De mannen die met Napoleon ten strijde gingen

200 jaar na de Slag bij Waterloo toont het Rijksmuseum portretten van (veronderstelde) veteranen.

Trots staan ze erbij in hun prachtige uniformen. De mannen staren in de verte – kin vooruit. Het zijn veteranen uit het leger van keizer Napoleon Bonaparte. Ze bevinden zich waarschijnlijk in een studio in Parijs. De foto’s moeten genomen zijn na 1857, want op hun borst prijkt de Médaille de Sainte-Hélène. In dat jaar voerde Napoleon III deze orde in om de oude helden uit de Grande Armée van zijn illustere oom te eren.

Sinds gisteren zijn deze afbeeldingen te zien in het Rijksmuseum, waar ze deel uitmaken van de tentoonstelling ‘Ooggetuigen van Waterloo’. Ze delen de zaal onder meer met Wexy, het opgezette paard van de latere koning Willem II dat tijdens de slag bij Waterloo op 18 juni 1815 gewond raakte. De Fransen verloren dit gevecht, maar verslagen zien de heren op de foto’s er niet uit. Ze zijn duidelijk fier op hun verleden aan de zijde van keizer.

De mannen dragen uniformen van enkele van de beroemdste eenheden uit Napoleons leger. We zien een sergeant met de kenmerkende berenmuts van de grenadiers van de Keizerlijke Garde en twee mannen die het uniform dragen van de het 2e Regiment chevau-légers lanciers van de Garde, bekend als de Rode Lansiers, vanwege de kleur van hun uniform.

De foto’s zijn in bruikleen van Brown University en het is niet bekend wanneer deze Amerikaanse universiteit ze in bezit kreeg. Ergens in de twintigste eeuw werd met pen op de achterkant de naam en het regiment en de dienstjaren van elke geportretteerde genoteerd.

De personeelsadministratie van een aantal van deze eenheden, die ligt opgeslagen in de Franse archieven, is ingescand en online te raadplegen. Een korte zoektocht door deze boeken levert echter een teleurstellend resultaat op. Verlinde en Dreuse zijn niet te vinden bij de Rode Lansiers, en Taria niet bij de grenadiers van de Garde.

De heer Loria draagt op zijn foto ook de dapperheidsmedaille van het Legioen van Eer, maar zijn naam komt in de database van deze orde niet voor. En zijn eenheid bestond in 1815 niet meer.

Wat is hier aan de hand? Zijn de gegevens indertijd niet helemaal juist op de afbeeldingen gezet, of heeft de fotograaf een aantal oude mannen op de gevoelige plaat gezet die een uniform bij de lommerd op de kop hadden getikt en daarmee op de foto zijn gegaan?

Eveline Sint Nicolaas, conservator van de afdeling geschiedenis van het Rijksmuseum, zegt desgevraagd niet te geloven in het laatste. „Wij zijn uitgegaan van de informatie achterop de foto’s en hebben geprobeerd op basis hiervan meer te vinden over de afgebeelde militairen. Dat heeft helaas niet meer biografische gegevens opgeleverd. De magie van deze foto’s zit hem, vind ik, vooral in het feit dat deze mannen in een tijd dat de fotografie net zo’n tien jaar is uitgevonden, geportretteerd worden in vol ornaat en met de Sint-Helena-medaille.”

Het levensverhaal van deze oude heren is helaas dus niet meer te reconstrueren. Leuk voor de bezoeker: die kan hun belevenissen er zelf bij fantaseren.