Feestelijke onderwaterstillevens van Harold Schouten

Harold Schouten, Floating Underwater Stuff, 2012. Olieverf op doek, 70x100 cm
Harold Schouten, Floating Underwater Stuff, 2012. Olieverf op doek, 70x100 cm

Voor de derde keer exposeert Harold Schouten (1961) zijn zeeschilderijen in het DunaAtelier in Katwijk aan Zee. Een paar jaar geleden stond dat fijne houten daglichtpaviljoentje nog op het strand, nu staat het verderop aan de boulevard.

Ergens is dat wel toepasselijk, want ook Schoutens schilderijen zijn wat verder van de zee af komen te staan. Dat wil zeggen: hij schildert ook nog altijd de Noordzee zoals die van voor- tot najaar komt aanrollen voor de deur van zijn tot atelier verbouwde schaftkeetje in Wijk aan Zee. Het zijn studies van steeds hetzelfde motief, overdag en ’s avonds, onder een stralend blauwe hemel of onder donkere regenwolken. Licht- en schaduwbanen die over een vloer van zout water glijden. Voor de zeeschilder is al het weer strandweer.

Maar naast die plein air-schilderijen maakt Schouten tegenwoordig ook atelierstukken – heel letterlijk, want het interieur van het atelierkeetje is in beeld verschenen. De deuropening omlijst het zeegezicht. Binnen hangen bontgekleurde visserstouwen en reproducties van bewonderde schilders: Manet, Courbet, Ensor.

In zijn nieuwste werk gaat Schouten nog een stap verder: hij vermengt zee, touwen en kunsthistorische verwijzingen tot één geheel. Tot een soort onderwaterstillevens. Hij heeft nooit gedoken, maar hij stelt zich voor hoe de zee er van binnen uitziet en komt een heel eind. We zien de zeespiegel van onderaf. Banen licht vallen door een rimpelig plafond. In de diepte deinen kluwen plastic en touw. Een enkele bolle vorm daartussen kan een kwal zijn, maar ook een hoofd dat met Ensors carnavalsmaskers te maken heeft.

Strange fruit of the sea noemt Schouten het afval waarmee wij mensen de zee opzadelen. Het is een treurig stemmend gegeven, maar bij hem krijgt het ook iets schilderachtigs, iets feestelijks zelfs: al die sliertjes kleur, meedansend met de onderstroom. „Het water eigent zich vormen toe”, zegt hij. „Alles wat je in het water gooit, wordt van water.”

Als schilder eigent Schouten zich op zijn beurt het water toe, met vormen en al. Alles wordt van verf.