Een premier die niet zonder buitenlanders kan

Premier Xavier Bettel wil Luxemburg hervormen. Maar dan moeten buitenlanders wel stemrecht krijgen.

Beeld uit een video van Mike McQuaide, ‘de Amerikaan in Luxemburg’.
Beeld uit een video van Mike McQuaide, ‘de Amerikaan in Luxemburg’.

Als er één Europees land is dat vaak voor meer Europa pleit, is het wel Luxemburg. Nu overweegt het landje zelfs om buitenlanders stemrecht te geven. Dat is uitzonderlijk: wereldwijd zijn er maar een paar landen waar buitenlanders mogen stemmen. Zondag houdt Luxemburg hierover een referendum. Het hertogdommetje hangt vol posters die regeringspartijen hebben opgehangen, die mensen oproepen om ‘Jo!’ te stemmen. Maar het lijkt erop dat het toch nee wordt.

Een van de redenen voor dit referendum is dat 46 procent van de 450.000 inwoners van Luxemburg buitenlander is, bijna allen Europees. Op straat en in cafés hoor je Portugees, Engels, Russisch, alles door elkaar. Sommige buitenlanders wonen hier al twintig jaar. Het land dankt zijn rijkdom grotendeels aan hen – Luxemburg heeft gemiddeld de hoogste inkomens in de EU. Ook dat zie je: dure kleding- en automerken bepalen het straatbeeld. Veel buitenlanders werken in de financiële sector, ’s lands belangrijkste exportproduct. Enkele duizenden zijn in dienst bij Europese instellingen. Ruim 70 procent van Luxemburgs workforce komt uit het buitenland. 150.000 van hen wonen over de grens in Frankrijk of Duitsland. ’s Ochtends staan er lange files, Luxemburg in. ’s Avonds gaan ze de andere kant op. Deze transfrontaliers betalen belasting en sociale lasten in Luxemburg en mogen van alle faciliteiten gebruikmaken.

„We zijn een land van veeltaligheid en diversiteit”, zegt de liberale premier Xavier Bettel. „We bouwen bruggen tussen buren en tussen culturen.” Dat maar 42 procent van de bevolking kan stemmen, vindt hij verkeerd. Hij voert hard campagne om dat te veranderen. „Stemrecht moet niet beperkt zijn tot mensen met een Luxemburgs paspoort, maar moet ook gelden voor mensen die hier wonen en werken.”

Bettel, wiens grootouders uit vier landen komen, heeft nóg een reden om de automatische link tussen nationaliteit en territorium door te knippen: hij wil na decennialange heerschappij van de christen-democraten het land hervormen. Dat lukt niet zonder buitenlanders. De verzorgingsstaat is hypergenereus. Een beginnend onderwijzer verdient 5.500 euro bruto per maand. Bij het Europees Hof van Justitie klaagt iemand dat ze geen Luxemburgse werknemers kunnen vinden: „De staat betaalt beter.”

De pensioenverplichtingen van de overheid zijn de hoogste van Europa. Dat is een tikkende tijdbom vol ‘impliciete schuld’. De liberalen willen die ontmantelen, maar krijgen er in het huidige kiesstelsel geen meerderheid voor: de meeste Luxemburgers zijn (gepensioneerde) ambtenaren, die zichzelf niet in het vlees gaan snijden. Vandaar dat Bettel, die regeert met de socialisten, buitenlanders wil laten meebeslissen. Die werken vooral in de privésector en zijn eerder geneigd hervormingen te steunen. Het stemrecht dat Bettel voorstelt, geldt alleen voor buitenlanders die al tien jaar in Luxemburg wonen en al bij lokale verkiezingen hebben gestemd (wat in heel Europa allang kan). Zondag stemmen Luxemburgers ook over een verlaging van de stemgerechtigde leeftijd van 18 naar 16, en een maximumtermijn van tien jaar voor regeringsleden.

Het is de vraag of Bettel slaagt. Nu Europa hen bekritiseert wegens de belastingdeals die werden onthuld door Luxleaks, zijn veel Luxemburgers defensief. Het heeft een mild soort nationalisme aangewakkerd dat het land tot voor kort vreemd was. „Laat buitenlanders Luxemburgs worden, dan kunnen ze stemmen”, zei iemand tijdens een recent debat (voor Nederlanders onmogelijk, tenzij ze hun Nederlandse pas opgeven). Een ander was ontstemd omdat Luxembergers stemplicht hebben en buitenlanders straks niet. En een zakenman zei: „Als andere landen steeds meer aan zichzelf denken, moeten wij hetzelfde doen.” De belangen van Luxemburg en Europa lopen vaak parallel, maar nu even niet.