Vechtmachine tegen fraude moet sneller en slimmer

directeur FIOD

Nederland heeft de fraudebestrijding goed op orde, maar blijft kwetsbaar, zegt de baas van de FIOD, vooral omdat er veel internationaal geld door Nederland stroomt. Witwassen beloopt zeker 18 miljard per jaar.

FIOD-directeur Hans van der Vlist: „Zaken moeten impact hebben. Je pakt er een paar en het heeft een afschrikkende werking voor de hele keten.”
FIOD-directeur Hans van der Vlist: „Zaken moeten impact hebben. Je pakt er een paar en het heeft een afschrikkende werking voor de hele keten.” Foto Merlijn Doomerik

Op een dag bellen medewerkers van de FIOD, de belangrijkste fraudeopsporingsdienst van het land, aan bij een vrouw op leeftijd. „Dag mevrouw, we zijn van de FIOD.” Ze vertellen haar dat ze weten dat de vrouw de belastingaangiftes voor haar klanten, nou ja, slordig invult. Doe dat maar niet meer, is de boodschap. Ze krijgt een boete. En dan gaan ze weer. „De 500 aangiftes die ze erna deed, zagen er netter uit”, zegt de directeur van de opsporingsdienst, Hans van der Vlist (59).

De FIOD staat lang bekend als een gesloten organisatie, met taaie onderzoeken die soms jaren duren. Het duurt even voor de directeur een eerste interview geeft. Hij wil wel, Van der Vlist. Onder zijn leiding wordt de dienst wat opener en flexibeler. Voor hem op tafel liggen A4’tjes met handgeschreven aantekeningen, op het hoofdkantoor van de FIOD, een gebouw met lage systeemplafonds in de wijk Kanaleneiland in Utrecht.

Een dag na zijn zestiende verjaardag werd hij de jongste bediende bij de douane in Rotterdam. Via posten in Suriname en Aruba klom hij op bij de Belastingdienst. Plaatsvervangend hoofd Ondernemingen in Rotterdam, hoofd Particulieren Den Haag. Hij praat bedachtzaam.

Via het landelijk managementteam wordt hij in 2011 de baas van de FIOD. Een organisatie met slimme rechercheurs die het geduld hebben meters boekhouding door te spitten en te doorgronden. Alleen, ze gaan over heel veel fraude – belastingontduiking, trustfondsen, witwassen, faillissementsfraude, cocaïnesmokkel, corruptie, internetoplichting, illegale sigarettenfabrieken, subsidiefraude. En dan moeten ze ook in de gaten houden of bedrijven en banken wel netjes zaken doen.

Het beeld is dit: de kans dat fraudeurs door de FIOD worden gepakt is niet groot, maar áls ze worden ontdekt hebben ze pech.

Hoe makkelijk is het om te frauderen in Nederland?

„Ik denk dat we in Nederland goed georganiseerd zijn. We hebben onze systemen goed op orde. Maar we moeten oppassen waar het gaat om uitgaande geldstromen van de overheid. Subsidies, toeslagen, voorlopige teruggave, studiefinanciering, uitkeringen. En we zijn een internationaal land. Er gaan veel geldstromen via Nederland. Daar worden we door geraakt. Witwassen heeft hier een stevige omvang. We gaan op basis van een ouder rapport uit van 18 miljard euro per jaar.”

De aanleiding voor het interview: de opening van een prestigieus antiwitwascentrum morgen in De Bilt. Alle grote witwaszaken worden er geselecteerd. „In tegenstelling tot andere vormen van fraude heb je voor witwassen niet echt een toezichthouder. Iedereen heeft er wel wat mee, de banken, het Openbaar Ministerie, de politie, wij, maar niemand is er echt verantwoordelijk voor. In het centrum zit iedereen bijeen en komt alles samen: de signalen, de opleidingen en technologie. Nu hebben we een rechtshulpverzoek nodig om te weten of een verdachte een opvallende aankoop in Griekenland heeft gedaan. Straks krijgen we die informatie uit 28 Europese landen direct als ‘hit’ op ons scherm.”

Er zal meer aandacht zijn voor zwartspaarders. De Belastingdienst blijkt van drie jaren alle opnames en betalingen met buitenlandse bankpassen in Nederland in handen te hebben. Een totaaloverzicht. „Als je de toeristen er vanaf haalt, houd je een interessante groep over”, zegt Van der Vlist.

De Belastingdienst en de FIOD analyseerden meer dan 100 miljoen euro betalingen. In drie onderzoeken bleek de methode houdbaar. Duizend kaarten zijn nu geselecteerd. De identiteit van hun eigenaren kan worden vastgesteld. „Er zitten mensen tussen die hier wonen en bij hun aangifte het vakje ‘buitenlands vermogen’ niet hebben aangekruist. Ze deden met hun kaart opvallende of grote aankopen. Auto, duur horloge, of ze hebben grote bedragen gepind of gestort. We weten nog niet wat op al die rekeningen staat. Een team is er de rest van het jaar nog wel mee bezig.”

Het grootste onderzoek, de Klimopzaak naar vastgoedfraude, vanaf 2007 bekend, kostte de dienst ruim 127.000 manuur. En al kreeg de opsporingsdienst er in tegenstelling tot de Belastingdienst deze kabinetsperiode mensen bij, Van der Vlist wist dat hij zijn bijna 1.200 rechercheurs efficiënter moest inzetten. „Ik wilde meer uit de organisatie halen.”

Dus: minder aandacht voor incidenten, meer voor systemen. De adviseurs aanpakken die fraude mogelijk maken. „Zaken moeten impact hebben”, zegt Van der Vlist. Hij noemt voorbeelden zonder namen te noemen. Tientallen franchisers van een supermarktketen (Super de Boer, mei 2012) die omzet bleken achter te houden. De grootsten werden vervolgd, anderen, ook uit andere sectoren, kregen boetes en brieven van de fiscus. Toen een sushiketen (Sumo, december 2014) de kassa’s structureel zou afromen werd ook de kassaleverancier onderzocht. „Je pakt er een paar aan en het heeft een afschrikkende werking voor de hele keten.”

Er kwamen meer creatieve oplossingen. Een aanpak die knock and talk heet. Dat is wat de belastingadviseur op leeftijd overkwam. Of, bij een dubieus piramidespel bezocht een FIOD-medewerker de voorlichtingsbijeenkomst voor klanten, om te vertellen hoe het echt zat. Soms sleept de dienst een accountant voor de tuchtrechter. Of maakt ze rapporten voor de ministeries, over wat díe aan fraude met toeslagen of subsidies kunnen doen in de handhaving en wetgeving.

Hoe komen jullie eigenlijk aan tips?

„De meeste informatie komt van de Belastingdienst. Klokkenluiders melden zich via onze infodesk of website, of via Meld misdaad anoniem. En we hebben een eigen criminele inlichtingenteam dat informanten spreekt, opzoekt en werft. Aan loketten geen gebrek. Daarnaast hebben we zo’n driehonderd experts uit allerlei sectoren – een bankier, een notaris, een zorgmedewerker – die ons via een gesloten systeem van blogs op de hoogte houden van ontwikkelingen. Ze moeten op elkaars blogs reageren en wij analyseren alles. Zo hebben we bijvoorbeeld tijdig een nieuw betaalsysteem ontdekt, gesjoemel met goud en corrupte aanbestedingen.”

Partijen richten hun eigen fraudeclubs op. Deze week nog een, van bedrijven die gezamenlijk tegen fraude willen strijden. Gaan jullie met hen samenwerken?

„Ik vind het mooi dat vanuit de particuliere sector aandacht wordt besteed aan fraudebestrijding. En als we wat voor elkaar kunnen betekenen lijkt me dat nuttig. Maar het moet wel duidelijk zijn wat je met elkaar wil bereiken. Samenwerken klinkt goed, maar in de praktijk is het best ingewikkeld.”

Hoe komt het dat sommige zaken nog altijd lang duren? Het onderzoek naar medewerkers en klanten van SNS Reaal loopt sinds januari 2013. Sindsdien is het stil.

„In sommige onderzoeken moet flink wat ontrafeld worden en moet alles uitermate zorgvuldig gebeuren. Dus als er een veelvoud van bv’s en verbanden is en mensen gehoord moeten worden en de verdediging wil dat extra dingen moeten gebeuren, dan kan het gewoon lang duren. Klimop is ook zo’n voorbeeld. Aan de andere kant, SBM Offshore was een groot onderzoek dat weer heel snel is gegaan.”

Speelt bij staatsbedrijf SNS Reaal politieke gevoeligheid een rol?

„Nee.”

Waarom worden sommige zaken tegen bedrijven geschikt en andere niet? Wat zijn de spelregels?

„Ook hier speelt het effect dat we kunnen bereiken een grote rol. Als een bedrijf zelf een zaak aanbrengt en maatregelen neemt en we een aantal natuurlijke personen toch wel vervolgen, kan een schikking de voorkeur hebben. Er zijn geen regels voor nee. Het OM bepaalt, met ons, en het bedrijf heeft er zelf ook invloed op. Soms moeten we maatschappelijk duidelijker maken wat de effectiviteit is van een schikking.”

Zijn financieel rechercheurs, zegt Van der Vlist, zien zich graag als een „geoliede vechtmachine tegen de witte boordencriminaliteit”. Daarbij past „dienend leiderschap”. Is zijn organisatie goed genoeg voorbereid op nieuwe en digitale vormen van fraude? „We zitten midden in die slag. We hebben mensen die speciaal worden opgeleid in het kader van het dark web en nieuwe betalingsmethodes. We werken samen met de Amerikanen in grote acties met bitcoins waar ook Nederlanders bij zijn betrokken. We investeren, maar ik matig me niet aan te zeggen dat we volledig klaar zijn voor de toekomst en alles beheersen. De ontwikkelingen gaan razendsnel.”