De achterkant van het borduurwerk

geeft een cursus voor de lezers van nrc.next over het lezen van gedichten. Want heus, poëzie is mooi, niet moeilijk. Vandaag: buitenlandse poëzie

Illustratie Jenna Arts
Illustratie Jenna Arts Illustratie Jenna Arts

Onlangs zat ik in Edinburgh, waar toevallig net de Wereldkampioenschappen Origami plaatsvonden. Ik deelde mijn kamer met twee bejaarde origamisten uit Sussex voor wie je ieder servetje moest verbergen of je zou ’s avonds je mond moeten afvegen met een kraanvogel. Toen de veelvouwers hoorden dat ik dichtte, vroegen ze me of ik voor driehonderd pond op het WK een workshop poëzie schrijven wilde geven. Het zou, zo vonden ze, verfrissend voor hen zijn om ook eens iets anders te doen met papier. Ik hoorde mezelf in accentloos Engels antwoorden dat ik geen workshop durfde te geven omdat ik daar te verlegen voor was.

In werkelijkheid geef ik jaarlijks tussen de zeventig en honderd workshops in poëzie. Ik vind het geven van een workshop bijna even leuk als geld verdienen. Waarom zei ik dat ik niet durfde? Omdat ik het, toen ik het in het Engels zei, meende.

In het Arabisch zeggen ze dat wie van taal verandert, van ziel verandert. Dat geldt in het bijzonder voor poëzie. Bij het vertalen van een gedicht wordt er altijd iets opgeofferd om rijm, klank of betekenis mogelijk te maken. Daarom luidt een Chinees gezegde dat het lezen van een vertaald gedicht hetzelfde is als het bekijken van de achterkant van een borduurwerk. Je ziet wel hoe de steken zijn aangebracht en krijgt zo een idee hoe de voorkant eruit ziet – maar het hele beeld zal je altijd ontglippen.

Toch valt er veel te genieten van vertaalde poëzie. Ze kan tal van nieuwe inzichten opleveren. Door gedichten uit Mongolië ben ik de kameel opnieuw gaan waarderen. De gehele persoonlijkheid van het dier wordt in de Mongoolse dichtkunst bezongen: zijn wijsheid (echt), hoe het een mix is van verschillende dieren zoals het paard, de adelaar en de slang en ga zo maar door. Waar wij het zouden neerzetten als een koddig woestijnschip, komt het in de oosterse poëzie naar voren als een elegante en hoogbegaafde evenhoevige. Met andere woorden: wat wij in Europa over een uil zouden zeggen, zeggen ze daar over een kameel. Op hun beurt vinden zij uilen weer behoorlijk stupide beesten.

Ook kan vertaalde poëzie je iets verrassends vertellen over de volksgeest. Tijdens een dichtavond in Oman las een gesluierde moslima vrij vertaald het volgende voor: „Ik verlang naar je palmboom / dat die mijn piramide van vreugde bezoekt.” Ik heb me nog nooit zo in een dadel verslikt.

Buitenlandse poëzie geeft je inzichten waar je met je Nederlandse referentiekader echt niet zo snel op was gekomen. Roei een Noordzee over en je ontdekt dat de poëzie daar al een stuk anekdotischer is dan bijvoorbeeld in Frankrijk. Pak de trein en je kan Duitse natuurlyriek tegenkomen die soms zo sentimenteel is dat zelfs een Limburger ‘nou nou nou’ zou zeggen.

Het loont dus om buitenlandse poëzie te lezen. Neem nou het werk van de Baskische dichter Harkaitz Cano (1975), die tot mijn vreugde komende week te gast is op het grootse poëziefestival Poetry International in Rotterdam. Baskisch is een kleine taal, slechts een miljoen mensen spreken het (op zichzelf al meer dan de 300.000 mensen die IJslands spreken, maar die hebben dan weer een eigen grondwet). Cano gelooft dat iedere taal een wereld op zichzelf is en is erg blij dat hij zo’n zeldzame taal machtig is. Zo zei hij onlangs in een interview: „Een Baskische schrijver voelt zich soms als degene die de verse sneeuw als eerste mag betreden.”

Vertaald blijven de sporen in deze sneeuw nog steeds te volgen, zoals in het gedicht ‘Mensen die ik opbel’, waarin hij schrijft: Er zijn mensen die, hoewel ze slechts eens om de vier jaar bellen, je geest verwarmen en je laten voelen dat ze aan jouw kant staan. En: Er zijn mensen van wie je ooit veel hield / en nu alleen op hun verjaardag belt.

Ondanks de vele herkenbaarheden, blijven sommige zaken duister.

Wat bedoelt hij bijvoorbeeld met een druivenpit? Heeft zo’n ding een speciale betekenis in het Baskisch, zoals een kameel in het Mongools? En als we kijken naar de zin ‘En dan zijn er mensen zoals jij/ die ik slechts heel zelden opbel: /om een staakt-het-vuren af te kondigen bijvoorbeeld’, dan wordt de vraag opgeworpen de uitdrukking staakt-het-vuren voor een Bask hetzelfde betekent als voor een Zweed. Ik kan me voorstellen dat het voor iemand uit een omgeving waarin de ETA een prominente plaats heeft, iets anders betekent dan in een land waar het meest gewelddadige verschijnsel de nationale voorronde van het Songfestival is.

En toch, ondanks de vraagtekens bij de interpretatie: wat een mooi gedicht. En dat terwijl we er alleen maar een vertaling van hebben. Kun je nagaan hoe mooi het origineel, de voorkant van het borduursel, wel niet moet zijn. Tegen het licht gehouden schemert er een afbeelding door en ontspint zich een wereld, waarvoor we misschien wel, heel even maar, van ziel zouden willen veranderen.