Misha’s jazzopera met solokoe

Jazzpianist Misha Mengelberg wordt tachtig. Zijn dwarsheid wordt geëerd in de voorstelling ‘Koeien, opera Misha’ .

Foto Ton Mijs

Een koeienkoor van weidekoeien, luchtkoeien, een waterkalf en de solokoe. De boer, boerin en de bijenkoningin. En dan de ‘misha-figuur’ die zich enigszins vrij over het podium beweegt, wat zeurderig storend, meanderend door het operaverhaal in licht surrealistische setting waarmee het jazzcollectief Instant Composers Pool zijn roemruchte leider Misha Mengelberg eert.

De grootvorst van de improjazz wordt tachtig en is niet meer in staat om te componeren. Vorig jaar was op het IDFA in de schrijnende documentaire Misha Enzovoort van cineast en schrijver Cherry Duyns al te zien hoe het geheugen van de in Kiev geboren jazzmusicus, avant-gardist en denker langzaam aan het uitdoven is. Naast een aan hem gewijd symposium over zijn werk en leven (Misha’s Middag, aanstaande zaterdag) worden dit Holland Festival Mengelbergs eigenheid, geestigheid en dwarsheid gevat in de voorstelling Koeien, opera Misha.

Naast het ICP Orchestra zijn voor de cast de vocale solisten Katrien Baerts (sopraan), Fanny Alofs (mezzo-sopraan), Mattijs van de Woerd (bariton) en zes jonge zangers van het Koninklijk Conservatorium Den Haag aangetrokken, plus de acteurs Pierre Bokma, Olga Zuiderhoek en Beppe Costa. Regisseur Cherry Duyns voorzag een „vonkend eerbetoon”. Hij schreef het libretto van deze jazzopera, voor en óver Misha, tegen de achtergrond van verwikkelingen op een boerderij in een oer-Hollands polderlandschap, gebaseerd op het nooit voltooide, licht absurdistische muziektheaterwerk Koeien van Mengelberg. Die wilde destijds een operatrilogie maken van de stukken Behang, de Voordracht en Koeien, maar strandde bij het derde deel.

Misha’s nooit voltooide libretto – hij schreef het in de jaren tachtig – was groot, flink gedateerd en niet al te eenduidig, volgens Duyns. De betekenis van het verhaal, zegt hij, is wellicht niet in alle gevallen glashelder, maar typisch Misha in een muzikale, ritmische taal. „Ik heb het verhaal van zijn Koeien behapbaar gemaakt. Misha’s poëzie is ruimschoots ongeschonden gebleven. In zijn zucht naar anarchie en eigenzinnigheid had hij overigens plannen om echte koeien op het podium te laten lopen. Dat laten we nu maar even. Maar het is allemaal heel erg in zijn lijn, met zijn orkest centraal op het podium en de acteurs eromheen op een talud.

Actrice Olga Zuiderhoek is de solokoe die communiceert in Sprechgesang. Acteur Pierre Bokma doet géén Mengelberg-imitatie, maar zal toch onmiskenbaar Mengelberg zijn: warm en licht diabolisch. Hij loopt rond, kijkt naar de opera en houdt zijn eigen verhaal. „Pierre citeert Misha uit teksten en oude interviews”, legt Duyns uit. „Soms zijn dat quotes die mee buigen, soms lopen ze helemaal weg. Hij verschijnt en vertelt. De timing is min of meer aan hem, Pierre speelt het gedachtegoed van Misha uit.”

Muzikaal viel er veel te halen, merkte componist en pianist Guus Janssen, die de muziek samenstelde, puttend uit het hele oeuvre van de pianist. „Het oeuvre van Misha is in feite al tien jaar af, op enkele krabbels na. Het was een feest om alles voorbij te horen komen. Aanvankelijk vroeg ik mij af waar ik moest beginnen, maar toch was het al binnen een week af. Ik vond het een rijkdom om de nummers te ontmantelen. Zo nam ik bijvoorbeeld de begeleiding van het van hem bekende nummer De Sprong, O Romantiek der Hazen, als koorzang voor de koeien. Of verdeelde ik de solo anders door die een zanger toe te bedelen.”

Het zijn allemaal noten van Mengelberg, aldus Janssen. Alleen heeft de pianist, die zich altijd nog een gast voelt bij het orkest en Mengelberg „zeker niet vervangt”, ze slim herverdeeld. „Zijn al geschreven arianoten en lijnen kregen teksten. Gedeeltes uit nummers verhuisden of veranderden van instrument. Het is een logische organische versmelting van zijn werk. En het is echt wel een opera met een slotkoor dat je de tranen in de ogen doet schieten. Dat verwacht je dan weer niet bij Misha, maar dat zijn echt zijn noten. Het Mengelberg-nummerWeer is een dag voorbij heeft een Satie-achtige kwaliteit.”

De grootste uitdaging voor het ICP Orchestra met deze opera, die vanaf volgend jaar in de theaters te horen zal zijn, is het vaste stramien. Nu, bij de repetities, merken de musici hoezeer er met acteurs en de negen klassieke zangers vaste afspraken komen. Hoezeer Mengelberg nu ook aan het dementeren is, zijn geest waart altijd over ICP. Dus nooit dezelfde show, steeds weer zijn er veranderingen. Het ter plekke improviseren, waarin de afspraak is dat er geen afspraken zijn en ieder op eigen wijze de groep kan aansturen, is in deze tijd weliswaar niet meer zo baanbrekend, maar wel authentiek, opwindend en avontuurlijk. Met in het achterhoofd het aanvallende, deconstructieve spel van de grote muzikale denker; back in the days, het ensemble opjuttend met grillige grepen, nooit iemand naspelend, een onafhankelijke benadering van de jazzmuziek.

Guus Janssen: „Het zal erom gaan spannen bij de uitvoering. Het orkest zal een vulkanische spanning voelen om vrijheid te zoeken. Laat dat maar gebeuren, denk ik dan. Tegelijk kunnen we niet te ver gaan. Dan zijn onze zangers ons kwijt.”