Opinie

Blatters opvolger

FIFA, wat nu? Om deze cruciale vraag zo zorgvuldig mogelijk te beantwoorden, heb ik me kort na het aftreden van president Blatter met enkele andere voetbaladviseurs teruggetrokken voor nader beraad. We hadden het vijfsterrenhotel Baur au Lac in Zürich uitgekozen, veel kamers staan er leeg en de tarieven zijn sterk verlaagd sinds een aantal FIFA-officials gearresteerd of op de vlucht is.

Er moet bij de FIFA een frisse wind gaan waaien, dat waren we snel met elkaar eens. Maar toen begonnen meteen de moeilijkheden. „Geef Michael van Praag een kans”, zei iemand met een hang naar iets te veel nationale trots.

„Hoezo?”, vroeg ik, nadat ik mezelf als voorzitter van de vergadering had aangewezen tegen een honorarium dat ik binnenkort in het grootste geheim zelf zal vaststellen. „Wat heeft die Van Praag nou helemaal laten zien voor die vier ton die hij van de KNVB heeft gekregen om de wereld af te reizen? Toen het erop aankwam, liet hij de eer aan prins Ali. Hebben jullie die gezien? Wat prins Bernhard te veel had, heeft prins Ali te weinig.”

Sommigen waren het niet met mij eens, maar ik slaagde er volgens de beste FIFA-tradities in hen zo min mogelijk aan het woord te laten komen. „Misschien kunnen we toch beter Platini steunen”, zei iemand met een Frans accent. „Hij heeft de ervaring en de relaties en hij kan draaien zonder er zelf misselijk van te worden. Bovendien heeft hij het gezag van de oud-topvoetballer.”

Op dit moment had ik gewacht. „Als het daarover gaat”, zei ik zo bedaard mogelijk, „weet ik wel een beter voorbeeld van zo’n voetballer.” Ze werden nieuwsgierig. „Bekender en beter dan Platini?”, vroegen ze. „Jazeker”, zei ik en liet een veelbelovende stilte vallen.

„Wat dachten jullie van Johan Cruijff?”, vroeg ik. Ze keken me perplex aan en begonnen vervolgens wild door elkaar heen te schreeuwen. „Kalmte!”, riep ik, „ik leg het uit.”

Ik zette uiteen op welke bijzondere wijze Cruijff een grote voetbalorganisatie als Ajax met een omzet van meer dan 100 miljoen leidt. Hij blijft gewoon in Barcelona wonen, komt tweemaal per jaar langs om met enkele bevriende stafmensen een middagje te overleggen – niet met de trainer overigens–, dicteert zijn kolommetje aan De Telegraaf en vliegt weer terug naar Spanje, waar Danny met de tapas zit te wachten. „Iemand die zich op zo’n manier bij een topclub kan handhaven zonder dat iemand aan zijn stoelpoten durft te zagen, lijkt me geknipt voor een gecompliceerde organisatie als de FIFA. Net als bij Ajax zal hij er eerst iedereen uitgooien die het niet met hem eens is, of zou kunnen zijn, en vervolgens stelt hij Tscheu La Ling aan als zijn waarnemer.”

„Maar intussen is het bij Ajax één grote herrie en chaos”, wierp iemand tegen. „Ze begrijpen hem nog niet goed genoeg omdat hij soms nogal raadselachtig praat”, zei ik, „maar dat komt met de jaren vanzelf.”

„Maar stel dat hij Blatter niet wil opvolgen omdat hij nu eenmaal liever verantwoordelijkheid mijdt”, vroeg iemand, „heb je dan een plan B?”

„Natuurlijk”, zei ik. „Het klinkt revolutionair, maar het zal in de praktijk meevallen. Wat dachten jullie van Van der Gijp en Derksen? Pas dan wordt de FIFA een écht lachnummer. Bovendien is Derksen bevriend met Cruijff, zodat je die er gratis toch nog bij krijgt.”

Daar hadden ze even niet van terug.