Pril huwelijk van Sparks met Franz Ferdinand

Het Amerikaanse duo Sparks heeft een cd gemaakt met de Schotse band Franz Ferdinand. Hun nieuwe monsterverbond FFS mengt discorock met juichende operavocalen.

In de hotelkamer zitten drie mannen op rechte houten stoelen. De oudste, met dun snorretje, kijkt waakzaam, de man naast hem heeft bruin geverfd haar. De derde draagt een ouderwets kostuum met hoge veterschoenen. Zijn gezicht is uitgestreken. De lepe blikken, de geconcentreerde sfeer – dit lijkt een ontmoeting tussen geheim agenten; spionnen in vermomming, met elk een dubbele agenda.

Inderdaad hebben de drie onlangs een nieuwe identiteit aangenomen. De twee oudsten zijn Ron en Russell Mael, sinds de jaren zeventig bekend als het duo Sparks, uit Los Angeles; de veterschoenen zijn van Alex Kapranos, zanger van de band Franz Ferdinand.

Maar Sparks en Franz Ferdinand zijn voorlopig opgeheven, zeggen ze. Hier zit FFS, het nieuwe monsterverbond.

Zelf noemen ze het een ‘primeur’, niet eerder raakten twee complete bands zo met elkaar versmolten. FFS is geen incident of terloopse ontmoeting, FFS is een nieuwe eenheid waarvoor alle afzonderlijke kenmerken zijn ingeleverd.

Muzikaal zwerfgedrag

Wat voorafging: het Schotse Franz Ferdinand werd in 2004, met de single Take Me Out, bekend als idiosyncratisch rockgezelschap en maakte vier cd’s. De groep is populair bij het publiek om hun slimme liedjes en uitgelaten concerten. Het duo Sparks heeft een ruim veertig jaar durende geschiedenis van muzikaal zwerfgedrag. Of ze zich nu wijdden aan kleinkunst, hardrock, new wave of disco, de broers hadden steeds een voorkeur voor cabareteske songs en elektronische instrumentaties. Succesliedjes als This Town Ain’t Big Enough For Both Of Us (1974) en Beat The Clock (1979) kenmerken zich door een muzikale opgetogenheid, alsof songschrijver Ron Mael zich steeds weer verheugde over de mogelijkheden.

Het resultaat van het prille huwelijk tussen beide bands klinkt ingenieus, frivool, theatraal en soms grotesk, zo blijkt op de volgende week te verschijnen debuut-cd. De zes muzikanten (twee Sparks, vier van Franz Ferdinand) hebben elkaar afgetroefd in extra refreinen, snerpende keyboards en parlando quatsch.

Het idee voor de samenwerking stamt al uit 2004, bij de eerste ontmoeting. Vorig jaar hadden ze eindelijk tijd, zeggen de drie in de Amsterdamse hotelkamer: Russell Mael (66), ooit de flamboyante pretty boy, Ron Mael (69), die live achter zijn keyboard zit als een typende kantoorklerk, en Alex Kapranos (43), een dandy met snedig stemgeluid. De toenadering verliep omzichtig. „Al snel merkten we dat er maar één aanpak mogelijk was”, zegt Kapranos. „We moesten opnieuw beginnen, als nieuwe band. Anders zou de één een gastrol bij de ander vervullen.”

Russell: „Toen dat eenmaal duidelijk was, besloten we overal gelijke inbreng in te hebben. Voor een nieuw nummer bedachten we een stukje, stuurden het naar de anderen en wachtten tot zij erop hadden voortgeborduurd.”

„Stap voor stap kwamen we verder”, zegt Ron. „Als bergklimmers die elkaars touw zekeren.”

Russell: „We wilden geen ‘Alex-liedjes’ en ‘Russell-liedjes’, dus zijn we in ieder nummer allebei te horen. Tegelijk of om de beurt.”

Voortbordurend, heen en weer over de oceaan, ontstonden de bewerkelijke songstructuren en ideeën voor arrangementen. Kapranos: „Ook de teksten werden in estafettevorm geschreven. Russell een stukje, ik een stukje. Zo groeiden we langzamerhand naar elkaar toe.”

Nummers als Piss Off, Save Me From Myself en Little Guy From The Suburbs combineren de uitbundigheid van Sparks met de puntige accenten van Franz Ferdinand. De pontificale muzikale wending in Police Encounters en de dramatische tekst van The Man Without A Tan zijn grappig. Maar uitzinnig hoogtepunt van de cd is beginselverklaring Collaborations Don’t Work, waarin koortsachtig wordt geschakeld tussen staccato ritmes en discorock, tussen juichende operavocalen en melancholische vertelstem – een potpourri met de flair van Queens Bohemian Rhapsody.

Russell en Kapranos laten hun falsetstem gemeen schallen in regels als: ‘I don’t need your patronizing/ I don’t need your agonizing/ I don’t need your navel gazing/ I don’t get your way of phrasing (...) Collaborations don’t work/ They don’t work, they don’t work/ I’m gonna do it all by myself.’

Russell grijnst: „Ik stuurde een opzetje naar Alex en hij reageerde met de treffende regel ‘I ain’t no collaborator’.” Ron: „Het leek even alsof we met dat nummer een vloek over ons afriepen. Gelukkig antwoordde Alex dat ze wilden meedoen.”

Voor de broers Mael betekende deze plaat een hernieuwde kennismaking met rockliedjes, zeggen ze. Sparks werkte de afgelopen jaren vooral als duo. Ze hadden geen bandleden en maakten de uitgesponnen theatrale nummers samen, met hun elektronische instrumentarium. Russell: „We hadden al heel lang niet meer met een ander soort muzikanten en instrumenten gewerkt. We hielden ons ook nauwelijks bezig met geijkte songstructuren. Daarom was dit weer een verfrissende ervaring.” Ron: „De ‘hoogwaardige’ popsong is nog altijd een interessant concept om na te streven.”

Maar zoals ze in het nummer al aankondigen, een samenwerking heeft valkuilen. Hoe beleefd ook, een zeker ongemak lijkt in de Amsterdamse hotelkamer onder het oppervlak te borrelen. Op de vraag wiens stijl domineerde, bijvoorbeeld, zegt Alex Kapranos dat hij ‘eerst wel op Sparks-manier begon te schrijven’, maar neemt het dan, na een blik op de Maels, terug. „We waren allemaal even belangrijk.”

Russell verzoent: „Als je samenwerkt met mensen met sterke ideeën, lever je wat in. Maar je krijgt er ook iets voor terug. FFS gaf beide partijen nieuw inzicht over hoe je muziek kunt maken.”

Trans-Atlantische samenwerking

Het onderscheid tussen rock en elektronica leidt opnieuw tot wrevel. Nadat de liedjes Trans-Atlantisch tot stand waren gekomen, volgden eind vorig jaar de opnamen, met de zes muzikanten in een studio in Londen. Van Sparks is bekend dat ze sinds begin jaren zeventig elektronica hebben verzameld. De vraag of de gebroeders Mael hun apparatuur hadden meegebracht naar de studio, wordt door Kapranos weggewuifd: „Ze hadden hun brein bij zich. Dat was genoeg.’’

Voor Franz Ferdinand ligt het onderscheid tussen rockliedjes en elektronische nummers gevoelig. Toen de groep na twee populaire cd’s met rockliedjes in 2009 een uitstapje maakte richting dance en elektronische instrumentaties, werd deze cd, Tonight, zuinig ontvangen door de aanhang. Na Tonight was er een vierjarig hiaat, en de volgende cd Right Thoughts, Right Words, Right Action (2013) was weer een bonafide rockplaat.

Kapranos draait zich naar Ron. „Laatst las ik over de lp No. 1 In Heaven die jullie eind jaren zeventig hebben gemaakt met Giorgio Moroder. Die lp wordt inmiddels als baanbrekende discoplaat beschouwd. Maar destijds werd hij afgekraakt, door de pers en door het publiek. Toen ik dat las, realiseerde ik me dat jullie hetzelfde hebben meegemaakt als wij.” Hij imiteert een beteuterde Franz Ferdinand-fan: „Ze spelen nu synthesizer. Ik haat synthesizers, ze moeten gitaar spelen.”

De twee Maels hebben alle gradaties van roem meegemaakt: van grootse podia naar achterafzaaltjes. Ze hebben tegen vele heilige huisjes geschopt en zich van trends niets aangetrokken. Hun positie in de periferie van de popwereld bevalt ze wel. Een ‘buitenstaander’, noemt Russell zichzelf. Berustend: „Al in de jaren zeventig maakten we het mee: rock was heilig, alleen rock was legitiem. Zodra je je palet wilt uitbreiden, ben je een afvallige.”

Dankzij recente ontwikkelingen lijken de buitenstaanders nu toch terug in het centrum van de aandacht. Volgende maand treedt FFS op in de – al uitverkochte – Max in Amsterdam en in augustus staat de band op Lowlands. Kapranos zegt dat de tournee wegens de grote belangstelling wordt uitgebreid, van Europa naar Amerika en nu ook Japan. Afgaand op de debuut-cd heeft FFS slechts veertig minuten aan materiaal. Waarmee zullen de optredens worden aangevuld? Kapranos, met uitgestreken gezicht: „Waarschijnlijk spelen we hier en daar een cover van de bands Sparks en Franz Ferdinand. Maar dan wel in onze eigen versie, natuurlijk.”