Een ‘freakincident’, als we China mogen geloven

De hele wereld vraagt zich af wat er maandagavond écht gebeurde tijdens de scheepsramp in China. De staat houdt belangrijke informatie buiten de media.

Na de grootste Chinese scheepsramp in de naoorlogse geschiedenis ontlaadt een heftruck doodskisten bij een lijkenhuis. Woensdag misten er nog ruim 400 mensen. Foto Reuters
Na de grootste Chinese scheepsramp in de naoorlogse geschiedenis ontlaadt een heftruck doodskisten bij een lijkenhuis. Woensdag misten er nog ruim 400 mensen. Foto Reuters

De uitgelekte e-mail van de Communistische Partij van China (CPC) liet er geen misverstand over bestaan: Chinese journalisten mogen niet zelfstandig onderzoek doen naar de omstandigheden van de grootste, naoorlogse maritieme ramp van hun land. „Media mogen geen verslaggevers ter plaatse hebben en de verslaggevers die er al zijn, moeten onmiddellijk teruggeroepen worden”, schreef het centrale propaganda-apparaat van China onder andere.

Alle geschreven en digitale media mogen alleen de artikelen en foto’s van het staatspersbureau Xinhua gebruiken. De tv-stations zijn aangewezen op de verslagen van CCTV, de belangrijkste staatstelevisiemaatschappij.

Kritische vragen over de beslissingen van de kapitein, Zhang Shunwen (43), die als eerste en één van de weinigen het kantelende schip verliet, mogen de Chinese media niet stellen. Ook de twijfelachtige kwaliteit van het schip blijft via de aangewezen kanalen onbesproken. Chinese mediaconsumenten zijn voor antwoorden aangewezen op buitenlandse media, die op ongeveer tien kilometer van de rampplaats worden gehouden.

Sommige informatie is gewoon openbaar beschikbaar: het feit dat de rederij, een staatsbedrijf in Chongqing dat het cruiseschip exploiteert, verlies lijdt, bijvoorbeeld. Net als de wetenschap dat de maritieme autoriteiten zich al in 2013 zorgen maakten over de technische staat van de Oostelijke Ster.

Toch melden buitenlandse media op basis van geverifieerde bronnen ook nieuwe dingen: dat de kapitein doorvoer bijvoorbeeld. En dat ondanks het steeds slechter wordende weer, andere kapiteins zochten wel veilige havens op. Dat vertelde één van hen op een later gecensureerd Twitter-bericht.

Veel onbeantwoorde vragen

Staatsmedia houden de verantwoordelijkheid van de maritieme autoriteiten die toezicht houden op het scheepvaartverkeer geheel buiten beeld. Want waarom mocht het schip dat over opvallend weinig kiel beschikt, doorvaren in steeds ruiger weer? En waarom was er geen weeralarm geslagen op een rivier die - sinds enkele jaren - is uitgerust met de modernste navigatiesystemen?

Het wel goedgekeurde verhaal gaat als volgt: onder leiding van premier Li Keqiang - de nummer twee van de CPC - zetten de autoriteiten alles op alles om mogelijke overlevenden in deze natuurramp te redden. Li is ter plaatse en tv-kijkers zien hoe hij, gebogen over stafkaarten, orders uitdeelt en diep buigt voor geborgen slachtoffers die onder witte lakens op de dekken van de bergingsschepen liggen.

Natuurrampen met duizenden, soms zelfs miljoenen slachtoffers, werden in tijden van Mao Zedong verzwegen. Sinds de aardbeving in Sichuan met 80.000 doden zijn dat momenten waarop de CPC, het Volksbevrijdingsleger en de marine zich van hun beste kant kunnen laten zien: daadkrachtig, besluitvaardig, meelevend, heldhaftig en dichtbij het volk.

Krantenlezers vernemen van een batterij aan geautoriseerde deskundigen dat het hoogstwaarschijnlijk om een „freak-incident” gaat, een uitzonderlijke tornado, gecombineerd met zware regenval, mist en duisternis zou de Oostelijke Ster in 30 seconden tot zinken hebben gebracht. Met andere woorden: het lag aan de weergoden en helemaal niet aan de CPC-autoriteiten.

China is bang

Misschien is het waar dat kapitein Zhang en zijn Oostelijke Ster niet waren opgewassen tegen de „draak die de wind draait”, zoals in het Chinees een echte tornado wordt genoemd. Maar alle onderzoeksvragen mogen alleen door de autoriteiten gesteld worden en niet door de media. Uiteraard ligt ook de regie van de beantwoording geheel bij de staat.

Iedere keer opnieuw duikt bij grote incidenten in China de angst voor verlies aan controle op. De vrees voor „sociale instabiliteit” is diep geworteld. Ze zijn bang voor gefundeerde kritiek op het functioneren van een staat, die pretendeert alles te weten en te kunnen.

Het is een feit dat Chinezen in tijden van crisis snel hulp zoeken bij de staat. Intens bedroefde familieleden trokken gisteren in groepjes naar zwaar bewaakte overheidskantoren in Shanghai, niet alleen om informatie, maar ook om verhaal te halen. Een huilende man eiste antwoord op de vraag waar zijn vader en moeder waren gebleven. Daarna ontstonden vechtpartijtjes met politieagenten: een opstand is snel geboren in vaak heetgebakerd China.

De vergelijking dringt zich op met andere grote incidenten. In 2011 bijvoorbeeld, botsten twee nieuwe hogesnelheidstreinen op elkaar. Er mocht geen verband worden gelegd met de fouten die bij de aanleg van de waarschuwingssystemen waren gemaakt. Later bleek er een verband te zijn tussen corruptie bij de aanbesteding en de technische oorzaak van deze treinramp. Het verantwoordelijke ministerie is inmiddels opgesplitst en de minister zit een levenslange gevangenisstraf uit.

Ongetwijfeld gaan ook nadat de Oostelijke Ster geborgen is - het reddingswerk is stilletjes omgebogen naar een luguber bergingskarwei - koppen rollen. De kapitein is al gearresteerd en het is een kwestie van tijd of de rederij zal worden gesloten of opgaan in een ander bedrijf. En er zullen politici en ambtenaren sneuvelen. De vraag is alleen nog wie.