en zo kan opgroeien tot een rationeel denkende en bewuste (jong)volwassene.

Iemand die van alles zal tegenkomen op zijn weg naar volwassenheid en dan een kader heeft om zijn ervaringen en ideeën aan te toetsen. De overheid heeft tot taak de diversiteit in de samenleving te waarborgen en te beschermen. Maar in de door de overheid gefinancierde en/of gesteunde campagnes voor homoacceptatie is die diversiteit totaal zoek.

Weest u dus niet verbaasd wanneer u bij de school van uw keuze informeert naar de reden om dergelijke campagnes toe te laten. „Het moet van de minister.” Staatsopvoeding dus.