Als alles weg is

De week begon met een vergelijking die me even in de ogen deed wrijven. In zijn 74-woorden-column op The Post Online schrijft ‘oorlogschroniqueur’ Arnold Karskens: ‘In Rwanda 1994 was ik getuige hoe honderdduizenden Tutsi’s met nazi-efficiëntie door Hutu’s werden vermoord. Zwart racisme bestaat echt!’

Geen idee aan welke ontkennende partij hij precies wil bewijzen dat racisme overal ter wereld voorkomt, maar in ieder geval gebruikt hij zijn eerstehands oorlogservaring om te waarschuwen. In de volgende zin betoogt hij namelijk dat de anti-zwartepietbeweging eigenlijk anti-wit is. Karskens sluit alarmerend af: ‘Naast Islamitische Staat vormen obscure clubjes een serieuze bedreiging. Wees waakzaam!’

De vergelijking lijkt ingezet als poging om iets nieuws en onvoorspelbaars te poneren (ga gedichten schrijven, denk ik dan).

Meanwhile, in Nepal, gaan kinderen weer naar school. De gebouwen zijn verwoest door de aardbeving, maar de NOS toonde dankbaar lachende gezichten van kinderen die blij zijn om hun klasgenoten weer te zien.

Van de basisschool herinner ik me het Jeugdjournaal en het gezamenlijk tv-kijken in de aula. Je leerde dan dat je blij mocht zijn dat je leerplichtig was, omdat kinderen in andere delen van de wereld soms helemaal niet naar school kunnen. Je leerde dus dat je dankbaarheid het beste kunt ervaren wanneer het tegenover andermans ellende staat.

Ondertussen, dit weekend, brandde in de Amstelhoek van Amsterdam muziekcentrum Melody Line af. Ze hadden daar geluidsdichte muren van foam. Ik vroeg Rosa, zangeres van een band die daar een oefenruimte had, hoe het voelt, het verlies van een plek. Hoewel AT5 ‘alles verwoest’ meldde, konden ze een deel van het gebouw nog in. Ze openden de oefenruimtes op hun verdieping. Het vuur had Russisch roulette gespeeld, achter elke deur lag een verrassing: „Oh alles is hier nog intact. Oh, hier is alles verbrand.” Ineens is een plek van dagelijks gebruik uit je leven gerukt. „Het zal wel even duren voordat ik niet meer steeds denk: laat ik even naar Melody gaan.”

Ik bleef stil. Voor materieel verlies is geen woord zoals gecondoleerd.

Maar waar ga je in gedachten naartoe als echt alles weg is – van het toilet tot de straat naar je huis?

Aangezien ik na de koppeling van de Rwandese genocide en de Nederlandse anti-zwartepietbeweging elk gevoel voor logische associatie ben kwijtgeraakt, is het misschien niet vreemd om te eindigen met een strofe poëzie van Ilja Leonard Pfeijffer:

Vergankelijk bestaan vergt zinloos onderhoud.

Het hekje dat je verft, is overmorgen oud

en alles wat je afwast, maak je morgen vies.

Wie ik aan boord hijs, is de vrouw die ik verlies

aan de normale stromen van voorspelbaar weer.