Den Helder: tussen klucht, soap en politiek

Het opstappen van een wethouder wegens seksueel getinte sms’jes zorgt voor chaos in de gemeenteraad. Die chaos is typisch voor de Helderse politiek.

Bij de raadsvergadering op het stadhuis van Den Helder kijkt de voorzitter vertwijfeld om zich heen. „Wacht even, ik zie nu drie woordvoerders van de Stadspartij opstaan? Wie doet hier bij u de woordvoering?”

„Ik stond er het eerst!”, zegt een van de drie. Fractievoorzitter Peter Reenders, verontschuldigend: „Wij zitten niet allemaal op één lijn”.

Het is crisis in Den Helder. Wethouder Geurt Visser van de Stadspartij, met elf raadsleden de grootste, raakte eind vorige week in opspraak na seksueel getinte whatsappberichten aan collega’s. Volgens RTV Noord-Holland ging het om teksten als: ‘Leuke blouse. Ik ben benieuwd wat voor bh je eronder aan hebt....’.

De burgemeester had hem een stille aftocht gegund, maar de controverse lekte uit in de media. Visser moest weg. Maandag was er overleg in de gemeenteraad: hoe nu verder. Maar zelfs binnen de Stadspartij zijn ze daarover verdeeld.

Dan maar een motie. Na een korte schorsing van de vergadering kijken leden van de andere partijen verbijsterd naar een velletje papier dat de Stadspartij hen zojuist onder de neus heeft geschoven. De motie roept op Visser alsnog te laten aanblijven totdat een onderzoek naar zijn integriteit is afgerond. Onderaan de motie staan, tot ieders verbazing, alvast álle partijen als indiener genoemd. Alleen, niemand behalve de Stadspartij die daar iets van wist.

„Mijn partijnaam mag eraf”, zegt de fractievoorzitter van GroenLinks. De ene na de andere partij volgt. „Wij zijn hier niet in gehoord”, klinkt het. „Misschien toch mooi om dat even van tevoren te laten weten”, zegt een ander. „En om de soap compleet te maken”, zegt Stadspartij-fractievoorzitter Reenders, „ook niet alle leden van de Stadspartij zijn het met deze motie eens.” Als Reenders later op de avond door een eigen fractiegenoot voor het oog van de raad nog voor ‘leugenaar’ wordt uitgemaakt, zit het spektakel er op dit typisch Helderse gemeenteavondje weer zo’n beetje op.

„Een klucht”, heten de raadsvergaderingen in Den Helder steevast. Niet voor niets was hier de coalitie na de verkiezingen vorig jaar als een van de laatste gemeenten in Nederland rond. En niet voor niets dreigt hier de coalitie nu ook weer als een van de eerste te stranden. Al meer dan tien jaar lukt het de politiek in Den Helder niet ergens eensgezind over te zijn. Partijen gunnen elkaar niets, raadsleden trappen elkaar permanent na, incidenten worden opgeblazen tot onoverkomelijke problemen. Gevolg: versplintering en besluiteloosheid. Zo is de bouw van een nieuw stadhuis na jarenlang gesteggel afgeblazen waardoor de tijdelijke locatie, een oud, muffig bejaardentehuis buiten de stad, nog altijd niet verlaten is.

Wantrouwen

Waar de angel zit? „Wisten we het maar, dan kon iemand er wat aan doen”, zegt Jos Feijtel, die tientallen gemeentebesturen heeft geadviseerd en nergens zulke moeizame verhoudingen aantrof als in Den Helder. Mogelijk, zegt hij, speelt de dominantie van de marine een rol. Daar heerst een duidelijk onderscheid tussen ‘wit’ (mensen in overhemd) en blauw (mensen met een overall). Verhoudingsgewijs werken veel inwoners bij de marine en dat zie je terug in de politieke verhoudingen.

Ook merkte Feijtel nergens zoveel wantrouwen jegens buitenstaanders als in Den Helder. „Burgemeesters en raadsleden van buiten leggen er altijd het loodje. Ook adviseurs als ik hadden het moeilijk. Dat merk je aan een bijzin, een blik. Wantrouwen was er vooral bij de Stadspartij, die vindt dat zij als enige weet wat er écht speelt in de stad.” Het gevaar bij zulke moeizame politiek is dat het imago er bij de rijksoverheid niet beter op wordt. „En landelijke politici geven liever geld aan besturen waar het wat vriendelijker is. Zo gaat dat nu eenmaal.”

Reageren op emotie

Dinsdag, na de raadsvergadering, is fractievoorzitter Reenders van de Stadspartij niet bepaald te spreken over zijn partijgenoten. „Sommigen hebben totaal geen idee hoe ze een debat moeten voeren, wanneer ze iets moeten zeggen en wanneer niet. Die reageren op emotie, maar dat gaat altijd fout.” Leden zijn op debattraining geweest, hebben workshops politiek gevolgd. „Maar je weet hoe dat gaat, degenen die het echt nodig hebben, komen niet opdagen.”

In het begin was de sfeer in de partij volgens Reenders best goed. Maar al die nieuwe mensen in de partij ontbrak het aan geduld. „Er heerste een sfeer van ‘wij zijn de grootste dus wij gaan bepalen’. Het moest allemaal gelijk geregeld worden, dus toen ze niet meteen resultaten zagen, kwam er onvrede. Maar je hebt niet meteen resultaat.”

Het ergste, vindt Reenders, is dat twee van zijn eigen partijleden Visser hebben verraden. In een verklaring had Visser vorige week eerder laten weten zijn functie neer te leggen, ‘om meer tijd aan zijn gezin te kunnen besteden’. Daarna zouden twee van zijn partijgenoten de lokale krant hebben laten weten dat er ‘meer’ speelt. „Hoe is het mogelijk!”