Opinie

De aanval van Sir

Over drie dagen is het zover. Sir Bradley Wiggins doet op de olympische velodroom van Londen een aanval op het werelduurrecord. Het wordt meer dan een aanval. Hij wil een record neerzetten dat zo’n twintig jaar stand houdt. Wiggins onderschat de aan zichzelf gestelde opdracht niet, maar hij heeft er alle vertrouwen in dat het lukt. En al helemaal omdat er „in de eerste week van juni abnormaal weinig luchtdruk zou zijn in Londen – fantastisch”.

Na zijn opmerking over de luchtdruk besloot ik me eens onder te dompelen in de natuurkunde achter zo’n aanval. Fascinerende materie. Ik twijfel of ik het allemaal een beetje lezenswaardig opschrijf, of dat ik de droge feiten oplepel. Ach, ik zie wel.

Een renner die op een vlakke piste in een uur zoveel mogelijk kilometers wil afleggen moet fit zijn. Dat is een open deur. Hij moet zo aerodynamisch mogelijk op zijn machine liggen, en de machine zelf moet als een mes de lucht doorklieven. De rolweerstand van de banden, en zelfs de weerstand van de lagers in naven en trapas moeten en kunnen ook geminimaliseerd worden.

De luchtweerstand is het grootste obstakel. In een Engelstalige blog vat een zeer deskundige Alex – een wielercoach – het op een begrijpelijke manier samen. Luchtdichtheid wordt beïnvloed door de hoogte (hoe hoger hoe minder weerstand, maar helaas ook iets minder zuurstof), de temperatuur (warme lucht is dunner en dus profijtelijk), de luchtvochtigheid (vochtige lucht voelt zwaarder aan maar geeft desondanks minder wrijving), en de allerbelangrijkste factor, de barometerstand (in een lagedrukgebied fietst een renner aanzienlijk sneller). Ik snapte meteen waarom Wiggins zo blij was met de weersvoorspelling.

Om het helemaal inzichtelijk te maken gaf de gulle Alex twee scenario’s. Scenario 1: Temperatuur 10 graden Celsius; luchtdruk 1020 hectopascal; luchtvochtigheid 20%. Scenario 2: Temperatuur 28 graden Celsius; luchtdruk 990 hectopascal; luchtvochtigheid 80%

Bij hetzelfde geleverde vermogen, dezelfde aerodynamica, een gelijke hoogte van 50 meter boven de zeespiegel, en dezelfde rolweerstand van het materiaal, zou in scenario 2 de snelheid liefst 3,4% hoger liggen dan in scenario 1. Als de recordpoging in scenario 2 duizend meter hoger zou plaatsvinden kom je uit op een snelheidstoename van een forse 7,3 procent. En dan snap ik weer niet waarom Wiggins op zeeniveau gaat fietsen. Is hij zo overtuigd van zichzelf dat een paar formidabele procentjes hem gestolen kunnen worden?

Nerd Alex geeft nog een paar zeer subtiele, bijna poëtische berekeningen. Waarom op een korte piste, dus met meer te nemen bochten in uur, een fractie sneller gereden kan worden dan op een lange piste, bijvoorbeeld. Maar die kleine verschillen kunnen volgens mij met een paar paracetamolletjes worden opgelost.