Aanpak motorclubs moet beter

De Belgisch-Limburgse gemeente Maasmechelen had al problemen met motorclubs en burgemeester Raf Terwingen zit niet te wachten op nieuwe. Hij vreest „een waterbedeffect” nu Nederland (direct aangrenzend) en Duitsland (een kwartier rijden) de druk op motorclubs opvoeren.

Op initiatief van Terwingen overlegden gisteren federaal minister Johan Jambon (Binnenlandse Zaken) en de Belgische grensgemeenten. De bewindsman gaat bekijken of de motorclubs juridisch zijn aan te pakken.

In Maasmechelen (ruim 37.000 inwoners) zijn vooral de Outlaws actief. Vier jaar terug werden drie van hen vermoord. Daarvoor werd later een Hells Angel veroordeeld. „De vraag is niet of er wraak komt, maar wanneer”, zegt Terwingen. Zijn gemeente probeert nieuw geweld te voorkomen door bijeenkomsten te verbieden en bouw- en handelsvergunningen te weigeren.

Voor die aanpak is actuele, grensoverschrijdende kennis noodzaak. Maar daar schort het aan. Van de confrontatie tussen motorbendes in Sittard en de persoonbescherming voor de burgemeester van Kerkrade moest Terwingen via de pers horen. Omgekeerd gaat het ook fout: „Een jihadist die hier op de zwarte lijst stond, kon in Nederland gewoon onderwijs geven.”

Met het oog op de motorclubs is gisteren met minister Jambon afgesproken dat de Belgische politiediensten beter gaan samenwerken, en dat gepoogd wordt grensoverschrijdend optreden op de agenda van de Raad van Europa te krijgen. „Maar we moeten ook met de buurregio’s betere afspraken gaan maken.”