Na een jaar twijfel eindelijk gekozen

Dafne Schippers is het grootste atletiektalent van Nederland. De nieuwe Epke Zonderland of Sven Kramer, kun je wel zeggen. Alleen dan met een andere sport: sprint, vertelde ze gisteren.

Dafne Schippers, goed in sprint én in de zevenkamp, op de FBK Games, in mei. Foto ANP/JERRY LAMPEN
Dafne Schippers, goed in sprint én in de zevenkamp, op de FBK Games, in mei. Foto ANP/JERRY LAMPEN

Sprinten dus. Omdat ze er goed in is natuurlijk, maar vooral omdat ze er veel lol in heeft en het bij haar persoonlijkheid past. Dat zei atlete Dafne Schippers gisteren op een persconferentie in Utrecht. Na bijna een jaar van twijfel verschafte ze duidelijkheid over haar nabije, sportieve toekomst. „Net als meer vrouwen kan ik moeilijk keuzes maken.”

Schippers was na haar twee Europese titels op de 100 en 200 meter, vorig jaar in Zürich, in een tombola van emoties terechtgekomen. Ze was met hart en ziel een meerkampster, die zo goed kan sprinten dat ze wel eens wilde testen hoe ver ze rennend kon komen. Héél ver, bleek in Zürich, waar ze genoot van het toernooi en de successen. „Het was één groot feest”, zegt ze met een twinkeling in haar ogen.

Maar de Europese titels zaaiden ook twijfel. Terug naar de meerkamp of verder als sprintster? Schippers had intens genoten, maar ze was er niet aan toe om afscheid te nemen van de zevenkamp, het onderdeel waarop ze in 2013 op de WK in Moskou brons won. Dat bood perspectief voor een olympische medaille in Rio. Toch?

Knopen doorhakken

Er volgde een winter waarin ze en passant de Europese indoortitel op de 60 meter won – Schippers domineert nu op alle sprintnummers – maar waarin ze ook voortdurend met de vraag werd geconfronteerd: ga je verder als meerkampster of als sprintster? Het grootste Nederlands atletiektalent na de iconische Fanny Blankers-Koen wist het niet. Ze wist alleen dat ze voor het zomerseizoen een keus moest maken omdat anders de voorbereiding op ‘Rio’ in gevaar zou komen. En dus sprak ze met zichzelf af na de jaarlijkse meerkampmeeting in het Oostenrijkse Götzis de knoop door te hakken.

Schippers werd sindsdien verscheurd door twijfel en gek van de media, die maar niet ophielden naar haar voorkeur te vragen. „Terwijl ik het zelf niet wist. Het voelde alsof ik moest kiezen tussen twee kinderen.”

Pas afgelopen zondag, na ‘Götzis’ in het vliegtuig naar Nederland, wist ze het zeker: het wordt de sprint. Ze had de meerkamp moeten staken wegens haar jumpers knee, een euvel dat voortdurend bij het hoogspringen de kop opsteekt. Schippers was het zat, die pijn. Waarna ze zich de vraag stelde: waarom jezelf blijven tuchtigen, terwijl je het sprinten leuk vindt?

Schippers heeft zelf de keus gemaakt, zegt ze. Vanzelfsprekend heeft ze overleg met haar trainer Bart Bennam en haar ouders gevoerd, maar dat was het. De atlete heeft geen advies ingewonnen van fysiologen of bewegingswetenschappers. Schippers kon het goed af zonder die extra kennis. Omdat het voor haar vooral een kwestie van gevoel was.

Nu Schippers haar besluit heeft genomen is ze „enorm opgelucht”. Ze wilde ook zo snel mogelijk een persconferentie geven, om tot rust te komen en zich te kunnen voorbereiden op haar nieuwe rol. Nou ja, in die zin nieuw dat ze zich in de trainingen niet meer om de meerkamp hoeft te bekommeren. Ze zal voor de afwisselen blijven verspringen en hordenlopen, maar dan geheel in dienst van de sprint. En ze zal haar krachttraining aanpassen om van haar brede, niet bepaald aerodynamische schouders af te komen.

Sprinten dus. Omdat het sterk aan haar karakter appelleert, maar vooral omdat Schippers benieuwd is of ze zich kan meten met de supersnelle, donkere Amerikaanse en Jamaicaanse sprintsters. Ze denkt van wel, zeker nadat ze op de FBK Games in Hengelo voor het eerst de 100 meter onder de magische elf seconden (10,94) had gelopen. „Ik heb een alles-of-nietsmentaliteit”, zegt ze. „En ik kan op het juiste moment pieken.”

Cashen met olympisch eremetaal

Wat zijn Schippers’ perspectieven als sprintster? Haar grootste medaillekansen op de WK, komende zomer in Beijing en een jaar later op de Spelen, liggen op de 200 meter. Vanwege haar hoge topsnelheid.

De 100 meter is iets gecompliceerder, omdat haar startsnelheid nog wel eens hapert. En dan resteert weinig tijd voor reparatie. Voor Schippers geen reden alles op de 200 meter te zetten. Ze denkt met specifieke training progressie te kunnen maken op de 100 meter. En ze wil die snelle meiden verslaan, juist op de 100 meter, het koningsnummer. Dat idee alleen al geeft haar een kick.

De sprint heeft aanzien en is bij succes het lucratiefste atletiekonderdeel. Maar geld heeft bij Schippers’ keuze „geen enkele rol gespeeld”. Wat niet wegneemt dat er vooral met olympisch eremetaal gecasht kan worden. „Dan praten we over miljoenen”, zegt Ralph van Baasbank van House of Sport, het marketingbureau waar de atlete sinds kort onder contract staat. „Maar we positioneren haar eerst nationaal en dan pas internationaal.”

Commercieel gezien is Van Baasbank blij met de keus voor de sprint. Ter vergelijking: „Haar WK-brons op de meerkamp heeft weinig losgemaakt.” De zakenman ziet perspectief in de atlete die hij op marketingniveau gelijk schaalt met de schaatsers Sven Kramer en Ireen Wüst, turner Epke Zonderland en zwemster Ranomi Kromowidjojo. Er is één verschil: die anderen zijn (al) olympisch kampioen!