Waarom reizen mensen eigenlijk nog per spoor?

Het openbaar vervoer is een mensonterende en hemeltergende vorm van publieke dienstverlening, vindt Maxim Februari.

Terwijl de parlementaire enquête door Nederland raasde, raakte ik verstrikt in mijn eigen vragen over de trein. Ik moest namelijk naar het treinstation. Om daar een kaartje voor de bus te kopen. Nu was dat alleen al vreemd, maar het werd nog vreemder toen ik op het station niet werd verwelkomd door de Nederlandse Spoorwegen, maar door de Albert Heijn.

Ooit heb ik met het instituut van de Nationale Ombudsman gepraat over de onontwarbare knoop van eigendommen en verantwoordelijkheden in de infrastructuur van communicatienetwerken, verzekeringsconstellaties en vervoersconglomeraten. Ik vertelde bijvoorbeeld aan het instituut dat ik niet langer in de telefoongids sta.

De beslissing daartoe is niet genomen door mijn telefoonprovider, en ook niet door de schimmige eigenaar van de gids die ik nergens kan bereiken, maar door mijn internetprovider. Die heeft weer niets met mijn telefoon te maken, maar heeft wel ergens een vinkje uitgevinkt. Het instituut knikte en vertelde dat het met zorg aanziet, hoe ondoorgrondelijk het dagelijks leven wordt nu niet langer kan worden achterhaald wie er over wat gaat.

Op het treinstation zei de caissière van de Albert Heijn tegen me dat ik met mijn verlopen kaart naar een treinstation dertig kilometer verderop moest. Om er te komen kon ik een nieuwe kaart kopen ‘aan de straat in een zwart hokje’. Zodat ik een kwartier lang als een schooier de straten afschuimde rondom het station, waar alle kaartjesautomaten meldden dat ik moest zijn bij die ene vakkundig verstopte ‘NS-automaat met bovenaan alleen het NS-logo’.

Bureaucratie, mopperde ik eerder die dag, toen een overheidsinstantie beweerde dat ik anders heet dan in mijn paspoort staat – bureaucratie is niet het doldraaien van organisaties, maar de officiële tevredenheid daarover.

Terwijl op hetzelfde moment in het parlement de vraag werd gesteld waarom de trein niet rijdt, begon ik me daar op dat station op te winden over de vraag waarom de trein eigenlijk wel rijdt. Waarom reizen mensen in hemelsnaam per spoor? Weten ze niet dat er auto’s zijn? Wat is het openbaar vervoer toch een mensonterende en hemeltergende vorm van publieke dienstverlening, dacht ik. Hulde aan treinenexploitant High Speed Alliance die de kaartjes duurder heeft gemaakt om minder reizigers te lokken. En ik siste de leuze van de anarchisten als een stoomfluit tussen mijn tanden door. ‘Stem niet, rijdt zelf.’

De dag denderde door en onderweg veranderde ik van een brave burger in een sociale outcast. Een belangrijke betaling kon ik niet doen omdat mijn gegevens in de Gemeentelijke Basis Administratie niet stroken met de gegevens in de registratie van een officiële instantie, ik kon mijn naam niet aanwijzen in de telefoongids omdat die daar niet in staat en ik kon niet met de bus naar de autoluwe stad om het probleem op te lossen, omdat ik eerst per trein mijn buskaartje moest gaan repareren, maar ik kon het NS-logo niet vinden. En dan vinden ze het vreemd dat er steeds meer verwarde mensen op straat rondlopen.

In het parlement vroeg men zich beleefd af waarom tijdens onderhandelingen over concessies werd aangestuurd op tariefrestricties, ik zocht intussen wanhopig hulp over treinen op de website GoeieVraag.nl. ‘Waarom is het reizen met openbaar vervoer zo vermoeiend?’ vroeg de een. Vanwege ‘de angst voor de conducteur’ antwoordde de ander. Een derde vulde aan dat je nooit weet wanneer je eruit moet en of je de dingen wel goed doet. ‘Het houdt je de hele reis bezig, en dus ben je bij aankomst bekaf. Alsof je het hele stuk hebt gelopen.’

Inmiddels hád ik het hele stuk gelopen en mijn verwarring nam zorgelijke vormen aan. Al probeerde ik nog dapper te traceren wie in de mij omringende infrastructuur eigenaar van wat was, wie exploitant, wie provider, wie verantwoordelijk, wie aansprakelijk, wie aanspreekbaar, uiteindelijk raakte ik het spoor bijster. In mijn verhitte hoofd verdrongen de vragen van GoeieVraag de vragen van de enquêtecommissie. Waarom wordt er in treinen door omroepers altijd zo'n nadruk gelegd op de eerste lettergreep van het woord intercity? Waarom willen vrouwen altijd naast het raam zitten? Waarom mogen paarden niet worden vervoerd door de kanaaltunnel?

De parlementariërs konden misschien nog doorzien hoe dochterondernemingen, industriële clusters en publiek-private allianties hun plaats innemen in het grote schema der dingen, ik zwalkte over het station en begreep niets meer van de wereld. Waarom worden kleine honden ouder dan grote honden? Worden kleine flyers net zo goed gelezen als grote flyers? Zoekend naar een kaartjesautomaat tolde mijn arme hoofd van de wanhopige vragen der mensheid. Wat is het verschil tussen hoezo en waarom?