Opinie

Dorp aan de rivier, voor het laatst

Nog twee dagen voor de première. Er belt een ambtenaar van Rijkswaterstaat op. De lichtspots van het openluchtspel Dorp aan de rivier vormen een gevaar voor de scheepvaart op de Maas, meent hij. Hij wil graag ‘constructief meedenken’ over een oplossing. Een verbod is ook mogelijk.

Ans Jager (61) blijft vriendelijk en meegaand. Om voor het vierde jaar haar openluchtspel in het idyllische dorp Lith voor elkaar te krijgen, heeft ze al vele ordners ambtelijke correspondentie gevuld: met Natuurmonumenten, dat de Maasoevers beheert, met de gemeente Oss waaronder Lith valt, over de ontheffing van Waternet, de tijdelijke ontheffing van het bestemmingsplan, de fauna- en flora-check en veel meer. „Ik had van Natuurmonumenten en de gemeente begrepen dat zij het met Rijkswaterstaat regelden”, zegt Ans. Nee, antwoordt Rijkswaterstaat, dan had het via het ‘Omgevingsloket’ moeten lopen.

Ans hoort dat woord voor het eerst. Kan een lijst van alle lampen en spots van Dorp aan de rivier misschien helpen, suggereert ze. Binnenschippers verblinden – dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.

Het idee voor hun spektakel kregen productieleider Ans, een kunstenares die in het dorp een galerie annex café drijft en professioneel begeleider van amateurtheater is, en regisseur Harold Schraven in 2006: zou het niet leuk zijn om iets te doen met de streekroman van Anton Coolen uit 1934 die Lith beroemd heeft gemaakt?

In 2007 en 2008 stond het door Ans zelfgeschreven stuk voor het eerst in een uiterwaard van de Maas, naast het dorp. Bijna iedereen was enthousiast: eindelijk iets te doen in het door vergrijzing getroffen dorp, aanloop voor de horeca, Lith op de kaart! In 2014 en 2015 wilde men het spektakel herhalen – weer met 150 vrijwilligers als acteur, technicus, kaartjesscheurder en wat al niet. Er waren sponsors, en vergunningen.

Vorig jaar kwam er een omwonende op de proppen die alles op alles zette om Dorp aan te rivier te verhinderen, met alle bestuurlijke en ambtelijke middelen die Nederland kent. Niet alleen Ans, maar ook ambtenaren zijn er maanden druk mee geweest. Er moesten onderzoeken komen, bewonersavonden en een kafkaëske papierkraam. Aan de vooravond van editie 2015 heeft Natuurmonumenten besloten: dit wordt de laatste keer.

We kijken, staande voor de tribune, over het vredige landschap waar in de stijl van een dorp rond 1900, nog één keer de romanfiguren van Coolen herleven: de dorpsdokter die aan het eind van het stuk door intriges uit het dorp wordt verdreven, zijn vriend de stroper, de 800 jaar oude snoek, syfilislijder Mammeke en vele anderen. Er wordt een overstroming nagebootst, er zijn antieke wagens en boten en er komen een fanfare en paarden op. De acht voorstellingen voor steeds 559 toeschouwers zijn al grotendeels uitverkocht.

„Vreselijk jammer”, vindt Ans dit einde. Maar ook zij is de bureaucratie „spuugzat”. Dan loopt ze naar de jongens van het licht, voor een lijst van spots en lampen om naar Rijkswaterstaat te mailen.