Opinie

Concurrentietoezicht in de zorg is ideologisch én scheef

De Tweede Kamer vergadert wekelijks over de zorg. Staatssecretaris Van Rijn heeft er een kortingskaart. Minister Schippers blijft wat meer uit het gewoel maar zij is de grote regisseur. Zij is verantwoordelijk voor het ideologisch bepaalde en onevenwichtige concurrentietoezicht in de zorg. Een misstand volgens ieder denkbaar criterium.

Volgende week woensdag organiseren de huisartsen verenigd in actiecomité Het Roer Moet Om een nationaal zorgdebat in Amsterdam. Daar willen zij de scheve verhoudingen aan de orde stellen. De voltallige zorgcoterie wordt verwacht: de minister, Kamerleden, zorgverzekeraars en het hele planetarium aan kwaliteits- en toezichtautoriteiten.

Tweederde van alle huisartsen heeft het manifest ondertekend. In veel media leggen zij uit hoe hun dagelijkse praktijk is overwoekerd door vinklijstjes waarin zij hun gewone medisch handelen moeten verantwoorden. Alsof zij niet hebben geleerd professionele afwegingen te maken. De huisartsgeneeskunde is het nieuwste front in de burgeroorlog tussen de politiek gefaciliteerde systeembureaucratie en de mensen die het echte werk doen.

Je ziet het in de hele gezondheidszorg, onderwijs, de politie en bij allerlei uitvoeringsdiensten van de overheid. Wie de pech heeft z’n baan kwijt te raken wordt op het virtuele werkplein van het UWV bij de lurven gehouden. In de tredmolen van de transparantie.

Wat de situatie bij de huisartsen (lees: fysiotherapeuten, vrij gevestigde psychologen, psychiaters en ga zo maar door) schrijnend maakt is dat zij door de systeemridders de schijnwereld van de zorgmarkt zijn ingepraat. Dat is de politie en het onderwijs nog grotendeels bespaard gebleven.

Al in 2004, bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel, vroeg de Raad van State zich af of voldoende onderscheid werd gemaakt tussen de verschillende verantwoordelijkheden van de (Nederlandse) overheid op de zorgmarkt en de verzekeringsmarkt. „Voorkomen moet worden dat per saldo alleen van ‘bureaucratisch gesimuleerde marktwerking’ sprake is.”

Wie nu overziet hoe de zorg sindsdien is georganiseerd in de Zorgverzekeringswet, de Wet Marktordening Gezondheidszorg en een vracht bijbehorende wetten en besluiten moet vaststellen dat ontstaan is wat de Raad van State vreesde: bureaucratisch gesimuleerde marktwerking. Maar wel met ingebouwde ongelijkheid. De zorgverzekeraars hebben de overhand. Zij kunnen in de zorg hun gang gaan met een minimum aan medische competenties.

De vier grote zorgverzekeraars mogen in nauw overleg contracten afsluiten met ziekenhuizen en zorgverleners, en zelfs één hunner afvaardigen om dat per regio namens allen te doen.

Huisartsen daarentegen kregen een miljoenenboete opgelegd omdat hun beroepsvereniging, de LHV, adviseerde over vestigingsbeleid. Kartèl, kartèl, riep de Autoriteit Consument en Markt. Zij mogen zelfs niet met z’n tienen onderhandelen over contracten die hun hele praktijkvoering én de bijbehorende prijzen dicteren. Kartèl!

Minister Schippers heeft groot vertrouwen in het markttoezicht dat de ACM uitoefent. In de brief waarin zij de bijna-kabinetscrisis van december 2014 een positieve draai geeft hevelt zij het concurrentietoezicht grotendeels over van de Nederlandse Zorgautoriteit naar de ACM.

Ook daarom is het tijd dat de Tweede Kamer actiever volgt hoe de concurrentiewaakhond zijn werk doet. Al bij de omvorming van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (de voorloper van de ACM) tot zelfstandig bestuursorgaan in 2001 wees de Raad van State erop dat toepassing van de regels over mededinging geen technische, politiek-neutrale aangelegenheid is. Zij waarschuwde bovendien voor verdere juridisering van de zorg.

Beide waarschuwingen zijn uitgekomen. De zorg is van hoog tot laag bureaucratisch dichtgeregeld. Duizenden mensen met veilige banen praten en schrijven over de zorg en werken niet in de zorg. De afweging tussen gewenste en ongewenste samenwerking wordt met een ideologisch geslepen bril gemaakt. Een ideologie uit een andere wereld.

De LHV vroeg vorige week de huisartsenzorg uit de mededingingswet te halen. En in afwachting daarvan maatregelen ter matiging van de ongewenste effecten van de huidige, door ACM, minister en Tweede Kamer getolereerde scheve behandeling van huisartsen door de zorgverzekeraars.

De regelkaste hoopt dat huisartsen goedkopere, dichtbijzorg gaan leveren. Maar als huisartsen daar samen over willen praten met zorgverzekeraars krijgen zij een rode kaart. Dat kan dit jaar stoppen als de huidige wet evenwichtiger wordt toegepast. Met ruimte voor alle maatschappelijke belangen. Ja, de zorgkosten moeten worden beheerst. Maar zelfs uit dat oogpunt snijdt de minister zich met dit concurrentietoezicht in de vingers.