Voorstad Madrid omarmt de illegaal

In Fuenlabrada hebben illegalen niets te vrezen. Ze krijgen scholing, zorg én geld voor boodschappen.

Straatverkopers in Madrid. In voorstad Fuenlabrada krijgen illegale immigranten geld voor boodschappen als bedelen of illegaal werk te weinig oplevert.
Straatverkopers in Madrid. In voorstad Fuenlabrada krijgen illegale immigranten geld voor boodschappen als bedelen of illegaal werk te weinig oplevert. Foto Andres Kudacki/AP

Als Victor Oluwabiyi Olayinka in een van de vier sociale centra van Fuenlabrada langs een politieagent loopt, hoeft de illegale Nigeriaan niet bang te zijn dat hij wordt opgepakt. De 28-jarige vluchteling wordt er getolereerd en maakt zelfs aanspraak op eerste levensbehoeften als eten, scholing, psychologische en juridische hulp. „Voor ons is ieder mens gelijk”, stelt Manuel Robles, de socialistische burgemeester van de stad met 200.000 inwoners.

Fuenlabrada staat bekend als het linkse bolwerk in de regio Madrid. Hier trokken arbeiders eind jaren zeventig, na het einde van de dictatuur van Francisco Franco, naartoe op zoek naar goedkope huizen buiten de hoofdstad. Burgemeester Robles was een van hen. De stad staat sinds 1979 onder bewind van de socialistische partij (PSOE), die bij de lokale verkiezingen vorige maand met 33 procent van de stemmen weer als grootste uit de bus kwam. „Dat de regering een aantal jaar geleden maatregelen heeft genomen om illegalen het recht op gezondheidszorg af te pakken is triest. Ik ben een verdediger van de mensenrechten”, aldus Robles.

Onderwijs is gegarandeerd

De burgemeester ontvangt op het gemeentehuis, een uur voordat hij nieuwe politici van het populistische Podemos zal bijpraten over de sociale cohesie in de stad. De onderklasse van Fuenlabrada, dus ook illegalen, kan aanspraak maken op speciale voorzieningen. Zo is er een programma voor kinderen dat onderwijs tot achttien jaar garandeert. Maar het meest in het oog springende project is de ‘sociale kaart’. Sinds 2013 kan iedereen die in Fuenlabrada staat ingeschreven een dergelijk oranje pasje aanvragen. Er zijn circa 10.000 pasjes verstrekt. Tien procent van de houders verblijft illegaal in Spanje, onder wie Oluwabiyi Olayinka.

Zo’n tweeënhalf jaar geleden kwam hij uit Nigeria via Marokko naar Spanje. Tijdens zijn tocht over zee zag hij anderen verdrinken, maar zelf redde hij het. In Nigeria heeft hij door geweld geen familie meer, zegt hij. „Er was in Nigeria niemand meer die voor mij kon zorgen. Vluchten naar Europa was mijn enige uitweg. Ik ben christen. Mijn doel is om in Spanje pastoor te worden.”

‘Ik ben Spanje echt dankbaar’

Oluwabiyi Olayinka kwam in een land terecht dat in een diepe financiële crisis verkeerde. Een land dat de afgelopen jaren meer mensen zag vertrekken dan komen, waar de bevolking krimpt. Via Madrid kwam Oluwabiyi Olayinka in Fuenlabrada terecht. „Dat was eigenlijk puur toeval. Ik had er geen idee van dat illegalen hier zo goed worden behandeld. Ik ben Spanje echt dankbaar”, zegt hij in het kantoor van de sociale dienst. Als hij over een halfjaar kan aantonen dat hij drie jaar in Spanje heeft gewoond, kan hij beginnen met de procedure om een verblijfsvergunning aan te vragen.

Net als de andere bezitters van een sociale kaart kreeg Oluwabiyi Olayinka zijn eigen sociaal werkers toegewezen. Clara Maria Aldamiz-Echevarría legt op haar kantoor uit hoe het werkt. „Iedereen mag een beroep op ons doen. Als we zien dat er voor iemand geen toekomst is in Spanje, gaan we aan terugkeer werken. Anders stippelen we hier een toekomst uit.” Ook de politie is er blij mee, want die weet dat illegalen geholpen worden. „We wisselen geen gegevens met de politie uit. Dat is niet nodig. Illegalen komen pas in de problemen als ze in aanraking komen met justitie. Dat willen we voorkomen.”

Oluwabiyi Olayinka is niet bang dat de politie hem zal uitzetten. „Ik bedel voor de supermarkt vaak om geld. Als ik tekortkom, gebruik ik mijn oranje kaart. Dan mag ik voor 40 euro boodschappen doen. Prachtig toch?” Hij studeert Spaans en hoopt over drie jaar zijn papieren te krijgen, waarna hij kan werken.

Het systeem van Fuelabrada kent in Spanje zijn gelijke niet. Burgemeester Robles is er trots op. „We staan op de zesde plaats van Spaanse steden met de minste schulden. Andere steden kozen voor talloze bouwprojecten. Hier staat de mens centraal.”