‘Je moet wat te raden overlaten’

Stefan Hertmans schrijft Poëziegeschenk 2016. Na bestseller Oorlog en terpentijn eindelijk weer tijd om te dichten

Stefan Hertmans: „Poëzie beweegt zich precies in de grensstrook tussen het openbare en het eigene.”
Stefan Hertmans: „Poëzie beweegt zich precies in de grensstrook tussen het openbare en het eigene.” Foto Bram Budel

Eigenlijk begon Stefan Hertmans net een schuldgevoel te ontwikkelen toen hij werd gevraagd om het Poëziegeschenk 2016 te schrijven. Want het kolossale succes van zijn roman Oorlog en terpentijn maakte dat hij eigenlijk niet meer aan het schrijven van gedichten toe kwam. „Ik bewaar mijn hele leven al kladjes, aantekeningen en invallen die tot een gedicht kunnen leiden. Maar de laatste jaren vroegen alle verplichtingen rondom Oorlog en terpenpijn zoveel aandacht dat er weinig meer bij kwam in dat spaarpotje.” Van het boek, dat werd bekroond met de AKO Literatuurprijs, werden 200.000 exemplaren verkocht.

Tot 2010 publiceerde Hertmans (1951) tien dichtbundels, waaronder het in 1999 voor de VSB-Poëzieprijs genomineerde Goya is een hond. Zeven jaar geleden verscheen de ruim 800 pagina’s tellende verzamelbundel Muziek voor de overtocht. Hertmans: „Bij de publicatie van dat boek vreesde ik dat het als een soort afsluiting zou fungeren, als een baksteen op het oeuvre. Die vrees dreigde bewaarheid te worden, vandaar dat ik zo blij was met de uitnodiging om deze bundel te schrijven. In zekere zin ben ik tot de orde geroepen.”

Het thema van de Week van de Poëzie (28 januari - 3 februari 2016) is herinnering, onder het motto ‘Jaren die druppelend versmelten’, wat aansluit bij de thematiek uit Oorlog en terpentijn, waarin de Eerste-Wereldoorlogcahiers van Hertmans’ grootvader centraal staan. „Ik wil herinnering vooral niet als iets particuliers behandelen: ook onderwerpen als de moord op Kennedy kunnen aan de orde komen. En van deze tijd zullen wij ons later ongetwijfeld de beelden van bootvluchtelingen herinneren.”

Niet dat hij van plan is politieke poëzie te gaan schrijven, zegt Stefan Hertmans. „Dat zou veel te eenduidig zijn. Ook de emoties moeten een rol krijgen. De geschiedenis laat bij iedereen weer andere voetafdrukken achter. Poëzie beweegt zich precies in de grensstrook tussen het openbare en het eigene. In dat gebied kun je wat te raden overlaten; dat is ook precies wat ik heb geprobeerd in Oorlog en terpentijn.”

De afgelopen jaren schreef Hertmans, die ook een groot aantal essaybundels publiceerde, dus amper poëzie, met uitzondering van een viertal gedichten voor een aan de Eerste Wereldoorlog gewijd themanummer van het Vlaamse literaire tijdschrift Het Liegend Konijn vorig jaar (zie kader). „Ik hoop dat het maken van de Gedichtendagbundel de eerste stap wordt naar een volledige nieuwe bundel”, zegt hij.

Tot de belangrijkste activiteiten in de poëzieweek behoren onder meer de uitreiking van de 22ste VSB-poëzieprijs voor de beste bundel van 2015 en de Turing gedichtenwedstrijd. Dit jaar werd het cadeauboekje geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer.