De kick om op 100 meter snelle meiden te verslaan

Dafne Schippers kiest met volle overtuiging voor de sprint

Dafne Schippers omarmt de sprint: „Ik heb een alles-of-niets-mentaliteit.”
Dafne Schippers omarmt de sprint: „Ik heb een alles-of-niets-mentaliteit.” Foto Jerry Lampen/ANP

Sprinten dus. Omdat ze er goed in is natuurlijk, maar vooral omdat ze er veel lol in heeft en het bij haar persoonlijkheid past. Zegt atlete Dafne Schippers, die gisteren op een persconferentie in Utrecht na bijna een jaar van twijfel – „net als meer vrouwen kan ik moeilijk keuzes maken” – duidelijkheid over haar nabije, sportieve toekomst verschafte.

Schippers was na haar twee Europese titels op de 100 en 200 meter, vorig jaar in Zürich, in een tombola van emoties terechtgekomen. Ze was met hart en ziel een meerkampster, die zo goed kan sprinten dat ze wel eens wilde testen hoe ver ze rennend kon komen. Héél ver bleek in Zürich, waar ze genoot van het toernooi en de successen. „Het was één groot feest”, zegt ze met een twinkeling in haar ogen.

Maar de Europese titels zaaiden ook twijfel. Terug naar de meerkamp of verder als sprintster? Schippers had intens genoten, maar ze was er niet aan toe om afscheid te nemen van de zevenkamp, het onderdeel waarop ze in 2013 op de WK in Moskou brons won. Dat bood perspectief voor een olympische medaille in Rio. Toch?

Er volgde een winter waarin ze en passant de Europese indoortitel op de 60 meter won – Schippers domineert nu alle sprintnummers – maar ook voortdurend met de vraag werd geconfronteerd: ga je verder als meerkampster of als sprintster? Het grootste Nederlandse atletiektalent na de iconische Fanny Blankers-Koen wist het niet. Ze wist alleen dat ze voor het zomerseizoen een keus moest maken omdat anders de voorbereiding op ‘Rio’ in gevaar zou komen. En dus sprak ze met zichzelf af na de jaarlijkse meerkampmeeting in Götzis de knoop door te zullen hakken.

Schippers werd sindsdien verscheurd door twijfel en gek van de media, die maar niet ophielden naar haar voorkeur te vragen. „Terwijl ik het zelf niet wist. Het voelde alsof ik moest kiezen tussen twee kinderen.”

Pas afgelopen zondag, na ‘Götzis’ in het vliegtuig naar Nederland, wist ze het zeker: het wordt de sprint. Ze had de meerkamp moeten staken wegens haar jumpers knee, een euvel dat voortdurend bij het hoogspringen de kop opsteekt. Schippers was het zat, die pijn. Waarna ze zich de vraag stelde: waarom jezelf blijven tuchtigen, terwijl je sprinten zo leuk vindt?

Sprinten dus. Omdat het sterk aan haar karakter appelleert, maar vooral omdat Schippers benieuwd is of ze zich kan meten met de supersnelle, donkere Amerikaanse en Jamaicaanse sprintsters. Ze denkt van wel, zeker nadat ze op de FBK Games in Hengelo voor het eerst de 100 meter onder de magische elf seconden (10,94) had gelopen. „Ik heb een alles-of-niets-mentaliteit”, zegt ze. „En ik kan op het juiste moment pieken.”

Grootste kans op 200 meter

Wat zijn Schippers’ perspectieven als sprintster? Haar grootste medaillekansen op de WK, komende zomer in Beijing en een jaar later op de Spelen, liggen op de 200 meter. Vanwege haar hoge topsnelheid. De 100 meter is iets gecompliceerder, omdat haar startsnelheid nog wel eens hapert. En dan resteert weinig tijd voor reparatie. Voor Schippers geen reden alles op de 200 meter te zetten. Ze denkt met specifieke training progressie te kunnen maken op de 100 meter. En ze wil die snelle meiden verslaan, juist op de 100 meter, het koningsnummer. Dat idee alleen al geeft haar een kick.

De sprint heeft aanzien en is bij succes het lucratiefste atletiekonderdeel. Maar geld heeft bij Schippers’ keuze „geen enkele rol gespeeld.” Wat niet wegneemt dat er vooral met olympisch eremetaal gecasht kan worden. „Dan praten we over miljoenen”, zegt Ralph van Baasbank van House of Sport, het marketingbureau waar de atlete sinds kort onder contract staat. „Maar we positioneren haar eerst nationaal en dan pas internationaal.”

Commercieel gezien is Van Baasbank blij met haar keus voor de sprint. De meerkamp spreekt minder tot de verbeelding. „Haar WK-brons twee jaar terug heeft weinig losgemaakt.”

De manager ziet perspectief in de atlete die hij op marketingniveau gelijk schaalt met de schaatsers Sven Kramer en Ireen Wüst, turner Epke Zonderland en zwemster Ranomi Kromowidjojo. Er is één verschil: die anderen zijn (al) olympisch kampioen.