Griekse hoofdbrekens voor Draghi

Miljarden aan noodsteun voor Griekse banken komen onder druk te staan als politiek akkoord uitblijft.

ECB-president Mario Draghi (rechts) gisteren naast zijn adjunct, de Portugees Vitor Constancio.
ECB-president Mario Draghi (rechts) gisteren naast zijn adjunct, de Portugees Vitor Constancio. Foto Reuters / Kai Pfaffenbach

Eigenlijk zou het leven van Mario Draghi er nu ontspannen uit moeten zien. Het grote opkoopprogramma van staatsobligaties dat de president van de Europese Centrale Bank (ECB) begin dit jaar in gang zette, loopt soepel. Het deflatiegevaar is geweken. En de groei in de eurolanden trekt aan. Maar één ding maakt het voor Draghi onmogelijk om achterover te leunen: de kwestie-Griekenland, die de ECB steeds meer hoofdbrekens bezorgt.

Meteen aan het begin van zijn persconferentie in Frankfurt gisteren liet Draghi weten: over Griekenland wou hij niets kwijt, want „de politieke onderhandelingen zijn nu in beweging”. Maar journalisten wilden wél alles weten over Griekenland. De ECB speelt in het Griekse drama een sleutelrol.

Nu de Grieken niet aan hun betalingsverplichtingen aan het Internationaal Monetair Fonds (IMF) dreigen te kunnen voldoen – eind deze week moet 300 miljoen worden terugbetaald – stijgt de druk op de ECB om het land in zo’n geval toch op de been te blijven houden met noodleningen aan de Griekse banken. De banken in Griekenland ontvangen zogeheten emergency liquidity assistance (ELA). ELA wordt uitgekeerd door de Griekse centrale bank, maar de ECB, waarin alle centrale banken van de eurozone zijn verenigd, zou in het geval van een Grexit, een Griekse euro-uittreding, het risico lopen over de meer dan 80 miljard aan ELA die sinds begin dit jaar is uitgekeerd aan Griekse banken.

Noodsteun onder druk

Draghi zei dat ELA niet vanzelfsprekend is als Griekenland in gebreke blijft bij het IMF. „Als de condities veranderen, zouden we moeten terugkomen op onze eerdere beslissingen. De de ECB is een „op regels gebaseerde instelling”, zo benadrukte bij: voor ELA gelden regels: het onderpand voor de leningen moet in orde zijn en banken moeten solvabel zijn. Bij een default, het in gebreke blijven bij schuldeisers, is het zeer de vraag of aan deze regels nog wordt voldaan.

Het 25-koppige ECB-bestuur sprak dinsdag, aan de vooravond van de officiële vergadering, intensief over ELA. De Duitse centralebankier Jens Weidmann laat zich steeds kritischer uit over het noodmechanisme: het is volgens hem niet aan de centrale bank, maar aan de politiek om te beslissen over het lot van Griekenland. Maar de vice-president van de ECB, de Portugees Vitor Constancio, schudde gisteren zijn hoofd toen een Duitse journalist vroeg of ELA volledig wordt stopgezet bij een default.

De Griekse verplichtingen aan het IMF (in totaal zo’n 1 miljard euro deze maand) zijn klein bier vergeleken met het geld dat Athene daarna, in juli en augustus, moet overmaken aan de ECB zelf. Griekse staatsobligaties ter waarde van 6,7 miljard euro die in het bezit zijn van de ECB lopen dan af. Draghi zei dat hij ervan uitgaat dat Griekenland het geld „op tijd en volledig” terugbetaalt.

Het plaatst de ECB, formeel onafhankelijk van de politiek, in een lastige positie: ze is tegelijkertijd redder én schuldeiser van Griekenland.

Obligatiemarkt instabiel

De financiële markten reageren tot dusver niet erg gespannen op de Griekse problemen. En dat is mede dankzij Draghi. Zijn opkoopprogramma van staatsobligaties (kwantitatieve verruiming) vergroot het vertrouwen van beleggers in de eurozone als geheel. Draghi benadrukte: het paardenmiddel zal „volledig” worden uitgevoerd. De ECB koopt 60 miljard euro aan obligaties per maand, waarvoor ze betaalt met geld dat direct in de economie terechtkomt. Dit moet duren tot september 2016, „en in elk geval” tot de ECB-inflatiedoelstelling van iets onder de 2 procent in zicht is.

De dreiging van deflatie in het eurogebied was voor de meerderheid van het ECB-bestuur in januari reden om het paardenmiddel kwantitatieve verruiming in te zetten – een besluit waar de president van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot, tegen was. De inflatieverwachting voor dit jaar is nu iets toegenomen, zei Draghi: 0,3 procent in plaats van 0 procent bij een eerdere raming in maart. Maar voor 2016 en 2017 blijft de ECB vasthouden aan haar inflatieverwachtingen van 1,5 respectievelijk 1,8 procent. Het doel is „nog lang niet” bereikt, zei Draghi.

Nadelige effecten van kwantitatieve verruiming wuifde Draghi weg. Eén van die effecten is instabiliteit op de obligatiemarkt. Begin mei schoten de rentes op Duitse en Nederlandse staatsobligaties opeens omhoog, nadat ze bij het begin van kwantitatieve verruiming flink waren gedaald.

De ECB creëert zo veel vraag naar obligaties dat de prijs ervan (omgekeerd evenredig met de rente) is opgelopen. Maar omdat de ECB zo veel schuldpapier uit de markt wegkoopt, wordt die markt kleiner en dus gevoeliger voor schokken. De markten moeten „wennen aan perioden van grotere veranderlijkheid”, zei Draghi gisteren. Meteen na die opmerking schoot de rente op Duits tienjarig schuldpapier opeens weer omhoog, van rond de 0,7 naar bijna 0,9 procent. Een uitzonderlijk grote stijging. Daarmee handelden de beleggers direct in de geest van Draghi.