Forten zonder oorlog of vijand

In drie forten langs de Waterlinie en de Stelling van Amsterdam laten vijftig kunstenaars werken zien die verhalen over fictieve oorlogen. Als symbool van militaire fictie staat op elk fort een Joint Strike Fighter.

Drie variaties op de Joint Strike Fighter: beelden van Stefan Grosz, Zoro Feigl en het duo Matjaž Štuk en Alena Hudcovicová op de manifestatie Gimme Shelter
Drie variaties op de Joint Strike Fighter: beelden van Stefan Grosz, Zoro Feigl en het duo Matjaž Štuk en Alena Hudcovicová op de manifestatie Gimme Shelter Foto’s Walter Herfst

Een roze JSF ligt op de dijk boven de Linge bij Fort Asperen weldadig in de zon. Dezelfde straaljager ligt als een Flying Gulliver, rustend op de neus van Pinokkio, te glanzen in de zon op de dijk boven de Haarlemmermeerpolder bij Fort Vijfhuizen. En bij Fort Nieuwersluis, verscholen op een eilandje in De Vecht, balanceren twee dertien meter lange windmolenwieken als vleugels van het vliegtuig op een kolom.

De Nederlandse luchtmacht moet zijn eerste Joint Strike Fighters nog krijgen, maar Sacha Bronwasser en Lucette ter Borg hebben drie eigen versies al laten maken door kunstenaars. Door Stefan Grosz, die er een knuffelversie in Barbapapaplastic van maakte. Door Matjaž Stuk en Alena Hudcovicová, die zich lieten inspireren door Jonathan Swift die in Gullivers Reizen al de absurditeit van oorlog aan de kaak stelde. En door Zoro Feigl, die zijn toestel speelbal maakt van de wind.

Voor Bronwasser en Ter Borg is de miljarden kostende straaljager het hedendaagse voorbeeld van ‘militaire fictie’: een vurig door het leger gewenste investering, die al verouderd lijkt op het moment van ingebruikname door de opkomst van onbemande vliegtuigen. Daarmee is de parallel gelegd met de forten langs de Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Ze zijn nooit gebruikt in een oorlog, ze zijn in sommige gevallen zelfs nooit bemand geweest. Bij oplevering waren ze al niet opgewassen tegen het moderne wapentuig.

Ze zijn kunstcritici, Bronwasser voor De Volkskrant en Ter Borg voor NRC Handelsblad. Fort Asperen vroeg ze om een tentoonstelling te maken in het fort dat wel vaker kleinere kunstexposities organiseert. Twee andere forten kwamen daar al snel bij. Vijfhuizen is een kunstfort, Nieuwersluis is pas dit jaar voor het eerst toegankelijk voor publiek. „De militaire geschiedenis is van dit soort voorbeelden doorspekt. Alles wordt gebouwd om de vorige oorlog te winnen”, zegt Ter Borg.

Voor hun kunstmanifestatie Gimme Shelter hebben ze twaalf opdrachten verstrekt. Drie kunstenaars die ze vroegen om werken ter beschikking te stellen, maakten spontaan nieuw werk. De twee critici onderhandelden met galeries voor bestaand werk. En ze brachten uren door in archieven en in het Instituut voor Beeld en Geluid om oude films en foto’s te zoeken, die nu in de forten te zien zijn: instructiefilmpjes wat je moest doen als de Bom viel, over camouflagetechnieken of over de mobilisatie van Fort Asperen voor de Eerste Wereldoorlog.

Waterstofzuigers

De grootste klus was Fort Nieuwersluis. Het fort diende van de Tweede Wereldoorlog tot het eind van de Koude Oorlog als atoombunker. Daarna waren er een vrouwengevangenis en een asielzoekerscentrum gevestigd. Achttien jaar geleden raakte het in onbruik. Natuurmonumenten kreeg het eiland, liet de natuur verwilderen en bekommerde zich niet om het fort. Met waterstofzuigers stonden Ter Borg en Bronwasser en een legertje vrijwilligers een paar weken voor de opening nog de plassen weg te zuigen uit de remises. Ze bouwden muurtjes, moesten alles schoonmaken.

In de toren van het fort schallen en schetteren trompetten in zeven reveilles in het geluidskunstwerk Wake up van Jennifer Allora en Guillermo Calzadilla. Het lijkt of ze soldaten uit hun dood willen oproepen in de toren, waar half vergane houten deuren in hun sponningen hangen. Het blanke licht flikkert om de spookachtigheid te versterken. Hoewel je het zou denken, is het werk oorspronkelijk niet gemaakt voor deze ruimte. Ter Borg zag het in Post CS, de tijdelijke locatie van het Stedelijk. „In een white cube, dat gaf een heel ander effect”, vertelt ze.

Zo geven ze meer werken die ze ooit als criticus hebben opgemerkt hun eigen plek. Zoals de film Continuity van Omer Fast, die ze op Documenta 13 in Kassel hebben gezien. Een militair keert terug uit Afghanistan, wordt op het station opgewacht door zijn ouders en keert terug in het ongemakkelijke gezinsleven. Tot drie keer aan toe. In elke versie maakt Fast met absurde dialogen en bizarre fantasieën duidelijk dat de illusie van het gelukkige gezin definitief voorbij is.

De verrassing in Nieuwersluis is de overgebleven atoombunker. „Dit is toch net een installatie van Kabakov”, zegt Ter Borg, refererend aan de Russisch-Amerikaanse kunstenaar die in zijn conceptuele kunstwerken vertrekken als wagons of toiletruimten geheel nabouwt. In Fort Nieuwersluis zijn de koffiekamer, de slaapvertrekken, de doucheruimte en de generatorruimte nog precies als in de tijd van de Koude Oorlog – alsof de bewakers overhaast zijn vertrokken. Op de stapelbedden liggen nog vieze kussens, de generator kun je op drie oude stalen hometrainers nog aanfietsen, de noodrantsoenen liggen nog in de keuken.

In de ruimtes voor de kluisdeur naar de bunker hangen foto’s van Danila Tkachenko die onder meer een gecrasht amfibievliegtuig en verlaten troposferische antenne-installaties in het sneeuwlandschap van Siberië heeft gefotografeerd in Restricted areas. De overblijfselen van de Koude Oorlog in Oost en West zijn zo dicht bij elkaar gebracht. Daartussen hangen oude, groen uitgeslagen stafkaarten in hun lijsten achter glas. „Net abstracte kunstwerken”, zegt Ter Borg.

Maggie als vijand

Asperen is een van de weinige forten waar jarenlang troepen zijn gelegerd, zonder dat ze een vijand hebben gezien. „Hoe stel je je vijand voor als er nooit een oorlog komt? Wat gebeurt er dan in je hoofd? Dat idee fascineert ons”, legt Bronwasser uit.

In de torenschacht ligt Margaret Thatcher op de grond. Als een piñata, een Latijns-Amerikaans beeld waarop geslagen mag worden. Dick Verdult, die in Zuid-Amerika is opgegroeid, staat in zijn blauwe overall te delibereren met technici hoe licht aan haar bevestigd moet worden voor ze aan een stalen ketting tot halverwege de toren opgetakeld zal worden. „Voor Verdult is Margaret Thatcher, zoals voor alle Argentijnen sinds de Falklandsoorlog, de verpersoonlijking van dé vijand”, legt Ter Borg uit. In de muren van de schacht staat een reeks van attributen opgesteld, bijna als voodoo-objecten. Nog even heerst er rust. „We vrezen een orkaan van geluid. Sirenes gaan loeien, speeches zullen door de torenschacht schallen”, vertelt Ter Borg. „We hebben Verdult gevraagd het niet té heftig te maken. Het moet wel uit te houden zijn in het fort.”

Op verschillende plekken in de forten komt de jeugddroom van militaire heldhaftigheid tegenover de desillusie van de militair te staan. In Asperen toont de film Letter to a refusing pilot van Akram Zaatari de jongensdroom van een Libanees die er op zijn middelbare school van droomt om als straaljagerpiloot naar de hemel te vliegen en papieren vliegtuigjes uit grote hoogte boven Beiroet loslaat. Daarna laat hij zien hoe zijn middelbare school door de Israeliërs wordt gebombardeerd begin jaren tachtig. Een eerste piloot, een architect die het gebouw als school herkende, weigerde zijn bommen te laten vallen. Een volgende piloot volgde wel de opdracht.

Ook in Asperen hangen foto’s van Craig Aimes, een Britse beroepsmilitair die, nadat hij was afgezwaaid, beroepskunstenaar werd. Acht jaar na zijn afzwaaien keerde hij terug naar de kazernes en strijdgebieden om de leegheid en verveling van het militaire bestaan te fotograferen. In Fort Vijfhuizen toont Aimes op een iPad hoe het Amerikaanse leger jongens rekruteert via computergames in wervingscampagnes.

Die jongensdromen komen ook terug in het werk van de jongste en oudste kunstenaars van de manifestatie. De vijftienjarige Amsterdammer Yan Michon heeft hele legers van militaire poppetjes gemaakt van met papier omhuld ijzerdraad. Bronwasser ontdekte ze bij vrienden, ze zijn nog nooit tentoongesteld.

Ter Borg en Bronwasser reisden ook naar Dijon om een theatervoorstelling van Alexis Forrestier te zien met werken van de 84-jarige Art Brutkunstenaar André Robillard. Robillard leeft sinds zijn elfde in inrichtingen en maakt daar uit gevonden materialen eindeloze hoeveelheden Spoetniks en machinegeweren. Autospiegels, kilometertellers, antennes: alles wordt gebruikt. Met de Spoetniks begon hij na de lancering van de allereerste. „Let op de pacifistische kreten”, zegt Ter Borg. „Robillard waarschuwt al sinds 1957 voor een ruimteoorlog.”

Gekneveld

In Vijfhuizen loopt kunstenaar Wouter Klein Velderman met zijn fotocamera rond het fort. Zijn vliegtuigen uit de Eerste Wereldoorlog zijn de vijanden die het fort overbodig heeft gemaakt. Hij straft ze ervoor, hij heeft ze gedemonteerd en gekneveld aan overjarige iepen met bondagetechnieken die hij heeft afgekeken van porno-instructiefilms op internet. En dat terwijl hij op basis van constructietekeningen, ook op internet gevonden, de dubbeldekkers in tweeënhalve maand heeft nagebouwd van waterleidingbuizen omspannen met zeil. „Vind je het niet mooi dat de bomen bepalen hoe de vliegtuigen kunnen hangen, dat de bomen de baas zijn?", zegt hij. „Ik vind dat pijnlijk, maar mooi.”

Bovenop het Fort in Vijfhuizen staat een konijn in camouflagekleding van Elisa van Schie over het polderlandschap uit te kijken. Zijn poten hangen vrolijk voor hem. Door gaten heen kun je elkaar de hand schudden. Zo erg is oorlog toch ook weer niet, zou je bijna denken. Tot je beseft dat die gaten ook kogelgaten kunnen zijn. Heeft het camouflagepak het konijn toch niet geholpen?