Opinie

Ach, arm vleugelslakje

Nu weer in Die Zeit. De journalistiek worstelt duidelijk met klimaatverandering. Onder de kop ‘Misschien morgen’ vraagt het Duitse weekblad zich af, in het jaar waarin er opnieuw een beslissende klimaattop aan komt, waardoor er zo’n  groot verschil is tussen theorie en praktijk, in de strijd tegen de opwarming van de aarde. Hoe kan het dat velen zijn doordrongen van de noodzaak om het probleem aan te pakken, terwijl er toch amper iets aan gedaan wordt?

Weinig onderwerpen zijn de laatste tien tot twintig jaar zo van alle kanten bestudeerd, belicht en besproken als het klimaat. De conclusie is bijna altijd dat we klimaatverandering serieus moeten nemen, politici spreken graag over ‘het redden van de wereld’ en ‘een laatste kans’ om onszelf niet volledig in de nesten te werken.

Maar toch, schrijft Die Zeit, is de uitstoot van kooldioxide in diezelfde tien tot twintig jaar met zo’n 60 procent toegenomen, werden er meer dan een miljard nieuwe auto’s geproduceerd, is de vraag naar steenkool verdubbeld en het aantal vliegtuigpassagiers verdrievoudigd.

Stervende walvis

Een van de problemen, vinden de auteurs, is dat het onderwerp zo moeilijk te bevatten is. Waren er maar stervende walvissen, die zouden tenminste tot de verbeelding spreken – niet voor niets is de ijsbeer een van de (discutabele) symbolen van klimaatverandering geworden:

‘Die Not eines Wals lässt sich leicht beschreiben, die Not eines Systems eher nicht.’

Ter illustratie wordt in het artikel het verhaal beschreven van twee Duitse wetenschappers en hun onderzoek naar het vleugelslakje, een van de kleinere organismen in de Noorse fjorden. Door de toenemende kooldioxide in de atmosfeer, die deels neerslaat als koolzuur in de oceanen, wordt het zeewater ‘zuurder’ en dat gaat ten koste van hun slakkenhuisje:

‘schon jetzt, in der Gegenwart, muss die Flügelschnecke wegen des sauren Wassers mehr und mehr Energie aufwenden, um ihr Gehäuse bauen zu können. Ihr Sterben hat bereits begonnen.’

Maar je inleven in een organisme dat alleen onder een microscoop voor ons zichtbaar is, valt niet mee. Ook al staat het aan het begin van een voedselketen die via steeds grotere vissen uiteindelijk misschien zelfs walvissen zal treffen. Tegen de tijd echter dat het probleem daar is aangeland, is het misschien wel te laat om er nog iets aan te doen.

Die Zeit is niet de enige krant die zich afvraagt hoe om te gaan met klimaatverandering, een zeer breed thema dat

  • wetenschappelijk nog steeds kampt met onzekerheden (met gevolgen voor beleid)
  • een discrepantie toont tussen woord (‘grootste bedreiging’) en daad (onvoldoende beleid)
  • (politieke) urgentie mist omdat het gaat om iets dat pas op termijn grote gevolgen heeft

Voor vertrekkend hoofdredacteur Alan Rusbridger van The Guardian was het aanleiding om een actie te beginnen: wekelijks een voorpagina over klimaatverandering en veel meer verhalen over het onderwerp, ook zonder directe aanleiding. Rusbridger houdt belofte. The Guardian is een van de internationale kranten (samen met Le Monde, El País, China Daily en ook NRC) kranten die hebben besloten hun klimaatverhalen tot de top in Parijs aan het eind van het jaar te delen. Het aantal stukken van The Guardian in de database is overweldigend.

Rusbridger formuleerde het probleem van het onderwerp als volgt:

‘The problem with this story is… it’s so big, and it doesn’t change much from day to day. Journalism is brilliant at capturing momentum, or changes, or things that are unusual. If it’s basically the same every day, every week, every year, I think journalists lose heart.’

Hij heeft daarin waarschijnlijk gelijk. Iedere journalist met liefde voor dit onderwerp, stuit in de dagelijkse praktijk op het probleem dat de actualiteit nou eenmaal voorgaat. Met een schaarse hoeveelheid papier dreigt het klimaat een onderwerp te worden dat bijna altijd nog wel een dagje kan wachten, ook als chefs en hoofdredactie doordrongen zijn van het belang van het thema.

The Guardian slaat wel een beetje door. De krant wil niet alleen méér verhalen, op een prominentere plek. Nee, Rusbridger wil actievoeren en met zijn artikelen het beleid beïnvloeden (op dit moment vooral door investeringen in fossiele brandstoffen te ontmoedigen).

Dat gaat de meeste kranten (ook NRC) te ver. De journalistieke onafhankelijkheid is dan in het geding. De objectiviteit van de verhalen kan in twijfel worden getrokken en de vraag rijst of een onderwerp uit de krant wordt gehouden alleen omdat het de actie niet ten goede komt. Hoe belangrijk het thema ook is, een krant is geen Greenpeace en geen Natuur & Milieu.

Neemt niet weg dat het moeilijk blijft om de attentiewaarde voor een thema dat zozeer in slow-motion beweegt in een krant vol te houden. Iedereen die suggesties heeft, is welkom. Misschien kan ik ze gebruiken in het debat over media en klimaat, volgende week, tijdens de bijeenkomst EnergyBoost van NRClive.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.