Topdirigent verdient veelvoud van CEO-salaris

Chef-dirigent krijgt half miljoen voor parttime werk.

Yannick Nézet-Séguin
Yannick Nézet-Séguin

Vanavond staat hij met het Philadelphia Orchestra in het Concertgebouw. De Europese tournee van Yannick Nézet-Séguin, tevens tot 2018 chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest (RPhO ), oogst laaiend enthousiaste kritieken. Zijn salaris in Philadelphia: ca. 1,6 miljoen dollar per jaar. In Rotterdam verdient hij, afhankelijk van het aantal weken (6 tot 8 gemiddeld), zo’n 500.000 euro per seizoen. Voor eredivisiedirigenten zijn dat gewone bedragen. Jaap van Zweden verdient in Dallas ruim een miljoen dollar per jaar, Edo de Waart in Antwerpen: zo’n 50.000 euro per week. Voor solisten gelden vergelijkbare weekhonoraria: een internationaal gewild topinstrumentalist als violist Leonidas Kavakos verdient bij een orkest circa 15.000 euro per avond (netto), een minder beroemd speler zo’n drieduizend, een klapper als pianist Lang Lang 25.000.

Het salaris van de chef-dirigent en solisten is volgens oud-directeur Hans Waege een van dé issues bij het RPhO. „Dirigenten verdienen een veelvoud van top-CEO’s en dat ‘mag’, want ze vallen technisch-juridisch niet onder de wet normering topinkomens. Maar integer? Nou, nee.” Waege denkt dat het orkest straks moet zoeken naar een nieuwe chef die „meer betrokken is” bij de stad.

De opvolging van Nézet-Séguin is een van de dossiers waarmee de net benoemde Rotterdamse orkestdirecteur George Wiegel aan de slag moet.

„Muzikaal toptalent is schaars, dat verklaart de hoge honoraria”, zegt cultuurwethouder Adriaan Visser. „Maar ik kan me voorstellen dat het bij de benoeming van een nieuwe Rotterdamse chef een kwestie wordt. Profvoetballers worden niet van gemeenschapsgeld betaald, een chef-dirigent wel. Je zou je kunnen voorstellen dat sponsors het salaris betalen voor het deel dat boven de WNT-norm valt.”

Het RPhO is een van Nederlands drie beste orkesten (met het Radio Filharmonisch en het Concertgebouworkest), maar het heeft de moeilijkste thuisbasis. Over governance, financiën en de toekomst stelde de D66-fractie deze week vragen: het RPhO kampt in De Doelen met lage zaalbezettingen en hield alleen door gunstige beleggingen de cijfers over 2014 uit het rood.

Maar wethouder Visser vindt dat het orkest goed op koers ligt, ook door de benoeming van de ervaren orkestdirecteur Wiegel. „Rotterdam is geen Amsterdam. De bevolking is diverser, jonger, lager opgeleid. Het orkest is zich ervan bewust dat het geven van alleen maar concerten in De Doelen voor blanke 50-plussers een dead end is. Het orkest moet de stad in, spelen tussen de Rotterdammers.”

Correcties en aanvullingen

Nederlandse orkesten

In Topdirigent verdient veelvoud van CEO-salaris over het Rotterdams Philh. Orkest (4/6, p. 2) is de naam van het Nederlands Philharmonisch Orkest weggevallen. De juiste ranking van Nederlandse orkesten is volgens muziekredacteur Mischa Spel het Concertgebouworkest op één, gevolgd door een wisselende tweede plaats voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest, Radio Filharmonisch Orkest en Nederlands Philharmonisch Orkest.