Arbeidsdiscriminatie, de overheid lost het niet voor je op

Zorg dat je je opleiding afmaakt, dat je de taal vloeiend spreekt, dat je hard werkt, ja misschien wel harder dan Jan, betoogt Dilan Yesilgoz.

Tijdens het voorjaarscongres van de VVD legde premier Rutte in zijn toespraak de nadruk op de kracht van de samenleving en het individu. De overheid kan en gaat het niet allemaal voor je regelen. Dat kan je zelf veel beter. Zorg voor jezelf, geef om een ander. En als je de stroming tegen hebt, roei wat harder.

Zo maakt het in dit land helaas uit of je Jan of Mohammed heet als je solliciteert en de overheid kan dit probleem niet eenzijdig oplossen, herhaalde Rutte in zijn speech. In een eerder interview tijdens de Provinciale verkiezingen had hij aangegeven dat ondanks de vele maatregelen die de politiek neemt tegen deze hardnekkige vorm van discriminatie, een echte mentaliteitsverandering uiteindelijk vanuit de samenleving moet komen. ,,Je moet je invechten”, aldus de premier.

Heel links Nederland viel toen en nu weer over de minister-president heen. Hoezo invechten? De premier zou hiermee aangetoond hebben arbeidsdiscriminatie niet serieus te nemen. Echter, het tegendeel is waar.

Uit een analyse van Eurostat en de Oeso blijkt dat vrijwel nergens in Europa de arbeidskansen van allochtonen zo slecht zijn als in Nederland. Taalachterstand en lage scholing verlagen, met name bij de eerste generatie allochtonen, dikwijls de baankansen. Discriminatie op de arbeidsmarkt speelt echter ook een rol bij deze achterstandspositie. Het College van de Rechten van de Mens concludeerde in het jaarverslag van 2014 dat meer dan de helft van de zaken die binnenkomen betrekking hebben op deze vorm van discriminatie. De drie belangrijkste gronden waarop mensen worden uitgesloten zijn geslacht, handicap of chronische ziekte en leeftijd. Daarnaast vormt afkomst vaak een reden voor afwijzing, schrijft het College.

Vele vrienden van mij, met een geboorteplaats buiten West-Europa, met uitstekende papieren en zo mogelijk nog mooiere referenties zijn, zonder een eerste gesprek, net iets te vaak afgewezen voor banen die één op één aansloten bij hun ervaring en kennis, om te geloven dat het niets met discriminatie te maken heeft. Voor mij is dit zeker niet anders geweest. Kunnen wij het bewijzen? Nee. Natuurlijk niet. Zoals onderzoekers van de Universiteit van Utrecht vorig jaar al aangaven: een sollicitant komt vrijwel nooit te weten of etniciteit de reden is dat hij of zij niet uitgenodigd is voor een gesprek.

Arbeidsdiscriminatie heeft niet alleen te maken met instroom. Het heeft ook te maken met gelijke beloning en gelijke kansen voor doorstroom; wie maakt promotie en wie blijft op lagere niveaus ‘hangen’? Daarnaast heeft het ook te maken met vooroordelen en de wijze waarop iemands expertise beoordeeld wordt. Zo kreeg ik onlangs tijdens een sollicitatiegesprek te horen dat mijn kennis en ervaring met veiligheidsdossiers als kraken, cameratoezicht en high impact crimes natuurlijk wel fijn was, maar dat ik als kandidaat vooral interessant was om het gesprek met de Turkse gemeenschap in de moskee aan te kunnen gaan. Het mag duidelijk zijn dat het niet erg klikte tussen ons.

Het kabinet introduceerde in 2014 maatregelen tegen arbeidsdiscriminatie. Deze zijn voornamelijk gericht tegen bedrijven waarvan het discriminerend gedrag zichtbaar is geworden. En dat is dus juist het probleem. Negenennegentig van de honderd keer, wordt het helemaal niet zichtbaar en is het ongelooflijk moeilijk om discriminatie te bewijzen. De voorwaarden die de overheid schept om het individu te beschermen zijn zeer belangrijk, maar in de praktijk kunnen deze voor Mohammed dus helaas niet zo heel veel betekenen. Feit blijft dat er sprake is van arbeidsdiscriminatie en feit blijft dat het vaak niet aantoonbaar is. Op het moment dat je je 100ste brief schrijft en weer afgewezen wordt, heb je vrij weinig aan een actieplan van een minister. Als je dan bij de pakken gaat neerzitten, dan zal je er nooit komen. Dat is oneerlijk en dat is zeer onrechtvaardig, maar het is wel wat het is. Invechten is de dagelijkse praktijk van duizenden Nederlanders met een niet oer-Hollandse naam.

Met zijn opmerking sloeg de minister-president de spijker dus flink op z’n kop. De politiek moet kaders scheppen, acties uitzetten en discriminatie keihard, en wat mij betreft zichtbaar, veroordelen. Hierdoor zal het probleem echter niet zomaar verdwijnen. Enige structurele manier om deze vorm van discriminatie aan te pakken is ervoor te zorgen dat je het systeem van binnenuit verandert.

Zorg dat je je opleiding afmaakt, dat je de taal vloeiend spreekt, dat je hard werkt, ja misschien wel harder dan Jan, wat inderdaad erg oneerlijk is. Maar laat geen slachtoffer van je maken. Zorg dat jij, of in de toekomst jouw kind, op de stoel komt te zitten waar de beslissingen worden genomen. En zorg dan dat Jan en Mohammed gelijk behandeld worden. Een zeer waardevolle, eerlijke les van de minister-president en de enige manier om discriminatie daadwerkelijk uit onze samenleving te bannen. We zullen het zelf moeten doen, hoe graag we ook zouden willen dat dit anders was.